Coachen in een rolstoel biedt ook z'n voordelen

Morgen worden in Athene de WK atletiek geopend. Drie van de twaalf Nederlandse deelnemers hebben een bijzondere coach. Hordenloper Robin Korving wordt getraind door een vrouw, Ineke Bonsen. Ton Eikenboom, trainer van Ester Goossens en Jack Rosendaal, coacht vanuit een rolstoel.

APELDOORN, 31 JULI. Soms biedt zijn rolstoel zelfs voordelen. “Ik kan tijdens de training sneller van het ene naar het andere onderdeel rijden”, zegt Ton Eikenboom. Maar aanvankelijk dacht hij dat zijn tijd als trainer afgelopen was toen hij in een karretje terechtkwam. Dat bleek mee te vallen. “Het is belemmerend, maar ik kan alles nog doen.”

De 61-jarige Eikenboom heeft versleten heupen. Alleen korte stukken kan hij met behulp van een stok nog lopen. Inmiddels maakt de meerkamptrainer uit Apeldoorn vijf jaar gebruik van een rolstoel. Hij is er nog steeds niet helemaal aan gewend. “Ik schaam me soms nog. Ik had er al vijf jaar eerder aan moeten beginnen, maar ik heb het steeds uitgesteld. Toen ik voor het eerst in die stoel naar een wedstrijd ging, durfde ik niet naar binnen. Heb ik eerst een half uur voor het hek gestaan.”

Ook vanuit zijn rolstoel boekt Eikenboom opmerkelijke resultaten. Zijn atleten heersen al jaren op de meerkamp in Nederland. “Vaak is me gevraagd wat mijn geheim is, maar een klinkklaar antwoord heb ik niet. Ik geef echt geen geweldige trainingen, maar ik doe blijkbaar toch iets bijzonders. Ik weet ook hoe die gasten zich voelen. Ik ben zelf tienkamper geweest. Ze hoeven bij mij niet met smoesjes aan te komen. Ik heb alles meteen door.”

Ton Eikenboom was in zijn tijd als atleet een goede subtopper, Eef Kamerbeek was toen de vedette. “Gerekend volgens de huidige puntentelling kwam ik destijds tot zo'n 7.350 punten. Dat zou nu nog behoorlijk zijn. Mijn tijd op de 1.500 meter, 4.04, hebben die gasten van nu nog niet verbeterd.”

Daarnaast turnde en volleybalde hij en studeerde hij aan de academie voor lichamelijke oefening. Eikenboom was 23 jaar toen de atletiekunie hem in 1960 aanstelde als trainer. In die hoedanigheid ging hij onder meer mee naar de Spelen van 1968 in Mexico. “Ik ben nog steeds de jongste bondstrainer uit de geschiedenis.”

Als clubcoach kende hij de afgelopen jaren problemen met de atletiekbond. Eikenboom werd als dwarsligger beschouwd omdat hij zijn atleten van de centrale trainingen weghield. Volgens hem zijn de verhoudingen inmiddels “genormaliseerd”. Maar Eikenboom zou graag wat meer steun krijgen. Hij moet zijn reis naar de WK bijna geheel zelf bekostigen. In gezelschap van zijn oudste zoon en een collega-trainster rijdt hij in zijn bestelbus naar Athene. Daar slaapt Eikenboom op een camping. Ook kaarten voor de wedstrijden heeft hij zelf moeten betalen.

Bij zijn club AV'34 in Apeldoorn geeft Eikenboom twaalf trainingen in de week, maar hij wordt er voor slechts twee betaald. “In de atletiek valt niets te verdienen”, weet hij. Eikenboom haalt zijn voldoening uit de prestaties van zijn pupillen. “Dat noem ik mijn betaling. Ik geniet ervan om ze in een vol stadion bezig te zien. Dan kan ik in tranen uitbarsten.”

Zijn atleten lopen weg met hem. “Er heerst een goede sfeer in de groep. Niemand loopt naast zijn schoenen. Daar krijgen ze de kans niet voor. Iedereen heeft zijn inbreng, want het zijn geen robots of machines”, meent Eikenboom. Door zijn handicap kan de trainer zelf niets voordoen. “Dat is vervelend. Soms heb ik van die buien waarop ik me afvraag wat ik in die stoel doe. Gelukkig zie ik precies wat er fout gaat en kan ik dat ook nog aardig verwoorden. En er is altijd wel iemand in de groep die een bepaald onderdeel goed doet. Die haal ik er dan gewoon even bij.”

Voormalig 800-meterloopster Ester Goossens vond bij Eikenboom het plezier in atletiek terug. Ze mag nu mee naar de WK. “Ik behandel haar niet als een vedette, maar gewoon als één van de groep. Dat wil ze ook. Het doet haar goed.” In 1988 had Eikenboom nog problemen met Goossens. Hij zette haar toen als bondstrainer kortstondig uit de nationale jeugdploeg. “We stonden toen lijnrecht tegenover elkaar.” Want hij kan op z'n tijd keihard zijn tegen zijn atleten. “Ik scheld ze soms verrot.”

Eikenboom staat bekend als heel direct. “Ik heb problemen met mijn hart en als ik dingen opzout, is dat slecht voor me”, lacht hij. De trainer heeft een ernstige hartritmestoornis, het gevolg van een virus dat hij als jongetje tijdens de hongerwinter van 1944 opliep. Aangezien zijn lichaam geen kunststof kan verdragen, maakt een harttransplantatie weinig kans bij Eikenboom. Artsen voorspelden dat hij met de juiste medicamenten hoogstens tien jaar zou kunnen leven. Dat is inmiddels zeventien jaar geleden. “En over 25 jaar lach ik nog iedereen uit”, voorspelt Eikenboom. “Ik bepaal zelf wel wanneer ik de pijp uitga.”