Dansen in steen; Beeldhouwster Ans Hey droomt de wind

In een verlaten steengroeve in de Vaucluse werkt beeldhouwster Ans Hey met de choreografen Rudi van Dantzig en Toer van Schayk aan de voorstelling 'Le Vent'. Op ritmes die het zand loswoelen geven dansers en beelden gestalte aan mistral, sirocco en cycloon.

Voor Inlichtingen en kaartverkoop tel. 0033-490758660.

“Dansen op zand, is als Paris-Dakar te voet”, zegt hij. Toer van Schayk is al decoratief vóór het spektakel is begonnen. Terwijl technici het zand nathouden en het geluid in stelling brengen, neemt de choreograaf en danser ogenschijnlijk achteloze posities in. Kan hij ook lelijk staan? Dwalend door een kathedraal van koelte en schaduw bouwt hij zijn concentratie op. Straks moet hij zeventig minuten het verband tussen steen en ruimte belichamen.

Hij is niet alleen, het is een solo voor verwante zielen. Rudi van Dantzig zal dansen, voor het eerst sinds tientallen jaren weer voor publiek - afgezien van een klein optreden kort geleden in de Brakke Grond. En er zijn Jeanette Vondersaar, die net afscheid nam als eerste soliste van het Nationaal Ballet, en Andrew Kelley die er nog danst. En Gertjan Evenhuis, dansend beeldend kunstenaar.

Plaats van handeling is de oude steengroeve van Lacoste, in de Vaucluse (35 kilometer ten oosten van Avignon), waar metersdikke vierkante zuilen en triombogen in diapositief getuigen van honderden jaren steenwinning. Wat weggehakt en -gezaagd is, werd ruimte. Een zandkleurige tempel zonder dak, wat is blijven staan en hangen vormt het onbedoelde monument waar alleen goden en mensen met visioenen leven in blazen. Beeldhouwster Ans Hey is zo iemand. De afgelopen jaren droomde zij de wind. Zij hakte, schuurde en polijstte uit 'estaillade d'Oppède' - een harde, witte steensoort uit een paar dorpen verder - zeven drie meter lange beelden van zeven winden. Met de muziek van György Ligeti en de (eens Velvet Underground) zangeres Nico (1933-1988) “definiëren de beelden van Ans de ruimte die wij als dansers verder reliëf geven”, in de woorden van Toer van Schayk.

Perziken

In het late middaglicht van de Provence, zacht als rijpe, gele perziken, arriveren één voor één de dorpelingen van Lacoste, die als corps de ballet zullen optreden. De postbode, een jonge huisvrouw, een huisschilder, Mohammed de metselaar die iedere dag 15 kilometer op de fiets van zijn werk naar de groeve rijdt, twee dorpsgenoten die op de theaterschool in Marseille zitten, een Belg die werkt bij de naburige groeve Baqui (waar Ans Hey haar hakwerk in de buitenlucht doet) en Etienne, de 12-jarige zoon van Pierre Lapellerie, de eigenaar van die steenhouwerij.

Er zouden tien figuranten zijn, maar waar is Cédric? Vanavond is het dorpsfeest van Lacoste, en hij is al gezien in Café de Sade - vernoemd naar de markies die dertig jaar in zijn 42 kamers-kasteel heerste over dit oude Romeinse dorp in de Lubéron. In deze meeslepend mooie streek werd niet alleen het sadisme uitgedacht, maar zochten eerder ook de Vaudois, de nijvere, protestantse profeten van de armoede hun toevlucht. Ha, daar is Cédric. Als Nathalie nu ook nog komt, dan kan er gewerkt worden. De tijd dringt. 2, 3 en 4 augustus is er voorstelling.

Le Vent is 'een gekte, een passie', zegt Ans Hey. Net zoals de zestig meter lange tekening die zij in 1990 in het museum in Arnhem exposeerde. Het is de derde keer dat zij in de groeve van Lacoste een onmogelijk plan uitvoert. In 1993 creëerde zij er 'Le Marquis de Sade et les Pierres de Lacoste': haar beelden, muziek van Iannis Xenakis en dans van de Japanner Min Tanaka. Hey had de butoh-danser jaren eerder op het festival van Avignon ontdekt toen hij zo overtuigend een steen was dat het publiek zich begon af te vragen wanneer de danser het podium zou opkomen.

Twee jaar geleden dansten Jeanette Vondersaar en Andrew Kelley een duet van Rudi van Dantzig, op muziek van Gilius van Bergeyk, rondom Hey-beelden met de groepsnaam 'Tables d'Amour'. “Een pas de deux van vijftig minuten in het zand...”, zegt de danseres. Ze wordt bijna nog uitgeput bij de herinnering. “Het waren beelden over de liefde. Die waren zachter dan de wind-beelden.” Rudi van Dantzig vult aan: “Je kon er makkelijker onderdoor en omheen. De beelden van nu zijn moeilijker om mee te dansen”.

