Het auteursrecht is alles behalve clement

Er zijn twee werkelijkheden, de juridische - of ambtelijke - en de huis- tuin- en keukenwerkelijkheid van u en mij. Zo zal geen Nederlander, op een paar rigide fanatiekelingen na, de familie Gümüs het land uit willen zetten, en is er geen mens te vinden die meent dat het beter is varkens niet te vaccineren.

Maar de juristen hebben het wel het moeilijkst. Daarom zijn ze ook zo blij met de Auteurswet. Eindelijk een wet met houvast. Geen leugens onder ede van onbetrouwbare verdachten, maar een krachtig heterdaadje: een vette reproductie van het gestolen goed in krant of tijdschrift.

Ook beeldende kunstenaars hebben het niet makkelijk. In tegenstelling tot andere kunsten waarbij een zekere spanne tijds nodig is om het kunstwerk te verhapstukken, wordt een beeldend kunstwerk in één oogopslag geconsumeerd. En beoordeeld. Een beetje lullig voor iemand die een half jaar aan een doek heeft staan schilderen.

Om die pijn te verzachten hebben we daar nu het volgende op gevonden: iedereen die een afbeelding van kunst in de krant durft te plaatsen grijpen we. ledereen die kunst kopieert ook. Voortborduren op het werk van iemand anders: niet toegestaan. Iedereen blij.

Iedereen? Nee, niet iedereen. Neem H.J.A. Hofland. Enige tijd geleden was op de Achterpagina van NRC Handelsblad te zien hoe hij met het flitslicht op zijn camera puur toevallig een foto maakte, die hij zelf toch wel als de knaller van zijn oeuvre beschouwde. Bij door de wol geverfde kunsthistorici ging echter meteen een licht op: waar hebben we dit eerder gezien? En jawel, de authentieke Hofland blijkt een knap vervalste Magritte te zijn. (Het lustprincipe, 1937). Ja maar, ho even: dat gaat zomaar niet. Werk voor de stichting Beeldrecht.

Paul Steenhuis heeft de stichting Beeldrecht in NRC Handelsblad van 4 juli de copyrightmafia genoemd en daar schaar ik me graag achter. Is het niet treffend: uit het oogpunt van bescherming stuurt de stichting een paar 'zware jongens' langs de deur om geld te incasseren. Desnoods mag het iets minder zijn, maar afgerekend wordt er.

Op dit moment bestaan er afspraken tussen de kranten en Beeldrecht over de betaling voor het afbeelden van kunstwerken in de krant. De vraag die daarbij opdoemt is deze: mag je dan wel stelen, als er voor betaald wordt? Het copyright, zo blijkt, is in eerste instantie een verbodsbepaling waarmee je in tweede instantie schatrijk wordt.

Tot zo ver niets nieuws. Maar echt treurig wordt het wanneer Kees Berendsen, de Godfather van bovengenoemd Beeldrecht-syndicaat zijn organisatie in NRC Handelsblad verdedigt (21 juli). Waar de kunstenaar Rudy van de Wint zichzelf in NRC Handelsblad van 16 juli nog als schizofreen portretteerde, daar slaagt deze directeur van de stichting Beeldrecht erin zijn witwasserij van copyrightgelden met een aantal merkwaardige voorbeelden te larderen. “Ontleningen, inspiratie en bewerking zijn toegestaan en worden zelfs beschermd,” zo schrijft hij, “zolang zij geen klakkeloze overname zijn.”

Daar denken de erven van de Kuifje-tekenaar Hergé, om maar eens een dwarsstraat te noemen, totaal anders over. Toen ze bij mij enige tijd geleden op de stoep stonden, claimden ze 100.000 gulden, omdat ik Hergé zou hebben geplagieerd. Natuurlijk heb ik toen meteen de stichting Beeldrecht gebeld. Parodieën mogen toch? Bescherm mij. Maar nee, men kon mij daar niet van dienst zijn: de stiching Beeldrecht zat, naar eigen zeggen, 'in het andere kamp'.

Inmiddels weet ik dat parodieën helemaal niet mogen. In het kader van de veelgeprezen Europese eenwording is het interessant te weten dat vorig jaar het blad Humo door een Belgische rechtbank werd veroordeeld, omdat zij een bijdrage van Kamagurka plaatste, die net als mijn bewerkingen bestond uit een hertekend Kuifje-omslag: een variatie op 'De Geheimzinnige Ster'. Kamagurka noemde zijn creatie 'De Geheimzinnige Bert'. We zien hoe Bobbie zich een hoedje schrikt van Berts hond Bobje.

Kamagurka's vonnis indachtig heb ik zelf daarom eieren voor mijn geld gekozen en een deal met de erven Hergé gemaakt. Er zijn twee werkelijkheden: natuurlijk vindt iedereen dat parodieën geoorloofd zijn - behalve de rechter. Nee, ik kijk wel uit voortaan.

Het zal duidelijk zijn dat dit soort rampzalige ontwikkelingen de beeldende kunst geen goed doet. Ik onderschrijf de stelling van Paul Steenhuis: kunst leidt tot kunst. Als klein jongetje was ik in hoge mate geïmponeerd door alles wat in het Rijksmuseum te zien was. Dat wou ik ook wel. Met tekenen gaat het net als met spreken of schrijven: je imiteert je een ongeluk, in de hoop ooit tot een eigen beeldtaal te komen (in hoeverre, blijft de vraag, weet Hofland nu).

Het auteursrecht is alles behalve clement, en de vraag is wiens schuld dat is. Natuurlijk van mensen zoals de Beeldrecht-directeur Berendsen die als jurist in een geheel eigen wereld leven - maar ook van de kunstenaars zelf, getuige het tweeslachtige artikel van Rudy van de Wint. Hij vindt dat er wel betaald moet worden, maar teveel is ook niet goed. Krentenweger!

Laat iedere kruidenier die aangesloten is bij de stichting Beeldrecht daar afstand van nemen. En laat hij beseffen dat elke publicatie van een kunstwerk niet alleen in het voordeel van de betreffende kunstenaar werkt, maar dat het ook nog eens de basisplicht van iedere kunstenaar is om de samenleving met zoveel mogelijk kunst om de oren te slaan.