De wolf is zijn tanden kwijt; Russisch toneel op het festival van Avignon

Het jaarlijkse theaterfestival van Avignon besteedt dit jaar nadrukkelijk aandacht aan hedendaags Russisch toneel. Alle zalen zitten steeds propvol aandachtig publiek, maar “bij Vassiljevs Amphitryon moet dat Franse publiek toch duidelijk even slikken”.

Het festival van Avignon duurt elk jaar de gehele maand juli, morgen is de laatste dag van de editie 1997. Het workshop-verslag van Vassiljev is uitgegeven als: Anatoli Vassiljev, Maître de stage, Lansman Éditeur Brussel 1997, 156 blz., ƒ 36,50.

Met meer dan dertig graden is het op het Place de l'horloge in Avignon zelfs onder de parasols van de terrassen nauwelijks om te harden. Maar ook onder deze omstandigheden gaan de acteurs van het Tjoez (Russische afkorting voor 'Theater van de jonge toeschouwer') uit St. Petersburg op het heetst van de dag toch in hun warme toneelkostuums van negentiende-eeuwse snit de straat op om onder het in de terrasstoelen hangende publiek toeschouwers te werven voor hun voorstelling Een huwelijk van vroeger, vrij naar Nikolaj Gogol.

Ze moeten wel: in het zogenaamde Festival Off, dat zich voltrekt in de marge van het echte, officiële Festival d'Avignon zijn honderden voorstellingen te zien. Geen schuur, oude garage, binnenplaats of klaslokaal in de middeleeuwse binnenstad van Avignon die dezer dagen niet tot tijdelijk theater is ingericht. Dingen naar de gunst van de toeschouwer is hard werk.

Ook de 57-jarige actrice Irina Sokolova, sedert 1963 aan Tjoez verbonden en steunpilaar van dit repertoire-gezelschap in meer dan negentig rollen, probeert zwetend door middel van het uitdelen van folders toeschouwers voor Gogol te werven. Trots vermeldt het drukwerkje de recensie eerder dit jaar in het plaatselijk dagblad Vetsjerni Petersboerg: “Het gevoel van afwezigheid in deze voorstelling grijpt de toeschouwer naar de keel”.

Onder de terraszitters wekt deze aanbeveling op het eerste gezicht weinig begeestering. Niet alleen is het zo warm dat zelfs de gedachte dat je straks anderhalf uur lang in een achteraf-schuur naar een Russische toneelvoorstelling zult kijken, iets onwaarschijnlijks heeft. Maar bovendien krijgt iemand op een terras in Avignon in een halfuur tijd wel tien of meer foldertjes in de hand gedrukt van goedbedoelde voorstellingen in het Off.

In de jaren zeventig, weet ik van mijn vorige bezoek, waren er misschien zo'n tien zaaltjes en veertig of vijftig voorstellingen in het Off. Als daar een hele goeie bij was, raakte dat gauw bekend. Maar de informele gids die tegenwoordig voor het Festival Off bestaat, maakt melding van meer dan 440 theaterprodukties, verdeeld over 86 zalen en zaaltjes, die veelal van elf uur 's ochtends tot twee uur 's nachts in bedrijf zijn. Vind daar nog maar eens je weg in.

Veertien toeschouwers blijken om vier uur Een huwelijk van vroeger bij te wonen. Het is een zeer conventionele, maar zeker niet onaardige voorstelling. Een karikaturaal portret van een ouder echtpaar. Je kunt wel zien dat het toneel van het eigen theater van Tjoez in St. Petersburg wat breder is dan de vier meter in deze omgebouwde garage: de decorstukken staan de acteurs nogal in de weg.

