Een ontmoeting tussen paraplu en naaimachine; Kabinet Hendrik Beekman in Marrum houdt het surrealisme levend

Het surrealisme leeft en wordt in Nederland in stand gehouden in een galerie in het Friese Marrum door de Stichting ter Bevordering van het Surrealisme. In het kabinet van Hendrik Beekman kunnen bezoekers vreemde groeivormen en bizarre organismen bewonderen. En wie wil kan blijven logeren.

Kabinet Hendrik Beekman, Kerkpad 10, Marrum. Tot 15 september: collages, schilderijen en beelden van acht Nederlanders. Wo. t/m zo. 13.30-18u, vr. 19-21u. tel: (0518) 412753

Bestaat het surrealisme nog? Of werd deze stroming, althans wat de Nederlandse beeldende kunst betreft, in april 1989 met de tentoonstelling De automatische verbeelding in Deurne definitief afgerond? Sindsdien immers en waarschijnlijk al beduidend eerder werd het surrealisme opgelost in een smeltpot van veel meer opvattingen die met elkaar het karakter van de moderne beeldende kunst gingen bepalen. Zoals ook met De Stijl gebeurde en met al de -ismen die rondom de laatste eeuwwisseling en de eerste decennia daarna in het schilderen, beeldhouwen en dichten de grenslijnen verlegden. De toen vastgestelde nieuwe vertrekpunten zijn nu naast en door elkaar gemeengoed geworden, hoewel zeker het surrealisme in het grotere geheel voor opvallende accenten bleef zorgen.

Zelfs het woord surrealisme, ooit bedacht door Apollinaire en oorpronkelijk streng gebonden aan door André Breton geformuleerde betekenissen, werd van die definities losgezongen en duidt nu op iets wat onverwacht is, vreemd, verrassend, soms schrikaanjagend.

Een wijds rotslandschap dat in de zonsondergang door oranje licht overstroomd wordt noemen we surrealistisch. Of het bloed op de weg bij een met kalveren geladen gekantelde vrachtwagen.

De voorbeelden zijn van J.H. Moesman (1909-1988), in Nederland de belangrijkste surrealistische schilder, die ook theoretische verhandelingen over deze stroming schreef. Bijvoorbeeld in Het Gerucht, een tijdschrift dat verscheen 'op noodzakelijke momenten' en werd uitgegeven door een groep surrealisten (schilders en dichters) die zich in de jaren dertig in Utrecht manifesteerden rondom de boek- en kunsthandel van Willem Wagenaar die deze artistieke opvattingen uit Frankrijk naar Nederland had gebracht.

Na de Tweede Wereldoorlog en wel in de jaren tachtig nog, herleefde het surrealistisch centrum even in Amsterdam, in café De verboden vrucht aan de Nieuwezijds Voorburgwal.

De oude strijders, van wie enkelen zelf nog Dali en Breton hadden ontmoet, kwamen er, maar ook jongeren als Hendrik Beekman, kok van beroep maar schilder uit roeping. Moesman zag veel in hem. Beekman namelijk schilderde in de traditie van het Nederlands surrealisme van de jaren twintig en dertig, met droom-realistische verbeeldingen, vreemde groeivormen, ongeremd bizarre organismen die zich veelal boven een kaal en leeg landschap verheffen.

De vraag of het surrealisme nog wel als artistieke stroming bestaat, die hierboven na enige aarzeling negatief werd beantwoord, moet nog een keer gesteld worden. Volgehouden kan dan worden dat het nog wel degelijk bestaat zolang er maar voldoende kunstenaars zijn die zichzelf als zodanig beschouwen. En die zijn er, al zullen de bindende voorschriften die Breton in 1924 aan de surrealisten oplegde niet al te letterlijk meer worden genomen.

Barcelona

Niet alleen in Nederland zijn er surrealisten, maar ook in Barcelona, Parijs, Praag, Kopenhagen, soms zelfs in groepsverband optredend met een min of meer gemeenschappelijk artistiek principe, waarover de meningen - net als vroeger - hevig kunnen verschillen.

Wat Nederland betreft komen de surrealisten in Marrum terecht, in het uiterste noorden van het Friese platteland dus. Marrum is een nog vrij gaaf dorp zonder al te veel het eigen karakter aanvretende nieuwbouw.

Sinds 1993 functioneert hier het Kabinet Hendrik Beekman, een galerie en klein cultureel centrum in een verbouwde kleuterschool. Beekman (52) heeft er ook zijn beeldhouwersatelier. De laatste jaren namelijk maakt hij vooral houtsculpturen die een voortzetting zijn van de eerder in zijn schilderijen voorkomende groeivormen. Opmerkelijk is dat die vormen in het platte vlak van zijn tekeningen en schilderijen bedreigende woekeringen zijn, zwevende gezwellen in reeds ontvolkte landschappen, terwijl zij in de derde dimensie, losgemaakt van die lege wereld, veranderen in harmonieuze, langs de lijnen van gepolijste houtnerven omhoog strevende droomgestalten, soms een meter of twee groot.

