'Afspraken EU over werkgelegenheid'

ROTTERDAM, 12 JULI. De landen van de Europese Unie moeten onderling concrete afspraken maken over bevordering van werkgelegenheid, loonmatiging en modernisering van de sociale zekerheid. Dit stelt de directeur-generaal van het ministerie van Sociale Zaken, H. Borstlap, vandaag in een artikel in deze krant.

Volgens hem komen deze zaken dit najaar op de speciale Europese werkgelegenheidstop in Luxemburg aan de orde. Borstlap vindt dat Europa een streefcijfer moet afspreken over de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden. De drie best presterende landen op dit gebied zouden als voorbeeld voor de andere landen moeten dienen. In de Europese Unie zou dan afgesproken moeten worden binnen hoeveel tijd en met welke afwijkingsmarge andere landen hetzelfde niveau bereikt moeten hebben.

Borstlap wijst erop dat vijf jaar geleden in het Verdrag van Maastricht in verband met de invoering van de euro streefcijfers zijn afgesproken over rente en inflatie. Een dergelijke afspraak kan volgens hem ook worden gemaakt over de verhouding tussen inactieven en niet-actieven. Deze zogeheten 'i/a-ratio' wordt in Nederland gehanteerd als norm voor het al dan niet doorgaan van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. In Europa moet iets dergelijks gebeuren.

Borstlap: “Het gaat om de gezamenlijke richting die ingeslagen moet worden wil men vertrouwenwekkend mee kunnen doen aan de monetaire, economische en sociale integratie van Europa.”

De Nederlandse loonmatiging kan ook als voorbeeld voor Europa dienen, meent hij. Nederland heeft “hele goede ervaring opgedaan met lastenverlichting en daarop volgende zeer gematigde looneisen van de vakbonden”, aldus Borstlap.