Ontsteltenis

Als je de Russische acteurs mag geloven is er niet zo heel veel verschil tussen de arbeidsomstandigheden van degenen die in het Festival Off, geheel voor eigen financieel risico naar Avignon gekomen zijn, en zij die in de Provence zijn gearriveerd dankzij een uitnodiging van het hoogstofficiële Festival d'Avignon. Dat luistert dit jaar zijn overwegend Franse programma op met een keuze uit het Russisch toneel - een ode, schrijft festival-directeur Bernard Faivre d'Arcier in het festivalprogramma, 'aan een grote natie, wier theater-traditie de gehele Westerse wereld heeft beïnvloed'. De Russische acteurs, zowel in als off zijn - naar het schijnt tot hun ontsteltenis - in schoolgebouwen gehuisvest in plaats van in geriefelijke hotels.

Maar wie in het officiële festival speelt, hoeft naar publiek niet op zoek: alle Russische voorstellingen in het officiële festival zitten dan ook propvol, ook al is hier meestal alles geheel in het Russisch. Van boventiteling is in Avignon geen sprake. Bij de ingang wordt een korte samenvatting van het gebodene in het Frans verstrekt.

De ongeveer tweehonderd bezoekers van Wolven en schapen (Volki i ovtsi) op de schilderachtige binnenplaats van het Lycée Saint-Joseph, laten zich door het gebrek aan vertaling niet uit het veld slaan. De toeschouwers zitten zeer dicht op de elf jonge acteurs, die dit stuk van Aleksandr Ostrovski (1823-1886) spelen met een intensiteit die je zelden ziet. Geen zin, geen woord, geen moment blijft ondoorleefd of onuitgewerkt en zelfs aan een publiek dat er geen woord van verstaat, deelt zich die bijna onwaarschijnlijke speltechniek mee.

Zo stel je je Russisch toneel voor, in de beste tradities van Konstantin Stanislavski, de grote Russische toneelvernieuwer van rond 1900. Deze oprichter van het legendarische, en nog altijd bestaande Mchat (Moskouse kunsttheater), bevrijdde het toneel van pathos en melodrama, die in die tijd de regel waren - en niet alleen in Rusland.

Hier treedt echter niet Mchat op, dat sinds lang verworden is tot een zwaar gesubsidieerd Moskous instituut van vooral museaal belang, met voor enkele jaren nog altijd een Tsjechov-enscenering van Stanislavski uit 1905 op het programma. Het festival van Avignon heeft gekozen voor meer onbekende of 'vernieuwende' Russische gezelschappen. Wolven en schapen wordt gespeeld door Teatr Atelje Piotr Fomenko, een klas leerlingen van de 65-jarige toneeldocent Pjotr Fomenko van de Moskouse toneelacademie GITIS (Staatsinstituut voor theatrale kunst). Sinds 1993 fungeert deze groep als een repertoire-ensemble, zonder eigen zaal en zonder subsidie, maar met commerciële sponsoring uit het Russische bankwezen.

Dat is een van de merkwaardigheden in het Russische theater in de jaren negentig: er komen steeds meer repertoire-gezelschappen, vertelt de Russische toneeljournalist Anatoli Smeljanski tijdens een discussiebijeenkomst in Avignon. Je had na de ineenstorting van het Sovjet-systeem, dat zo'n 600 repertoire-gezelschappen onderhield, misschien kunnen verwachten dat Russische acteurs en regisseurs zich met enthousiasme in ad hoc-producties en andere vormen van artistieke vrijheid zouden storten. Maar niets is minder het geval. Het ensemble is de regel.

Casino

Niet alleen overleven bijna al die bestaande repertoire-gezelschappen - zij het meestal door een deel van hun ruim bemeten theaters als autoshowroom of casino te verhuren. Maar ook komen er gestaag nieuwe repertoiregezelschappen bij. Het Atelje Pjotr Fomenko laat, met steeds dezelfde tien acteurs, in Avignon maar liefst vier voorstellingen zien: behalve Wolven en schapen in een enscenering van meester Fomenko zelf, ook door jeugdige leden van de groep geregisseerde stukken naar het werk van Marina Tsvetajeva, Ivan Toergenjev en William Shakespeare.

