Studiekeuze

Het wordt hoog tijd om hier een studieadvies te geven. De Meester zei: “Als het streven naar rijkdom een fatsoenlijke bezigheid was, zou ik er naar streven, zelfs als ik als portier zou moeten werken. Zoals het is, volg ik liever mijn neigingen.“

Dit is een uitspraak van Confucius die het in Nederland niet tot nationaal devies heeft gebracht. Of misschien is de volgende uitspraak er een typisch Nederlandse variant van: “Laten de knorren maar hard werken, dan zijn ze goed ingewerkt als wij hun bazen worden.“ Studentenwijsheid uit de oude doos. 'Knorren' waren in oude tijden de studenten die geen lid van een studentencorps waren en hard werkten aan moeilijke vakken als natuurkunde, terwijl hun toekomstige meesters feestvierden en een beetje rechten deden. Die knorrenverachters volgden ook hun neigingen: met weinig geestelijke inspanning de baas spelen over anderen. Je zou het misschien het poldermodel van het confucianisme kunnen noemen.

Moeilijke studies zijn nog steeds voor de knorren. Gisteren werd in de Volkskrant de heer Veldhuis, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Utrecht, aangehaald. Hij keerde zich tegen de hypocrisie van overheidscampagnes als Kies exact. “Het establishment redeneert: de samenleving heeft die studies nodig, maar onze kinderen kunnen beter rechten, economie of bedrijfskunde studeren. Daar komen ze straks het verst mee.“ De eerste keus is meestal economie, maar dat blijkt vaak te moeilijk. Dan wordt het rechten en vervolgens bedrijfskunde. Daarna had je ze vroeger nog naar Indië kunnen sturen.

Het is vreemd met die voorkeur van de overheid voor de exacte vakken. Jaar in jaar uit blijkt dat Nederland veel minder geld aan exact wetenschappelijk onderzoek uitgeeft dan de andere rijke landen. Studenten die goed in natuurkunde zijn, beschouwen het al bijna als vanzelfsprekend dat ze later in andere landen zullen moeten gaan werken, omdat er in Nederland geen plaats voor hen is. Aan de andere kant wordt wiskunde er bij onwillige leerlingen ingegoten alsof het wonderolie is. Geert Mak en Abram de Swaan hebben er onlangs op gewezen dat veel leerlingen de beroepen waarvoor ze heel geschikt zouden zijn nooit zullen kunnen uitoefenen, omdat ze struikelen over de wiskunde die ze nooit nodig zouden hebben. Zo is de studie van wiskunde ontaard tot een soort disciplineringsactie, een inwijdingsritueel zoals het verdragen van harde klappen en andere martelingen door recruten in het leger. Wie van wiskunde houdt, moet wel een grote hekel hebben aan campagnes als Kies exact.

Wie van wiskunde houdt, houdt meestal ook van de studies die in de letterenfaculteiten worden beoefend. Dat zijn misschien geen wetenschappen in de zin van Popper, maar het gaat daar wel om echte kennis en geleerdheid. Aan de exacte vakken wordt lippendienst bewezen, maar weinig geld besteed en met de letteren is het nog veel slechter gesteld. Je ziet voortdurend universitaire bijeenkomsten aangekondigd over de plaats van de letteren of de functie van de historici in de moderne samenleving. Treurige noodzaak blijkbaar.

Het is alsof alle vakken waar echt iets geleerd wordt uitgeknepen worden. Geen wonder, als de kinderen van de mensen in leidinggevende posities bedrijfskunde studeren. Wat zou daar eigenlijk geleerd worden? Hoe je de baas moet spelen over de knorren ongetwijfeld.

Een historicus schreef vanochtend in de Volkskrant dat Joop den Uyl in 1982 misprijzend schreef over het 'managerskabinet' van CDA en VVD dat toen aan de macht was. Het was toen blijkbaar al een scheldwoord, managers. In de tussentijd hebben de managers op vele gebieden verschrikkelijk huisgehouden. Ik heb nog nooit iets goeds over ze gelezen. Nooit heb ik zoveel instemmende brieven ontvangen als toen ik een Amerikaanse econoom citeerde die de financiële achteruitgang van de Amerikaanse middenklasse aan de parasitaire managerskaste weet. Hartverscheurende voorbeelden uit de praktijk werden mij toegestuurd.

Ik ging eens kijken op de managementsafdeling van een academische boekhandel. Het grote verschil met de afdeling wiskunde of de afdeling geschiedenis was dat in alle managementsboeken hetzelfde stond. De leer bestaat uit vier, vijf bladzijden die overal een beetje anders aangekleed worden. Soms op New Age-achtige manier. Er was een dik boek dat uitlegde wat de manager van de quantummechanica kon leren, waar uiteraard geen natuurkunde in voorkwam, want echte natuurkunde is voor de knorren.

Er was daar ook een boekje dat een titel had als List en Bedrog of zoiets. Hoe je verzekeringen op kon lichten, restaurants uitvreten, allerlei soorten schelmenstreken die niets met management te maken hadden. Op welke afdeling van de academische boekhandel zou zo'n boekje nou moeten liggen? Met wijs beleid had de staf van de boekhandel de keuze bepaald.

De afgelopen maanden heb ik op de televisie en in de bioscoop twee reclamefilmpjes gezien die duidelijk geïnspireerd waren op de vorige baas van Philips, de heer Timmer. De heer Timmer had, en heeft waarschijnlijk nog, een zeer angstaanjagend uiterlijk. Bovendien gebruikte hij allerlei militaire termen voor de acties die hij voerde. Hij was, zou je kunnen zeggen, het management in persoon.

Voor die filmpjes hebben de reclamemakers twee dubbelgangers van hem gevonden. Of misschien is het twee keer dezelfde, dat valt niet te zien. In ieder geval, wat de Timmer-dubbelganger in die filmpjes doet is niet meer dan dreigend kijken en razen en tieren. In een van de twee weten twee arme werknemers de fabriek te ontvluchten om samen een biertje te drinken. Dit ouderwetse filmpje verbeeldt de hoop op de opstand van het proletariaat tegen de parasitaire heersende klasse. Realistischer is het andere, waarin de manager tot het eind zijn ondergeschikten blijft terroriseren. Je zou toch een dief van je eigen portemonnee zijn als je er niet voor zou gaan studeren om net als hij te worden? Het zijn instructieve filmpjes, al zou het leuker zijn geweest als ze een paar jaar geleden vertoond waren.