De koning ging uit rijden

De tentoonstelling 'Met de koning uit rijden' op paleis Het Loo in Apeldoorn is tot 15 augustus geopend. Ter gelegenheid van de tentoonstelling verscheen bij de Bataafsche Leeuw het boek 'Rijtuigen en sleden in koninklijk bezit' van H. van den Hout en L. Eekhout.

Het Koninklijk Staldepartement is een zelfstandige dienst binnen de organisatie rond het koningshuis die verantwoordelijk is voor het vervoer van de leden van het koninklijk huis over de weg, in de lucht of op het water. Tegenwoordig zijn het vooral auto's en vliegtuigen die ingezet worden, maar vroeger waren dat vooral paarden. Zij werden voor de koets gespannen of trokken de prinsessen en koninginnen in een slede door de sneeuw. Na 1910 resteerde deze taak slechts op ceremoniële momenten of werden ze door de koninklijke telgen zelf bereden.

De stallen van paleis Het Loo zijn deze weken opengesteld voor het puliek en er is een tentoonstelling ingericht. Het stalcomplex bestaat uit twee koetshuizen met er tussin een wasplaats voor de rijtuigen en aan weerszijden een vleugel waar 88 paarden gedeeltelijk in stands, gedeeltelijk in boxen gestald kunnen worden. Jammer genoeg is er op de tentoonstelling geen paard te bekennen, maar wanneer koningin Beatrix op Het Loo verblijft of gasten ontvangt, worden de stallen bevolkt door haar zwarte KWPN-paarden, de Friezen en de rijpaarden. Tussen de stallen en de tuigkamers, voor de koetshuizen, ligt de aanspanplaats met een bestrating van cederhouten blokjes. Hoevengetrappel wordt hierdoor gedimd en de paarden kunnen ook niet uitglijden.

Aan de kleur van het paard herkent men de koningin. Een wit paard vraagt echter om een prins. Hendrik had een eigen schimmelstal en bereed Lippizaner. Een bruin paard kondigde de komst van koningin Emma aan en prinses Wilhelmina reed alleen maar op zwarte paarden. Ook voor de koetsen spande zij alleen maar zwarte paarden. Zij had een lievelingskoetsje: de 'zelfrijwagen' waarop zij door de kroondomeinen reed, terwijl zij zelf de paarden mende. Werd het haar te veel dan gaf zij de leidsels over aan de koetsier die dan achterop kwam zitten en door een kijkgat van de kap van de koets de weg kon overzien.

Koningin Wilhelmina had nog een heel bijzonder rijtuig: de houten tuinwagen uit 1909 waarin zij zich ergens op het landgoed liet afzetten om de rest van de dag te schilderen. Deze omgebouwde mobiele schilderstudio lijkt nog het meest op het rijdende huis van Pipo de Clown en Mammaloe. Binnenin staan nog de schildersezel en de voetenbankjes van de koningin.

De tentoonstelling 'Met de koning uit rijden' geeft een indruk van de grote variëteit in aanspanningen aan het Nederlandse hof. De koetsen staan zo opgesteld, dat de paarden er ieder moment voor gespannen kunnen worden. In werkelijkheid worden de koetsen niet veel meer gebruikt. Prins Willem-Alexander reed bij de opening van de Wereld Ruiterspelen in 1994 nog in de Crème Calèche die door koningin Emma werd geschonken aan koningin Wilhelmina ter gelegenheid van haar inhuldiging in 1898. Het was bedoeld als familierijtuig voor semi-officiële gelegenheden.

Naast rijtuigen staan op Het Loo ook prachtige auto's opgesteld van koningin Emma, Wilhelmina, Juliana en ook een oude Fiat van koningin Beatrix. Achter de auto's staan ook twee zogeheten anti-gas-kinderwagens uit 1940. Deze bakken konden bij eventuele ontploffingen door middel van een glazen klep hermetisch gesloten worden. Ze zijn bewaard gebleven zonder te zijn gebruikt.