Twee Duitse uitgeverijen; Nieuwe lezers, nieuwe Mensen

Gangolf Hübinger (red.): Versammlungsort moderner Geister. Der Eugen Diederichs Verlag. Aufbruch ins Jahrhundert der Extreme. Eugen Diederichs Verlag, 533 blz. ƒ 78,20

Carsten Wurm: Der frühe Aufbau-Verlag 1945-1961. Konzepte und Kontroversen. Harrassowitz Verlag, 271 blz. ƒ 66,70

Is een uitgever een handelaar in bedrukt papier die zijn waar zo lucratief mogelijk aan de man probeert te brengen, of is hij een poortwachter van de beschaving en vervult hij een sleutelrol in de cultuurgeschiedenis?

De Engelse uitgever William Heinemann omschreef zijn vak ooit als een combinatie van accountant en advocaat. Maar, voegde hij daaraan toe, als het vignet van zijn bedrijf wordt geassocieerd met schitterende boeken, dan dient een uitgever een ruimdenkende geest te zijn, zijn vinger stevig aan de pols van de samenleving te houden, te weten wat de wereld in het verleden wist te waarderen, waar het publiek vandaag om vraagt en bovendien wat de smaak morgen zal zijn. Heinemann kon het weten, want zijn uitgeverij stond borg voor een groot aantal klinkende titels.

Twee in Duitsland verschenen boeken voegen daar een dimensie aan toe en plaatsen de uitgever in breder cultuurhistorisch perspectief. Zowel bij het Eugen Diederichs Verlag als bij het Aufbau-Verlag stond niet een fijne commerciële tastzin voorop, maar de vorming van een nieuwe mens. Dat was dan zo'n beetje de enige overeenkomst, want ideologisch stonden ze net zover van elkaar af als een royalist van een republikein.

Over de energieke Eugen Diederichs uit Jena weten we al het een en ander dankzij de studies van Gary Stark, Entrepreneurs of Ideology, en Der Verleger als Organisator van Erich Viehfer. Diederichs behoorde samen met onder andere J.F. Lehmanns Verlag en de Hanseatische Verlagsanstalt tot de neo-conservatieve Duitse uitgevers die een grote invloed uitoefenden op het geestelijk klimaat in Duitsland tijdens de eerste helft van deze eeuw. Twaalf essays belichten in Versammlungsort moderner Geister vanuit verscheidene invalshoeken Diederichs boeiende bedrijf en laten onder meer zien dat aan een uitgeverij meer vastzit dan een winst- en verliesrekening.

Diederichs beschouwde zichzelf als handelaar in cultuur. Hij had een missie. Daarbij was hij een onverbeterlijk romanticus, die de Duitse samenleving rond de eeuwwisseling in verval zag raken. Waar zie je in de grote stad nog het ernstige en verinnerlijkte gelaat van mensen die de rust in zichzelf hebben gevonden en die de beschouwende blik van een Rembrandt of een Goethe hebben, gezichten zoals we die kennen van de doeken van oude Hollandse of Duitse meesters? Men werkt, men amuseert zich, maar men leeft niet, schreef Diederichs in 1913 bezorgd. De wereld was door rationalisering en intellectualisering onttoverd, zoals de socioloog Max Weber het omschreef. Grote boosdoener was ook de techniek, die steeds meer het dagelijkse leven beheerste. Een gruwelijke ontwikkeling in Diederichs ogen en waarop hij een antwoord vond in de vorm van sagen en mythen. Mede beïnvloed door Paul de Lagarde, die met zijn zoektocht naar een Noordse oorsprong van de Duitsers hen een volkse identiteit trachtte te geven, pleitte Diederichs voor een vorming van een heimelijk open 'bond' van neo-romantische krachten die zich teweerstelden tegen het oprukkende oppervlakkige materialisme.

