Boefjesbank

In het hoofdredactioneel commentaar van 26 juli wordt aandacht besteed aan enkele onderdelen van het beleidsprogramma jeugdcriminaliteit. Het ministerie van Justitie heeft dit in deze kabinetsperiode ingezet om de stijgende jeugdcriminaliteit en met name de gewelddadige vormen daarvan terug te dringen.

Het artikel gaat onder andere in op de verwerpelijkheid van persoonsgebonden dossiers waarin vroege signalen van problemen van jeugdigen vanwege hun mogelijke toekomstige delictgedrag worden vastgelegd en zo de jongere blijven achtervolgen.

Ik ben dat geheel met u eens en wil daarom een helaas hardnekkig misverstand dat hier de kop opsteekt graag rechtzetten. Wat is namelijk het geval. Door de commissie-Van Montfrans is geconstateerd dat jongeren die in de strafrechtelijke leeftijd zijn, dus ouder dan twaalf, en die wegens crimineel gedrag met de politie in aanraking komen, vaak heel lang moeten wachten voordat hun zaken door het justitiële systeem - politie, Raad voor de Kinderbescherming, openbaar ministerie, kinderrechter - worden afgedaan. Om een snellere en consequentere reactie op daadwerkelijk delictgedrag te realiseren wordt een landelijk cliëntvolgsysteem jeugdcriminaliteit ontwikkeld. Dit is dus een ondersteuning voor de strafrechtelijke afdoening van door jeugdigen gepleegde delicten. Hieraan nemen dan ook slechts de politie, de raad en het OM deel.

Juist vanwege privacy bescherming is ervoor gekozen hierin niet allerlei informatie ten aanzien van bijvoorbeeld schoolverzuim en contacten met de jeugdhulpverlening op te nemen. De 'boefjesbank' is dan ook in genen dele een 'liefkozende' benaming voor individu gebonden informatie over vroegsignalering.

    • Ministerie van Justitie
    • Drs. J.G.W. van der Flier