Gedwongen opvang bestaat niet

Van de thuislozen in Nederland heeft ruim een kwart een psychische stoornis. Gedwongen opname mag niet meer, andere vormen van opvang blijken voor gemeenten moeilijk te realiseren.

ROTTERDAM, 1 AUG. Er zijn dagen dat Richard dus met geen stok het opvanghuis in is te krijgen. “Met geen stok!”, herhaalt hij. Giechelend, maar met vlammende ogen. Richard Ras (31) leeft dan op straat. Altijd netjes geschoren en gedoucht, dat wel. Een 'stinkzwerver' is hij niet, zegt hij.

Toen zijn ouders hem het huis uitzetten omdat hij 'lastig' was, was Richard elf. Sindsdien woont hij met tussenpozen in opvanghuizen van het Leger des Heils. Zelfstandig wonen - hij heeft het geprobeerd. Maar, zegt hij zelf: “Richard kan niet zo best alleen zijn.” Te zeer gewend aan jaren leven in een groep. Daar werkt hij nu aan, met zijn psychiater in het Rotterdamse Maatschappelijk Centrum van het Leger des Heils. Tot hij weer uit dit opvanghuis wegloopt om het op straat opnieuw alleen te proberen. Dat het weer zal mislukken weet hij. “Maar soms wil ik toch geloven dat het kan. Om me vrij te voelen.”

Volgens een schatting van de Gezondheidsraad uit 1995 zijn er in Nederland ongeveer twintigduizend dak- en thuislozen. Een kwart tot de helft van hen heeft psychiatrische stoornissen.

Sinds 1985 is de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke opvang (voor thuislozen, vrouwen en mensen in crisissituaties) door het Rijk overgedragen aan gemeenten. De Algemene Rekenkamer onderzocht hoe deze decentralisatie is verlopen, en constateerde dat dit proces zo inefficiënt werd uitgevoerd, dat er nog steeds een gebrek aan opvangplaatsen is. De capaciteit van de opvang nam weliswaar toe, maar werd niet goed verdeeld. Daardoor zijn er nog steeds te weinig opvangplaatsen waar dat nodig is.

Niet dat personen met een psychische stoornis nergens meer heen kunnen, zegt een woordvoerster van Nederlandse Vereniging voor Geestelijke Gezondheidszorg (NVGGz), waarbij 141 instellingen zijn aangesloten. “Als iemand in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen wíl worden, dan kan dat altijd. Wij zullen iemand nooit de straat opsturen.”

Het punt is dat de meesten niet willen. En sinds de komst van de wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) in 1994, mag niemand meer tegen zijn wil worden opgenomen of behandeld, tenzij hij een gevaar is voor zichzelf of zijn omgeving. Zo had de verwarde man die onlangs overleed nadat hij door twee agenten was afgezet in een recreatiegebied in Dordrecht hulp van de Riagg geweigerd. Hij raakte er te water en stierf na tien dagen coma aan zuurstofgebrek. In Gouda was al twee maal iets vergelijkbaars voorgekomen. In 1989 zetten Goudse politie-agenten een verwarde man die overlast veroorzaakte kilometers van de stad in een natuurgebied af - hij was nog in staat een taxi terug te nemen. En vorig jaar februari stierf een man aan onderkoeling nadat twee agenten uit Gouda hem in een verlaten natuurgebied hadden afgezet.

Nog steeds heeft Gouda alleen opvangplaatsen voor seksueel misbruikte of mishandelde vrouwen. “Voor het gemeentebestuur in Gouda heeft de zorgplicht niet de hoogste prioriteit, om het voorzichtig te zeggen”, aldus majoor I. Voorham, adjunct-directeur van de Stichting Welzijns- en Gezondheidszorg van het Leger des Heils. Ook door de Federatie Opvang, de schakel tussen de ongeveer 120 gesubsidieerde Nederlandse opvanginstellingen en de overheid, is Gouda aangemerkt als 'witte vlek' wat betreft opvangplaatsen. Hilversum is eveneens zo'n 'witte vlek'. Hier stierf in januari vorig jaar een verwarde zwerver aan onderkoeling, omdat hij niet naar de dichtstbijzijnde opvang in Amsterdam wilde reizen.