Op het moment van mijn bezoek aan Marrum is daar een expositie van Spaanse, Tsjechische en Russische kunstenaars, die dit voorjaar werd voorafgegaan door een presentatie van Deens surrealisme. De Denen lijken heel actief, verenigd in de groep Candy Floss (suikerspin) en nog het oude surrealisme voortbrengend tot en met een na Duchamp opnieuw gemanipuleerde Mona Lisa. Er zijn in Europa nog genoeg surrealisten om in Marrum tot zes exposities per jaar te komen.

Dat het surrealistisch centrum er desondanks slechts bij een betrekkelijk kleine groep liefhebbers bekend is, past in zekere zin in de traditie. Ook de eerdere centra in Utrecht en Amsterdam immers bleven grotendeels onopgemerkt.

Toch heeft Beekman ongeveer driehonderd namen in zijn computerlijst van Nederlandse kunstenaars die zich surrealist beschouwen. En ongeveer honderd over het gehele land verspreide donateurs die hem steunen.

Desondanks moet Beekmans streven in Marrum financieel mede draaiend en levendig worden gehouden door een baan van zijn vrouw Margrietha de Vries en door zijn eigen optreden als handelaar in Duitse witte wijnen. Voorts zijn er twee logeerkamers in het kabinet waar bezoekers tegen een kleine vergoeding een nacht kunnen overblijven. Dat gebeurt ongeveer honderd keer per jaar, al bestaat de helft van deze gasten uit goedkoop logies zoekende toeristen, die via de organisatie Bed en Brochje naar Marrum worden verwezen.

Alles bij elkaar dus zelf een tamelijk surrealistische onderneming, deze ver van de culturele centra van ons land liggende koppige kunstwinkel. Het vervreemde karakter ervan wordt, als ik het kabinet wil betreden, nog eens extra aangezet door een bizarre grafkist die voor de ingang staat, daar net door een vrachtrijder afgeleverd.

Oprjochte Fries

Het is een kunstwerk van Beekman, teruggekomen van een tentoonstelling in Leeuwarden, Keunst of Kiste? geheten, die werd opgezet door het NUVA-uitvaartcentrum ter plaatse. Ongeveer 85 kunstenaars werden uitgenodigd een ludieke kist te ontwerpen op basis van een standaardmodel dat de kunstenaars thuisbezorgd kregen. Ze moesten daarvan een grafkist maken voor één bepaalde persoon, een echte eigen kist dus. Die persoon diende door de kunstenaars bedacht te worden. Beekmans fictieve gestorvene was 'in oprjochte Fries', bij leven een milieubewuste natuurliefhebber.

Diens kist kreeg de kleuren zwart, Hindeloper rood en die van het zilveren licht. Om de natuur te sparen werden verfsoorten op waterbasis gebruikt. Het geheel rust op vier houten pootjes (Hindeloper rood) die de onderste stukken van polsstokken zijn.

Een vrolijke doodskist voor de glazen entree. Het heeft iets van de 'ontmoeting tussen een paraplu en een naaimachine op een operatietafel', een citaat van de Franse dichter Lautréamont dat werd gebruikt om de schoonheid van het surrealisme mee aan te duiden. De definitie werd zelf een cliché, omdat het in weinig woorden een beeld geeft van wat anders in ellenlange beschouwingen moet worden beschreven en zo duizenden malen ís omschreven. Het gaat over het onbewuste dat de kunstenaarshand gaat sturen waarmee er voorstellingen ontstaan waarvan de kunstenaar nog geen idee had toen hij er aan begon. Bijvoorbeeld van een oudere vrouw, die achter een los in de ruimte staand vernield venster zit. Het gordijn wappert weg in de wind. Ze staart voor zich uit, heeft blijkbaar net kennis genomen van de verpletterende inhoud van een onmiddellijk verfrommelde brief. Achter haar daalt uit een zwarte onweerslucht een parachutist neer. De postbode verdwijnt over een dijk die aan weerskanten wordt belaagd door opstuwend water. Aldus een olieverf van Willem van Leusden (1886-1974), tijdgenoot en medestander van Moesman.

Uit dergelijke gedetailleerde beschrijvingen komt als vanzelf naar boven dat hier sprake is van ongeremde Freudiaanse associaties met angsten en erotische verdringingsmechanismen als belangrijke motieven. Met het losmaken van altijd zeer persoonlijke taboegevoelens volgde Dada en maakte het soms belachelijk. Een bewering om verder over na te denken is dat Cobra ook heel veel met het surrealisme te maken had, maar zich dan niet zozeer op Freud als wel op Jung baseerde. Jung met zijn opvattingen over een collectief onderbewustzijn.