Ans Hey investeert drie ton in Le Vent, een derde daarvan komt van sponsors zoals NOG verzekeringen. Uit de kaartverkoop komt een schijntje. Alleen als de beelden verkocht worden, komt Hey uit de kosten. Bij de vorige twee lichtingen is dat uiteindelijk gelukt: de beeldengroep van '93 is door het pensioenfonds PGGM aangekocht, de liefdesserie staat sinds kort bij het KPMG-gebouw in Amstelveen (de scheve daken langs de snelweg A9). “Maar ik denk niet in geld”. Zegt Ans Hey, en zeggen de dansers, die een centje betaald krijgen voor wat zij vooral zien als “een avontuur”.

Helblauwe broeken

Het licht is bleek geworden, rood en geel zijn al naar bed. Repeteren overdag is uitgesloten vanwege de hitte. Vanavond is de eerste doorloop-repetitie van het hele stuk, voor het eerst in kostuums. De dorpelingen zijn in helblauwe broeken en mouwloze hemden gestoken, smetteloos, als Franse routiers die naar een congres moeten. Rudi van Dantzig neemt met hen het begin en een paar latere scènes nog even door. Hij werkt al tweeënhalve week met zijn geïmproviseerde corps de ballet. “Ik zal jullie een beetje als beroeps behandelen, hou daar rekening mee, een avond geen zin hebben, dat kan niet”, heeft hij twee maanden geleden gezegd bij de eerste kennismaking. Het heeft geholpen, na een extra donderbuitje. Ze geven zich helemaal, ook al weten ze niet altijd hoe dat moet. Zelfs lopen is een vak. Mohammed kan dat het beste. Van Dantzig: “Hij zit op judo, hij weet wat concentreren is.”

Vijf ton zand is er gestort. “We hebben dagen op onze knieën gezeten als een schilderij van Van Gogh, Ans, wij allemaal, om te zeven, steentjes eruit te halen”, vertelde Van Dantzig, “en nog verlies je af en toe je evenwicht als je op een kiezel trapt of een stuk vloer hobbelig verloopt.”

Tien voor negen. De geluidswind steekt op. Ligeti's Lux Aeterna lijkt gemaakt voor een universum van recht gezaagde rotspartijen. Van dof tot schel, fluisterend of dreunend, de groeve geeft alles met noblesse terug. De blauwe dansers rennen het zandpodium op, geruisloos. Zand is zwaar, ongeschikt voor pirouettes, maar het garandeert een stilte die steen, beweging en muziekgeluid onverlet laat.

Toer van Schayk in kanariegeel, Rudi van Dantzig in roodbruin, Andrew Kelley in oranjegeel, Jeanette Vondersaar in een glanzende, slanke rode jurk en Gertjan Evenhuis in lendendoek nemen bezit van de ruimte. Bamboe staven met tule worden rondgedanst, een abstract ritueel van geven en nemen is begonnen. Wat de scirocco is, wat de cycloon en wat de mistral, is niet evident - het is in een smaakvol gemaakt boekje te vinden. Wat telt is de spanning. Die is zichtbaar en voelbaar, ook zonder de nog niet aangebrachte belichting (van Ans' zoon Jozef Hey).

De muziek van Ligeti wordt merkwaardig naadloos afgewisseld met de lage, doorleefde stem van Nico, op ritmes die het zand loswoelen. Trommels. Gevolgd door weer nieuwe, snijdend ijle klanken van Ligeti's Eeuwig Licht. Het is dansen zonder verhaaltje, maar het klemt soms in de keel. En het is nog een kleine week voor de eerste opvoering.

Dodenmuur

De steengroeve verandert even in een dodenmuur. De blauwe dorpelingen staan naast elkaar, met de rug naar ons toe. Een seconde van executie-fantasieën. Van Dantzig is te ervaren om er twee secondes van te maken. De wind draait, het klimaat slaat om, de groep verdikt zich tot een macht waar de individuën, de echte dansers, rekening mee moeten houden. Niet echt, maar toch een beetje.

Is het moeilijk om tegenover leken te staan?

“O nee, integendeel”, antwoordt Van Schayk direct. “Amateurs geven veel meer respons dan beroeps. Dan sta je met gelijken, die werken hun programma af. Deze mensen reageren op wat je doet. Het is veel spannender.”

Van Dantzig, die de dorpelingen het hele stuk door moet loodsen, vindt het lastig. “Etienne, de jongen van twaalf, ziet hoe wij lucht duwen en neemt dat gedeeltelijk over, hij kan zich laten gaan. Voor de ouderen is dat moeilijker. Misschien had ik het nog simpeler moeten maken en de groep statischer laten optreden..”