Met een haast sacrale toewijding en tomeloze inzet speelde Diederichs de rol van grote organisator en trachtte hij verschillende groepen intellectuelen bij elkaar te krijgen. Daarom dacht hij bij voorkeur in reeksen, die hij door toonaangevende wetenschappers of politieke publicisten liet redigeren. Je kon bij hem terecht voor de meest uiteenlopende richtingen. Door de socioloog Weber werd de uitgeverij uit Jena dan ook wel schertsend een warenhuis van wereldopvattingen genoemd. Bij Diederichs ontstonden bijvoorbeeld Die Märchen der Weltliteratur onder leiding van Friedrich von der Leyten en Paul Zaunert, Religiöse Stimmen der Völker in handen van Walter Otto en Thule, Altnordische Dichtung und Prosa, verzorgd door Felix Niedner. Maar ook publicaties op het gebied van de reformbeweging, volkstuinen of over de in Duitsland zo populaire lichaamscultuur en ritmische danstechniek. Na de Eerste Wereldoorlog kwam hij in aanraking met rechtse conservatieve revolutionairen in wie hij geestverwanten herkende. Aan hen leverde hij het populaire tijdschrift Die Tat als podium voor hun opvattingen.

Voor de verdere ontwikkeling van zijn uitgeverij was zeker van belang Der Wehrwolf van de in 1914 bij Reims gesneuvelde schrijver Hermann Löns. Deze boerenkroniek bevat enkele bloedige scènes uit de Duitse Dertigjarige Oorlog en werd een cultboek dat door de nazi's de hemel werd ingeprezen als bloed-en-bodem-roman. In 1936 waren bijna een half miljoen exemplaren verkocht. In Nederland verscheen een speciale editie in opdracht van Seyss-Inquart, met houtsneden van de veel voor Diederichs werkende kunstenaar Hans Pape, gedrukt op de persen van Koch & Knuttel in Gouda.

Geïnspireerd door de werken van de Victoriaanse kunstenaar William Morris zocht Diederichs onder de contemporaine avantgarde kunstenaars om zijn boeken te illustreren en vorm te geven. Het resultaat was een veelvoud aan Jugendstil en expressionistische prenten in Diederichs boeken, waarmee hij ook nu nog wordt geprezen als vernieuwer in de uitgeverij.

Eugen Diederichs stierf in 1930, juist toen het volkse denken in Duitsland een hoogtepunt bereikte. Zijn zoons namen de uitgeverij over en loodsten het bedrijf schijnbaar moeiteloos het nationaal-socialisme binnen. Precies in het jaar van Hitlers machtovername bracht de uitgeverij de Deutsche Reihe op de markt, waarin tot 1945 meer dan 150 bijdragen aan de Duitse culturele identiteit werden opgenomen. Een duidelijker knieval voor de Nieuwe Orde was nauwelijks denkbaar. In de jaren onder het hakenkruis werd het fonds beheerst door auteurs als Hans Friedrich Blunck, Ernst Krieck, Otto Gmelin, Edwin Erich Dwinger en Agnes Miegel, allen trouwe leden van de NSDAP.

De historisch-culturele betekenis van het Eugen Diederichs Verlag ligt desondanks vooral in de tijd van het Duitse keizerrijk en de Republiek van Weimar. Na 1933 drukte de uitgeverij nooit meer zo'n stempel op de Duitse cultuur als in de beginjaren.

Een heel ander verhaal biedt de geschiedenis van het Oost-Duitse Aufbau-Verlag. Na de val van de Berlijnse muur in 1989 lukte het om ook de archieven te openen. Een van de eerste ondernemingen die van de Russische militaire autoriteiten in Berlijn een vergunning kregen voor de start van een uitgeverij, was het Aufbau-Verlag. Terwijl de puinhopen van de voormalige hoofdstad nog nasmeulden, stak een vijftal initiatiefnemers de hoofden bijelkaar en smeedde het plan voor een nieuwe uitgeverij.

Ook voor de boekenmarkt had het Stunde Null geslagen: papier was nauwelijks te krijgen en dan nog alleen van zeer slechte kwaliteit. Bovendien stelde het Sovjet-gezag een militaire censuur in en verbood ze vrijwel elk boek dat tijdens het Derde Rijk was gepubliceerd. De aanvankelijke bedoeling van Aufbau was afrekenen met het nationaal-socialisme, ondersteunen van de nieuwe democratie en bevorderen van de verstandhouding tussen de volkeren.

