Drama schetst corruptie in politiek

Our friends in the north, zaterdagavond, BBC2, 22.40-23.50u.

Het schijnt voor Nederlandse dramamakers lastig te zijn het lot van fictieve personages te verweven met de wereldgeschiedenis: in de door de KRO gemaakte serie Tijd van leven drong de buitenwereld vooral in de vorm van requisieten door, en vorig jaar vroeg de AVRO vergeefs subsidie aan voor een serie waarin de grote gebeurtenissen van de twintigste eeuw werden verbonden met de lotgevallen van één familie. Volgens het Stimuleringsfonds, dat de aanvraag afwees, waren de personages in het ingediende script verbleekt tot 'vehikels' in dienst van een onsamenhangende reeks historische incidenten.

Des te belangwekkender is het dan ook te zien hoe voorbeeldig die combinatie anderhalf jaar geleden tot stand kwam in de BBC-serie Our friends in the north die vanaf vanavond wordt herhaald. Via vier personages komen hier drie woelige decennia uit de Britse politiek voorbij - en wat er intussen met en tussen die vier gebeurt, heeft alles met die geschiedenis te maken.

Aanvankelijk lijkt het, in de eerste aflevering, nog alsof hier voor de zoveelste keer een tienerliefde uit het begin van de jaren zestig wordt verteld, maar al gauw doet de tijdgeest zich gelden.

In onze ogen spelen zich soms werkelijk ongelooflijke episoden af, zoals de corruptie van een linkse Labour-man in Newcastle, de hechte banden tussen de porno-branche en de Londense politie en de dubieuze belangen van een conservatieve minister van Binnenlandse Zaken. Maar alles is in het Verenigd Koninkrijk de afgelopen dertig jaar echt gebeurd, en elke Engelsman zal moeiteloos de ware namen van al die autoriteiten kunnen invullen.

Hoogst openhartig heeft schrijver Peter Flannery de machinaties en mechanismen blootgelegd die tot zulk machtsmisbruik leiden, zonder er een pamflettistische documentaire van te maken. De vier fictieve vrienden in de hoofdrollen (subliem gespeeld door Christopher Eccleston, Gina McKee, Mark Strong en Daniel Craig) zijn mensen van vlees en bloed, die tot in de kleinste details geloofwaardig blijven. Niet toevallig begint Our friends in the north in 1964, toen de jonge Labour-leider Harold Wilson de regering overnam van de Conservatieven die na dertien jaar hopeloos in hun bewind waren verzand. Toen de serie voor het eerst werd uitgezonden, stond Tony Blair met New Labour in de startblokken om het voorbeeld van Wilson te volgen. Er is schrikbarend weinig verschil tussen de leuzen van Blair en de slagzinnen die Flannery doorprikt. Meedogenloos laat hij zien hoe snel destijds ook binnen Labour het rottingsproces begon. Twee van zijn hoofdpersonen - jonge idealisten die de Labour-regering lang niet links genoeg vinden - worden er rechtstreeks door aangetast.

Uitgesproken schrijnend zijn de fel oplaaiende discussies tussen de opstandige Nicky en zijn vader die een traditionele, gezagsgetrouwe Labour-man is. Hoe kunnen die twee werelden ooit vreedzaam binnen één partij blijven bestaan?

Het moet, gezien de politieke lading, een waagstuk voor de BBC zijn geweest zo'n serie te laten maken. Maar het succes was groot.

De desillusies van de laatste dertig jaar, die er zo meeslepend in worden verbeeld, waren voor een groot publiek uitermate herkenbaar.