De jongen, die Ans Hey hem presenteerde met de andere dorpsartiesten, wilde Van Dantzig er eerst niet bij hebben. “Dat kan niet, die is veel te klein.” Hey hield vol, zijn vader is een veelzijdig steenkunstenaar, een jazz-liefhebber, bouwer van een farao-achtig ondergronds universum in de kelder van zijn eigen huis, ook al een vroegere steengroeve. Talent is erfelijk, zei Ans. Nu de balletmeester hem een serie dankbare passages heeft gegeven - als bamboe-vorst op handen gedragen, als weerloos en bedreigd kind - ziet hij met goedmoedig keurende blik hoe de jongen een paar echte danspassen nadoet. Wars van overdaad in zijn uitlatingen, zegt Van Dantzig: “Hij is pienter en spontaan. Hij buitelt er goed doorheen.”

Ans Hey is vergroeid met de mensen uit het dorp, het zijn familieleden van haar geworden in de vele jaren dat zij hier al komt. Ze windt zich nog op over de buitensporig succesvolle boeken van Peter Mayle, Een jaar in de Provence en Nog steeds de Provence, waarin Lacoste en een naburig dorp worden beschreven als haarden van zuidelijke landerigheid. De loodgieter, de vader van Etienne en allerlei andere levende personages worden door de tijdelijke Britse immigrant op de hak genomen. Ans Hey: “Hij heeft niets begrepen van de Provence. In deze streek zijn grote verzetsmensen opgestaan. Het lied 'De stenen van de Lubéron huilen' gaat daar over. Natuurlijk gaat die loodgieter hier wel eens zitten praten, nou en? Hij levert prima werk. Die Mayle heeft ons bussen Japanners bezorgd die binnenfladderen en weer verdwijnen zonder iets te hebben gezien. Het zijn goede mensen in de Lubéron.”

Harmoniumpje

De duisternis is nu bijna totaal. Jeanette Vondersaar heeft een prachtige solo gedanst in haar nauwe, rode jurk (net als de overige kleding ontworpen door Willemijn Kaasjager). Zij rekt de lucht in de steengroeve op. Nico's slepende stem met het harmoniumpje drijft de zon snel verder achter de horizon. Als de andere dansers er bij komen ontstaat een krachtmeting zonder winnaars. Drift en dreiging tot het zand opspat.

De toevallige geometrie van dit uitgezaagde paleis biedt de dansers wel zeven plekken om op te komen en weer weg te waaien. De beelden staan stil, alleen een machtige hijskraan kan ze verplaatsen. Visueel bieden ze de meeste schoonheid als je ze onder steeds wisselende invalshoeken kan zien, maar dat zal komend weekeinde niet de bedoeling zijn. De tribunes zijn er niet voor niets. Een kans op prachtige televisiebeelden dreigt verloren te gaan.

Rudi van Dantzig lijkt er niet zo rouwig om te zijn. Hij hengelt evenmin naar herhaling van Le Vent in een Nederlandse omgeving, zoals met het tweede Lacoste-project is gebeurd. “Het zou gekraakt worden. Bovendien, je kunt die tien mensen uit dit dorp toch niet naar Nederland halen. Ze zien het wel voor zich: hotelletje in Amsterdam. En dan die vijftonners van Ans. Nee, het is voor hier gemaakt.”

Perfectionisme en bescheidenheid gaan hand in hand bij de choreograaf die, als ik me niet vergis, op de dag van de laatste voorstelling in Lacoste zijn 64ste verjaardag viert. Hij weet wat echt goed is en weet wat daar voor nodig is. De 46-jarige gepensioneerde Vondersaar beurt hij op met een reis over een maand naar Seattle, waar ze een vertrouwd werk gaan herinstuderen. Er zijn altijd weer nieuwe vergezichten.

Toer van Schayk, ook al even in de zestig, heeft zijn eigen vorm van zelfbescherming. Hij praat even laconiek als toegewijd over het wind-project. “Misschien komt het omdat ik eerst als beeldhouwer ben opgeleid, maar ik heb geen behoefte aan die beelden te zitten of er doorheen te kruipen.” Na enig nadenken: “Ik vind het moeilijker mét dan zonder beelden te dansen. In een ballet dat ik in Amsterdam maakte heb ik ook wel eens beelden gebruikt. Nu gebeurt dat beter.”

Zij hoeden zich ieder op hun manier voor fanatisme, de sfeer is licht. Energie-efficiënt is misschien een zuiverder omschrijving. Straks staat alles op zijn plaats, en dansen zij de kleinste fout van het peloton weg. “De voorstelling moet af zijn”, fluistert Rudi van Dantzig, toch ook gespannen. Dan zal Ans Hey zien wat zij in al die jaren hakken ervoer: “Als je zo staat te hameren dan hoor je hoe veel verschillende toonwaarden dat steen heeft. Je hoort een heel klankbeeld. Je vormt de ruimte. Dansers zijn ook met ruimte bezig. Dat gevoel voor ruimte en geluid deel je. Daarom doe ik dit. Om dat hoorbaar en zichtbaar te maken.”