De recentste cijfers van de Federatie Opvang gaan over 1995. Van de vijfduizend personen die dat jaar aanklopten bij dak- en thuislozeninternaten, moesten er 630 worden geweigerd bij gebrek aan opvangplaatsen. De maatschappelijke opvang in Nederland is verdeeld over 48 regio's - in 1996 waren er volgens de Algemene Rekenkamer nog in elf regio's 'witte vlekken' in de thuislozenzorg. “Het geld is er, en de bereidheid meestal ook. Maar het duurt ontzaglijk lang voordat gemeenten hun regeltjes formuleren”, zegt majoor Voorham.

Het Platform Maatschappelijke Dienstverlening Midden Holland ontwikkelde een plan voor vierentwintig-uursopvang in Gouda. “Maar de gemeente spande zich nauwelijks in om geld van het rijk los te krijgen”, zegt kapitein G. Stoffers, als directeur van het Maatschappelijk Centrum in Rotterdam medeverantwoordelijk voor het plan. Het Leger des Heils besloot het tekort, drie jaar lang tweeënhalve ton per jaar, dan maar zelf te betalen.

Vervolgens werd in Gouda een locatie voor het opvanghuis gezocht. Het Leger des Heils vond een geschikt pand, het voormalige zustershuis van het ziekenhuis bij het Goudse station. “Maar nu houdt het college van B en W dat weer tegen omdat het een wóónbestemming moet worden”, briest Stoffers. “Nou vraag ik je! Opvang is toch wonen?” De Goudse wethouder van Welzijn Scholten (D66) zegde wel twee kleinere accomodaties toe. Stoffers: “Dan krijg je dubbele lasten. Die moesten we volgens de wethouder dan maar zelf betalen. Scholten verwart decentralisatie met privatisering.”

CDA-wethouder H. Lenderink in Gouda: “We zijn zoekende, dat is duidelijk. Vier jaar geleden is de buurt al massaal in verzet gekomen toen we in het betreffende pand asielzoekers wilden opvangen. Zulke dingen moet je in een dichtbevolkte stad heel zorgvuldig afwegen.”

Volgens J. Franken, beleidsmedewerkster van de Federatie Opvang, schiet de decentralisatie van de opvang ook tekort omdat veel gemeenten vinden dat hun eigen burgers in opvanghuizen voorrang moeten krijgen. Bovendien vergoeden zorgverzekeraars tegenwoordig tien procent van de opvangkosten voor mensen met een indicatie voor psychische hulp. Het geld dat gemeenten zo overhouden wordt nu vaak besteed aan de kwaliteit van de hulpverlening, bijvoorbeeld aan beter opgeleid personeel. Franken: “Dat is ook belangrijk, maar zolang de vraag naar opvang het aanbod overstijgt, ligt de eerste behoefte bij uitbreiding.”

In 1993 kwamen de fotografen zelfs uit Japan; het Leger des Heils in Rotterdam had een 'slaapdoos' voor daklozen laten ontwerpen om er de aandacht op te vestigen dat de normen voor maatschappelijke opvang 'achterhaald' zijn. Stoffers: “Je kunt zeggen: iemand die geen behandeling hoeft te ondergaan, hoeft ook niet in een psychiatrisch ziekenhuis te wonen. Maar deze mensen doen vaak wel een beroep op ons.” Toch, zegt hij, zal altijd een categorie mensen overblijven die geen hulp accepteert. Stoffers: “Voor hen moet de wet worden veranderd. Zodat we ze kunnen dwingen gebruik te maken van voorzieningen.”