Ostrovski is, vertelt Smeljanski, heden ten dage een van de meest opgevoerde toneelschrijvers in Rusland. Op het eerste gezicht is dat merkwaardig, want Ostrovski werd ook al in Sovjet-tijden vaak opgevoerd - zijn vaak scherpe hekeling van de hebzucht en obsessie met geld in de heersende klasse, zowel die der landeigenaren als die van de eerste kapitalisten, lag wel goed bij de censor.

Nu Rusland sinds het einde van het communisme opnieuw in de ban van het geld en een vaak keihard kapitalisme is geraakt, is diezelfde problematiek van Ostrovski nog even populair, nu ook bij het publiek. Maar het moet gezegd dat Fomenko en de zijnen voor hun Wolven en schapen op een originele manier omgaan met de economische tegenstellingen die Ostrovski in dit stuk beschrijft: zowel de hebzuchtige intriganten (wolven) als de naïeve weduwe (schaap) die zij door middel van valse papieren van haar kapitaal proberen te beroven, worden als sympathiek en menselijk voorgesteld.

Aan het eind is iedereen, met of zonder geld, gelukkig. Het is of Fomenko en zijn acteurs hun uiterste best hebben gedaan om de materialistische tendens in Ostrovski's stuk over geld te neutraliseren en er elke suggestie van klassentegenstelling uit weg te masseren. Het pleit voor hun talent, dat zij daarin volledig slagen. Maar tegelijkertijd wordt deze Wolven en schapen er een beetje tandeloos door: prachtig toneel op hoog niveau, maar ongevaarlijk en vrij conventioneel.

Conventionaliteit kun je de 55-jarige Anatoli Vassiljev niet verwijten, de tweede hedendaagse Russische toneelreus die in Avignon van zich laat spreken. In tegenstelling tot Fomenko is Vassiljev wars van realisme in zijn voorstellingen. Hij is zelfs wars van voorstellingen in het algemeen en heeft zich de afgelopen jaren voornamelijk bezig gehouden met theaterwerkgroepen die niet tot een voorstelling leidden. Van één zo'n werkgroep (gehouden voor Franstalige acteurs in Brussel) is een stenografisch verslag gepubliceerd, waaruit je kunt opmaken hoe Vassiljev werkt: zeer autoritair ten opzichte van zijn acteurs en met een enorme obsessie voor tekst, niet als betekenisdrager maar als verschijnsel op zich.

Raspoetin

Vassiljevs Raspoetin-achtig voorkomen versterkt nog de indruk dat we hier met een gedreven genie van doen hebben. Zenuwachtig loopt hij heen en weer in de zijgewelven van de sedert lang aan de eredienst onttrokken Église des célestins in Avignon, waar zijn acht Russische acteurs Molière's Amphitryon niet zozeer spelen, alswel onder handen nemen. Het is een stuk gebaseerd op rolverwisseling: de Griekse oppergod Zeus vermomt zich als Amphitryon, koning van Thebe, om diens deugdzame vrouw Alcmène te verleiden. Wanneer de echte koning uit een oorlog thuis komt, ontspinnen zich onderhoudende dialogen tussen Alcmène, die in vurige termen verslag weet te doen van haar laatste liefdesnacht met Amphitryon (alias Zeus) en Amphitryon, die beseft die nacht niet te hebben bijgewoond, maar niet weet hoe de ontrouw van zijn echtgenote te kunnen aantonen.

Van de rolwisselingen maakt Vassiljev vérgaand gebruik door zijn acteurs alle rollen in het tot acht dialogen gereduceerde stuk bij voortduring van elkaar te laten overnemen. Ook schallen er bij tijd en wijle meer dialogen tegelijkertijd door het kerkgebouw.

Wat tekst betreft is een Frans publiek niet voor een kleintje vervaard. De momumentale binnenplaats van het Palais des papes in Avignon, een toneellocatie die zich als weinig andere in de wereld voor grootscheeps spektakel zou lenen, is tijdens het festival zelfs officieel uitsluitend bestemd voor 'teksttheater'.

