Komkommer-getrommel

In de keuken klinkt muziek. De fluitketel fluit, het vlees pruttelt in de pan en moeder is de spinazie aan het fijnhakken.

Dat is alles bij elkaar al heel mooi maar een beetje meer kan nooit kwaad. Want er is een nieuw geluid bijgekomen. Helemaal uit Japan. Waar ze erg veel van trommelen houden. Ze hebben er hele grote trommels, zo groot dat er aan allebei de kanten door twee verschillende mensen op geslagen kan worden. Heel hard maar ook heel mooi.

Ze doen het meestal buiten in het park en als ze thuiskomen willen hun vingers verder trommelen. In de keuken gaan ze ermee door. Ze pakken een stevige komkommer, schillen hem niet maar wassen hem wel. Inwrijven met zout en na vijf minuten gaan ze erop slaan met hun dikke trommelstokken. Tot hij in stukken uit elkaar valt. Die breek je tot nog kleinere brokken, die voorzichtig begoten worden met rijstazijn, zoute sojasaus en sesamolie. Als je toch in de Chinese winkel bent om dat allemaal te kopen moet je ook om een flesje Chinese 'tobanjan' vragen. Dat is een pittige saus, waarvan je een eetlepel of twee er ook overheen giet. Sommige Japanners doen er nog een klein schepje suiker op.

Dat mag je zelf beslissen.

Nu wil je nog weten hoe je die salade moet noemen. Heel eenvoudig, gewoon trommelkomkommersalade. Precies zoals in het Japans: tataki kyuri no sarada. Als je toevallig je trommelstokken niet kan vinden gebruik je de deegroller. Trommelen blijft trommelen.