Mali heeft meer dan genoeg van verkiezingen

Zondag gaat Mali voor de derde maal dit jaar naar de stembus. Eerdere verkiezingen zijn ongeldig verklaard. De oppositie boycot de herstemming en de 'modeldemocratie van West-Afrika' dreigt te verworden tot één-partijstaat.

BAMAKO, 16 JULI. Na een bloedrode zonsondergang pakken zich inktzwarte wolken samen boven de majestueuze Niger. Een paar felle windstoten doen het rode stof in de onverharde straatjes van de Malinese hoofdstad Bamako opstuiven en dan begint het te plenzen. De kuilen in het wegdek lopen in een oogwenk vol met regenwater en het verkeer over de Pont des Martyrs, genoemd naar de slachtoffers die vielen toen de volksopstand tegen de militaire dictatuur in maart 1991 met geweld werd neergeslagen, komt nagenoeg tot stilstand. In het door Russen ontworpen Hotel l'Amitié, één van de weinige hoge gebouwen die Bamako rijk is, doven de lichten en lopen de liften vast.

De eerste regen ontwricht de hoofdstad, maar wekt de dorpen in de Nigerdelta uit hun stoffige sluimering. Het is tijd om gierst te planten. In Mali, één van de armste landen ter wereld, waar hongersnood immer op de loer ligt, draait in het plantseizoen alles om het gewas. De opkomst bij de verkiezingen van zondag zal op het platteland dan ook niet hoog zijn. Maar ook in de steden zullen niet veel Malinezen gaan stemmen. De belangrijkste partijen van de oppositie hebben besloten de verkiezingen van 20 juli te boycotten omdat ze er geen vertrouwen in hebben dat de kieslijsten deze keer wel in orde zijn.

De parlementsverkiezingen van 13 april werden door het Hooggerechtshof ongeldig verklaard wegens “onregelmatigheden” en moeten zondag worden overgedaan. Menig stemgerechtigde stond meermalen op de lijst en hele dorpen moesten het stellen zonder stembussen. De gebrekkige organisatie van de verkiezingen heeft een smet geworpen op het blazoen van de regerende Alliance pour la Démocratie au Mali (ADEMA) en van de in binnen- en buitenland geachte president Alpha Oumar Konaré.

De archeoloog Konaré (51) werd bij de presidentsverkiezingen van 11 mei met een overgrote meerderheid herkozen. In de straten van Bamako hangen nog de affiches met de opwekking Poursuivons ensemble (Laten we samen verdergaan), maar de oppositiepartijen trokken op één na al hun kandidaten terug en dat beroofde Konaré van de morele overwinning. Door de boycot van de herkansing op zondag blijft behalve ADEMA slechts een handjevol kleinere partijen in de race en die zijn alle lijstverbindingen aangegaan met de regeringspartij, zodat er in het parlement straks een kleine en wel heel loyale oppositie rest. Dat maakt ADEMA de facto tot parti unique, geen onderscheiding voor een beweging die ontstond uit het vreedzame verzet van studenten, scholieren en stedelijke intellectuelen tegen de 23-jarige dictatuur van generaal Moussa Traoré. De verkiezingen die Mali tot het paradepaardje van West-Afrika hadden moeten maken, dreigen in het water te vallen, en niet alleen door de regen.

Het sterkste argument tegen de bewering van de oppositie dat de autoriteiten zich op 13 april hebben schuldig gemaakt aan “fraude op grote schaal” is de staat van dienst van Konaré en zijn ADEMA. Zowel de president als de premier, Ibrahim Boubacar Keita - in de wandeling 'IBK' - heeft het in de ogen van veel Malinezen goed gedaan. Toen IBK in 1994 aantrad, maakte hij meteen korte metten met het aanhoudende studentenprotest tegen de personeelsstop bij de overheid. “Daar heeft hij goed aan gedaan”, vindt Moulaye Daniekou, een handelaar in zwart-wittelevisies op de Grote Markt van Bamako. “Alleen kinderen van ambtenaren kunnen studeren en zij willen niets liever dan zelf ambtenaar worden. De gezondheid van de economie interesseert hen niet.”

President Konaré maakte hoogst persoonlijk, door overleg en een beroep op het gezonde verstand, een einde aan de langdurige rebellie van de Toearegs in het noorden van Mali. Bovendien groeide de Malinese economie vorig jaar met 6 procent. Ondanks de devaluatie in 1994 van de CFA franc - waardoor deze munteenheid van Franstalig Afrika met 50 procent in waarde daalde ten opzichte van de Franse franc, waaraan hij is gekoppeld - bleef de inflatie in 1996 beperkt tot 7 procent. Door de devaluatie stegen importgoederen drastisch in prijs, wat hard aankwam bij de stedelijke bevolking, maar de katoen en het rundvlees van Mali, 's lands voornaamste exportproducten, werden concurrerend in West-Afrika. Sekou Bamba, een boer uit de Nigerdelta die in Bamako inkopen doet, maakt een tevreden indruk: “Tegenwoordig kunnen boerenzoons een bruid vinden in de stad, want we staan niet langer bekend als armoedzaaiers.”