Maar bij Vassiljevs Amphitryon moet dat Franse publiek toch duidelijk even slikken. Dat de Russische acteurs af en toe van de Russische vertaling in het Frans overgaan maakt het geheel er niet beter op, want op die momenten wordt het publiek duidelijk dat Molière's verzen met een zeer ongebruikelijke klemtoon en dictie worden gezegd, waarbij vooral de enjambementen heel nadrukkelijk aanwezig zijn. Het is zeker een grote prestatie van de acteurs dat zij teksten waaraan in de voordracht elke vanzelfsprekendheid wordt ontnomen, zo'n grote dramatische lading weten te geven. Maar aan een deel van de toeschouwers is dat niet besteed: in groten getale verlaat men voortijdig de kerk. Een mooie en verontrustende voorstelling kortom.

Niet alle Russische voorstellingen in Avignon zijn zo bijzonder als die van Vassiljev en Fomenko. Onder regie van Valeri Fokin is bijvoorbeeld een wat vlakke bewerking van Dode zielen van Gogol te zien in een fabrieksgebouw aan de rand van de stad. Daar ook huist mijn persoonlijke favoriet uit het Russische programma: K.I. uit 'Misdaad', een monoloog van Oksana Missina onder regie van Daniil Gink, een productie van hetzelfde Tjoez dat we eerder zwetend op straat tegenkwamen, maar dan binnen het officiële programma.

K.I. uit 'Misdaad' is de figuur van Katarina Ivanovna uit 'Misdaad en straf' van de negentiende-eeuwse romanschrijver Fjodor Dostojevski, maar het verband tussen de roman en deze voorstelling is zeer losjes. K.I. begeeft zich voortdurend tussen het publiek voor een op het eerste gehoor nogal onsamenhangend relaas in meerdere talen, over haar leven en vooral haar ongeluk. Ze is als zo'n irritante bedelaar, die zich niet tevreden stelt met je aalmoes en dan weer ophoepelt, maar je ook nog wil vervelen met zijn verhaal. Tegelijkertijd moet je ook wel lachen om K.I., maar dat blijkt gaande de voorstelling juist het listige, want al lachend word je in de tragedie meegesleept. Als K.I. tenslotte enthousiast een ladder bestijgt die de dood verbeeldt, en fanatiek bonzend tegen het plafond 'laat me erin, laat me erin' roept, staan je de tranen in de ogen. Russisch doodsverlangen in de beste traditie.

Na in een week tien Russische voorstellingen te hebben gezien vergast ik mijzelf op de laatste avond op een kaartje voor de Cour d'honneur van het Palais des papes, waar de voorstelling pas om tien uur 's avonds begint, zodat het geheel het karakter van een sprookjesachtige bijeenkomst onder de sterrenhemel krijgt. Hier is het in 1946 allemaal begonnen met regisseur-acteur Jean Vilar, die het waagde om het theater uit de keurige Parijse zalen naar een zomerse provinciestad te brengen - en niet kon voorzien wat een massale, jaarlijkse happening en cultureel instituut 'Avignon' zou worden.

Op het programma staat Le visage d'Orphée, geschreven en geregisseerd door Olivier Py - naar ik uit de krant begrijp belhamel en hoop van het Franse theater, die twee jaar geleden in Avignon van zich deed spreken met een voorstelling die 24 uur duurde, en een week lang achtereen werd opgevoerd. Sprookjesachtig is de ambiance zeker, maar ook bijzonder vervelend: quasi-diepzinnige woordenkraam in een enscenering waar het gemiddelde amateur-openluchtspel zich voor zou schamen. Als ik mij na anderhalf uur uit de voeten maak - er volgen nog drie-en-een-half uur, zegt het programma - merk ik waarom er zo weinig mensen weglopen: tot twee keer toe struikel ik over de benen van slapende toeschouwers. Kunnen die Russen volgend jaar niet weer komen?