Veel schrijvers die in ballingschap waren gegaan vonden onderdak bij de nieuwe uitgeverij. Zo verscheen van Anna Seghers Das siebte Kreuz, over de vlucht van zeven gevangenen uit het concentratiekamp Westhofen, en van Wolfgang Langhoff Die Moorsoldaten (in Nederland al in 1935 verschenen bij uitgeverij Contact) en van Fallada's Jeder stirbt für sich allein, over de onmacht van de kleine man die door Hitlers staatsapparaat eenvoudigweg werd vermalen. Absolute bestseller was de roman Stalingrad van Theodor Plevier over de vertwijfeling en het zinloze sterven van de simpele Wehrmachtsoldaat. Dit werk verscheen al in september 1945. Eind 1948 bereikte het boek een oplage van 177.000 exemplaren.

Een groot deel van het fonds bestond echter uit Russisiche literatuur, bedoeld als een liefdesbetuiging aan de Sovjet-Unie. Klassiekers als Gogol, Poesjkin, Gorki, Tolstoj, Toergenjev domineerden het boekenaanbod. Uitzondering was het gedicht Der Weg ins Leben van A.S. Makarenko. Van dit hooglied over de opvoeding werden meer dan een half miljoen exemplaren afgezet. Een vitale impuls kreeg Aufbau door de overname van het fonds van emigrantenuitgeverij Aurora uit New York met titels van Bertold Brecht, Alfred Döblin, Lion Feuchtwanger, Oskar Maria Graf en Egon Erwin Kisch.

De eerste jaren van Aufbau verliepen tamelijk gunstig. Dat veranderde pas goed na de oprichting van de DDR, zo maakt Wurm duidelijk. Hij benaderde Aufbau met name vanuit de Oost-Duitse cultuurpolitiek, waardoor een helder beeld ontstaat hoe de uitgeverij tussen droom en daad laveerde. Met de invoering van een planeconomie werd Aufbau gekoppeld aan de staatspolitiek. In 1951 werd het Amt für Literatur und Verlagswesen ingesteld, dat zich niet beperkte tot censuur op boeken en uitgeversprogramma's, maar daadwerkelijk het uitgeversbeleid wilde meebepalen. Uitgevers werden opgeroepen bepaalde thema's door hun auteurs te laten behandelen. Prioriteit lag niet langer bij de economie maar bij cultuurpolitieke doelstellingen. In de praktijk betekende dit dat bestsellers werden gekort en ongewenste, maar ideologisch verantwoorde titels met veel inspanning aan de man moesten worden gebracht. De planeconomie leidde tot een 'productieliteratuur' met overvolle opslagplaatsen.

In de DDR moest een nieuwe mens tot leven worden gewekt en dat begon bij de vorming van een nieuwe lezer. Partijsecretaris Walter Ulbricht verlangde begin jaren vijftig dat er een generatie schrijvers uit de grond werd gestampt die actuele onderwerpen koos, zoals de opbouw van de jonge democratie. Om die schrijvers te vinden ontplooide de overheid talloze initiatieven. Aufbau speelde hierop in met een eigen, gelijknamig, tijdschrift dat de kolommen openstelde voor vers talent. Maar ondanks alle pogingen werd een succesauteur niet gevonden. Bovendien liet het publiek zich niet voorschrijven wat het moest lezen. Alleen met zeer veel moeite konden Russische en Oost-Duitse schrijvers hun lezers vinden, terwijl werken van West-Europese auteurs vrijwel onmiddellijk werden uitverkocht. Boeken van Thomas Mann, Ernest Hemingway, Hermann Hesse en Sartre vlogen over de toonbank.

Het is deze controverse in het ideologisch gestuurde uitgeversbeleid dat Wurm aan de hand van verschillende sprekende voorbeelden blootlegt. De nieuwe lezer kwam er niet. Noch het Aufbau-Verlag, noch leesland DDR, met een traditie van veertig jaar culturele indoctrinatie, kon uiteindelijk een nieuw socialistisch lezerstype creëren, laat staan een nieuwe mens.