l'Art pour l'art

Wie van tromgeroffel houdt kan nog tot en met 3 augustus terecht in de IJsbreker, in Amsterdam. Woont u daar niet, neem dan bij het Centraal Station lijn 20, de cirkeltram waarvan de route door de Plantagebuurt gaat, dus ook langs de ingang van Artis. Deze in aanleg liefelijke buurt wordt weer beter onderhouden, komt tevoorschijn uit de graffiti, wordt aangeveegd, enz.

Bewonder een van de mooiste Amsterdamse parkjes, het naar de grote kunstbeschermer Abraham Wertheim genoemde. Het heeft een prachtige fontein en het is evenement-vrij. Stap uit in de Sarphatistraat aan de halte Weesperstraat. Kijk eerst even naar de overkant, links: bewonder een van de mooiste, statigste huizen uit de vorige eeuw (1876). Hoewel het geen hotel is, staat er HOTEL op de gevel. Het is niet alleen voorbeeldig van architectuur maar ook van verwaarlozing. Vies. Een woord dat je zelden moet gebruiken; hier kan het niet anders. Het staat niet op de monumentenlijst omdat die toch al zo lang is.

Nu een stukje Sarphatistraat, links af langs het Amstel Hotel en de Weesperzijde naar het tromgeroffel in het zaaltje van de IJsbreker. Wie er niet van houdt moet het niet doen. Op het toneel staan veertig orkesttrommen, op de vloer ligt veel elektrisch draad. Geen mens te zien. Je kunt gewoon tussen de trommen doorwandelen. Daar klinkt opeens vlak achter je een venijnige korte roffel. Je draait je om. Dan links achter één harde klap. Je draait je weer om. Nu beginnen de meeste trommen met een roffel die aanzwelt tot het geluid van een ouderwetse luchtaanval. Een paar ratelen er een machinegeweerstaccato tegenin. Dat was, althans, mijn interpretatie van de eerste minuten. Er is dan nog veel andersoortig geroffel te horen; het blijft trom.

Het geheel is een installatie van Ulrich Keller, Im Kreis der Trommeln. Het trommelvel wordt in beweging gebracht door een aan de binnenkant gemonteerde kleine luidspreker die zelf geen geroffel laat horen maar de trillingen voortbrengt waardoor het geroffel ontstaat. Alle luidsprekers worden 'gestuurd' door computers waarvan de werking aan het toeval onderhevig is. De voorstelling herhaalt zich dus nooit identiek. Er valt dan niets aan te doen: wie de oorlog nog bewust heeft meegemaakt, hééft nu eenmaal dat programmaatje in zijn hersens waardoor de daarmee verbonden inhoud van zijn harde schijf wordt geactiveerd. Maar het kan ook moderner of postmoderner. Je hebt in automatenhallen spelletjes waarbij de speler de agent is die steeds weer onverwacht in zijn beeldschermen opduikende gangster moet beschieten. Daar heeft het iets van. Het paraat zijn tegen - in dit geval - geroffel (dat altijd tot paraat zijn opwekt). Het doet ook denken aan zo'n nagebouwd stadsblok waar de soldaten in straatgevechten worden geoefend. In de verte is het zelfs een beetje verwant aan het spelletje Carmageddon waarmee de jeugd nu op het verkeerde pad wordt gebracht.

Er zijn al meer van dergelijke installatie-exposities in de IJsbreker geweest en er komen er nog twee. Ze hebben dezelfde noemer: ze bestaan uit effecten waaraan mechanisch veroorzaakte beweging ten grondslag ligt. In dit geval overwegen de geluidseffecten. Meestal gaat het om effecten die het netvlies moeten plezieren. Je kunt je ook exposities voorstellen waar de bezoeker vooral in zijn tastzin wordt 'aangesproken': op allerlei manieren geaaid, beklopt, geknuffeld of afgerammeld. Exposities voor de reukzin bestaan al, en voor de smaakzin heb je de Huishoudbeurs die de grens naar de jaarmarkt heeft overschreden (en die - volgens mij - niet meer tot de kunst hoort). De installatie-exposities waar iets gebeurt, en die dus niet statisch zijn, komen voort uit vernuft dat niets nuttigs in economische zin produceert. Het vernuft heeft om te beginnen een beweging uitgevonden. De beweging is, of veroorzaakt poe¨zie.

Er zijn ook bewegingen die een economisch doel hebben en tegelijkertijd een poëtische schoonheid, zoals de stoommachine in vrijwel al haar verschijningsvormen en de draaiende propeller (beweging plus geluid), of allerlei uitvindingen van Leonardo Da Vinci, als ze waren uitgevoerd. Maar daarbij is het kunstzinnig effect het bijverschijnsel. Dat het overigens dit effect heeft moet, dunkt mij, worden toegeschreven aan het universeel kunstenaarschap van de uitvinder. De beweging die tot stand wordt gebracht om niets anders dan de beweging (le mouvement pour le mouvement) is een kunstvorm in opkomst, nog altijd. Het hoogtepunt is het oeuvre van Jean Tinguely. Maar daardoor hoeven andere talenten zich niet te laten ontmoedigen, zich als 'knutselaars' in een hoek te laten duwen.

(wordt vervolgd)

    • H.J.A. Hofland