Moesman, Jacoba Haas, Willem Wagenaar, H. Bakker, Hendrik Beekman, Louis Wijmans, Her de Vries, Rogier Otto, de dichters Bastiaan van der Velden en Louis Lehmann, de fotograaf Van Moerkerken. Het zijn de namen van de kunstenaars die als groep werden geportretteerd door Jacoba Haas. Zij maakte voor haar schilderij een keus uit de volgens haar belangrijkste surrealisten. Het doek werd in Marrum geëxposeerd bij de opening van het Kabinet Hendrik Beekman. Naast schilders en dichters dus ook een fotograaf. Hij trachtte de fotografie los te maken van de registratie waarvoor dit medium toch oorspronkelijk werd bedacht. Van Moerkerkens werk, vooral bizarre collages van opnieuw gefotografeerde stukken van diverse foto's, herleefde na de oorlog vooral in Rotterdam in de fantastische of geënsceneerde fotografie die in augustus 1988 culmineerde in een grote tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen. Het zorgvuldig regisseren van mensen en dingen in absurde situaties, die vervolgens gefotografeerd werden, bleef al op de korte duur te veel steken in de sfeer van geknutsel en daarmee verdween deze poging tot een nieuw surrealisme.

Protest

Wat de schilders betreft lijkt er veel meer overgebleven te zijn. In 1995 nog manifesteerde de Franse surrealisten zich in Marrum duidelijk als een actieve groep met uitgesproken denkbeelden, toen zij er hevig tegen protesteerden dat de directeur van de Alliance Française hun expositie zou openen. Zij wensten niets te maken te hebben met een vertegenwoordiger van het culturele en kapitalistische establishment van Frankrijk.

In Marrum is ook de Stichting ter Bevordering van het Surrealisme gevestigd, die nog steeds 'op noodzakelijke momenten' Het Gerucht laat verschijnen.

Het oorspronkelijke blad, genoemd naar het befaamde schilderij van Moesman, waarop een naakte vrouw door lege straten fietst, verscheen vier maal. Na enkele decennia werd nummer vijf in Marrum gemaakt. Nummer veertien verscheen ongeveer anderhalf jaar geleden, eigenlijk een uitvoerige catalogus bij een tentoonstelling. Het noodzakelijke moment voor nummer vijftien is aanstaande, de kopij ervoor is al binnen. Er zal dieper ingegaan worden op de surrealistische poëzie, een themanummer dat al eerder in Het Gerucht aan de orde kwam. Bijvoorbeeld toen gedichten van Theo van Baaren (een ongelovig theoloog) werden gepubliceerd. Een surrealistisch gedicht kan bijvoorbeeld met deze strofe beginnen:

Hij joeg zich een vogel door de kop. Sindsdien fladderen vluchten waanzin in paniek achter zijn ogen. Het kabinet Hendrik Beekman functioneert, maar dus wel mede op basis van een andere baan, handel in wijn, het aanbieden van eenvoudig logies, het geven van cursussen in beeldhouwen. Voorts is Beekman drager als er iemand in het dorp begraven wordt, maar dat is een hier nog levende burenplicht.

Hij zegt: “Vondel had een winkel in kant en daar troost ik me mee.” Hij is van 1945, geboren in Snakkerburen bij Leeuwarden. Beekman was kok van zijn 22ste tot zijn 45ste. Het schilderen was er sinds de prille jeugd, als autodidact die 'een beetje Cobra-achtig' begon, maar al vrij snel bij het surrealisme uitkwam. Om zijn eigen werk te verkopen richtte hij in Alkmaar in een kraakpand een galerie in, waar spoedig ook werk van anderen werd aangeboden. Doordat in afgelegen dorpjes als Marrum de kleuters opraakten, kwam daar het kleuterschooltje leeg te staan en werd per advertentie aangeboden. Beekman en zijn vrouw waagden de sprong en verbouwden de school tot de huidige galerie rond een eveneens kleine beeldentuin. Daar wisselt het werk van surrealistisch werkende beeldhouwers in een permanente tentoonstelling. Er staat nu bijvoorbeeld een indrukwekkende voorstelling van de Noord-Hollandse beeldhouwer J.J. Bakker, die twee in elkaar vervlochten monsterkoppen hakte. Inderdaad surrealistisch.

Hendrik Beekman houdt vol dat het surrealisme een nog steeds levende internationale stroming is, al moet hij toegeven dat veel van het werk op de huidige tentoonstelling weliswaar fantastische verbeeldingen omvat, maar dat voor surrealisme meer nodig is.

Namelijk het zichtbaar maken van een onzichtbare werkelijkheid, zoals die diep in ons aller bewustzijn bestaat. Zijn eigen schilderijen zijn wat dat betreft zuiverder in de leer dan dat van de meeste van zijn exposanten, hoewel - zoals gezegd - zijn beelden zich aan de oude opvatting onttrekken.

Feit is dat er vele internationale contacten van kleine groepjes zijn, die door de vervreemdende stroming geboeid blijven. Beekman zal in augustus in Kopenhagen een aantal surrealistische pastels exposeren. Voorts werkt hij aan houten en bronzen sculpturen die in 1999 in Praag zullen worden gepresenteerd.

    • Bas Roodnat