Kortom: Konaré en ADEMA hoefden niet te manipuleren om de verkiezingen te winnen. Niettemin valt de regering te verwijten dat ze zolang heeft gewacht met de samenstelling van de kieslijsten.

Toen Konaré het parlement op 3 maart ontbond, was er geen weg terug, terwijl de oppositie er maandenlang op had gehamerd dat men onvoldoende was voorbereid op verkiezingen. Op het allerlaatste moment werd de opstelling van de kieslijsten toevertrouwd aan een particulier consultancy-bureau, geleid door een zwager van president Konaré. De resultaten waren bedroevend. De organisatie van de stembusrace werd in handen gegeven van een Onafhankelijke nationale verkiezingscommissie (CENI), waarin zowel het openbaar bestuur als politieke partijen waren vertegenwoordigd. Met als gevolg dat de commissie een miniparlementje werd, waar het touwtrekken tussen ADEMA en oppositie nog eens dunnetjes werd overgedaan. Buitenlandse waarnemers verwijten de CENI een “overdaad aan ijver” waar het haar onafhankelijkheid betreft. De commissie voorzag zich van eigen auto's en computers en werd zo peperduur. De minister van Financiën morde. Het hele verkiezingscircus, de ronde van zondag incluis, kost het straatarme Mali 45 miljoen gulden, waarvan de gezamenlijke donoren 10 miljoen voor hun rekening hebben genomen.

Als gevolg van de slechte organisatie en de gebrekkige voorlichting was er geen sprake van gelijke toegang tot de stemlokalen voor alle kiesgerechtigde Malinezen. De één dacht dat hij alleen mocht stemmen met een stemkaart, de ander meende dat hij kon stemmen met een identiteitsbewijs en weer een ander dacht dat hij niet eens op de lijst hoefde te staan. De chaos in de stemlokalen heeft zeker niet eenzijdig in het voordeel van ADEMA gewerkt. Een buitenlandse waarnemer bezocht enkele dagen voor 13 april een dorpje in de buurt van Sikasso, in het zuiden van Mali. “Daar hingen alleen ADEMA-vlaggen. Bewoners vertelden me dat men met het dorpshoofd had afgesproken dat iedereen op ADEMA zou stemmen, omdat men blij was met de hoge katoenprijzen. Op de grote dag waren er geen stembussen en heeft het dorp niet kunnen stemmen.”

Het collectief van oppositiepartijen, een waar monsterverbond waarin medestanders van generaal Traoré samenwerken met voormalige opposanten tegen diens in 1991 ten val gebrachte dictatuur, heeft zich vastgebeten in een vijftal eisen. Dat zijn: ontslag van de regering, ontbinding en een accountantsonderzoek naar de boeken van de verkiezingscommissie, opschorting van de verkiezingen “totdat er optimale omstandigheden zijn vanuit een technisch oogpunt”, gelijke toegang van alle politieke partijen tot de staatsmedia en “niet-erkenning van de instellingen die worden geboren uit de in gang gezette verkiezingen”. Dat pakket, waarover men niet wenst te onderhandelen, komt in feite neer op een pleidooi voor een overgangsregering met brede samenstelling. Serge Traoré, een onderwijzer uit Bamako: “Dat is de ware reden waarom de oppositie de verkiezingen van zondag boycot: op 13 april heeft men de stemming gepeild en geconcludeerd dat verkiezingen geen uitzicht bieden op deelname aan de regeermacht. Een boycot en een blokkade van de instellingen wellicht wel.”

Onbetwiste leider van de oppositie is meester Mountaga Tall (40), een topadvocaat die het in de jaren tachtig aan de stok kreeg met het Traoré-bewind. Hij is een directe nakomeling van Hadji Oumar Tall, een Tukulor uit Senegal die in het midden van de negentiende eeuw in Segou, een oude handelsstad in de Nigerdelta, een streng islamitisch bewind vestigde. In april leed Tall een zware nederlaag in zijn traditionele bolwerk Segou en dat heeft hij niet kunnen verkroppen. Een buschauffeur uit Segou, jarenlang een trouwe aanhanger van meester Tall, ziet diens gedragslijn niet meer zitten: “Al heb je dan formeel gelijk, daar mag je de stabiliteit van het land niet aan opofferen. Tall is een knappe advocaat, maar Konaré en de zijnen hebben scholen en apotheken gebouwd. Daar hebben mijn kinderen meer aan.”

Veel Malinezen zeggen de stembusstrijd moe te zijn. Het is met verkiezingen wellicht net als met de regen in de Sahel. Droogte is rampzalig, maar in te korte tijd te veel regen doet de bodem dichtslaan, waarop het water afstroomt zonder de wortels te voeden.