Elke dag zwaardvis

Zo arriveerden we bij het postkantoor: met een brommer die van ouderdom in elkaar was gezakt. We hadden er meer dan twee uur over gedaan. Als je een brommer achter je aan moet trekken gaat het niet zo snel. De Zeerover en Secundo hadden hun overhemden uitgedaan, het zweet liep over hun ruggen.

'En nu?', vroeg Manuel, toen we voor het postkantoor stonden, 'we gaan toch niet echt naar binnen?'.

We voelden ons niet goed. De hitte, de chocoladetaart die we de hele nacht hadden gegeten en op het laatst hadden we een spul gedronken dat naar de naam Amaro Montenegro luisterde. De eigenaar had er nog zes flessen van staan. Wie in Amerika wil Amaro Montenegra drinken? Wie heeft er überhaupt van Amaro Montenegro gehoord? 'Alles moet op', had Valentina gezegd. We hadden de flessen leeggedronken tot er geen druppel meer van over was.

'We gaan naar binnen', zei Secundo, 'we zijn zo ver gekomen, nu gaan we ook naar binnen.' Met zijn linkerhand deed hij de deur open en met zijn andere hand duwde bij de brommer naar binnen.

Het was een klein postkantoor. Er stonden vier mensen in een rij. Een oude man met een pet liep rond om mensen behulpzaam te zijn. Zijn wangen waren ingevallen en hij liep moeilijk. 'Eigenlijk mogen brommers niet mee naar binnen', zei hij tegen Secundo.

'Deze brommer mag overal mee naar binnen', antwoordde Secundo, 'dit is een heel bijzondere brommer. Hij komt rechtstreeks uit de hel. Nog geen kwartier geleden heb ik er in het vagevuur mee rondgefietst.'

De oude man keek even naar de brommer en toen naar Secundo. 'Aha', zei hij.Toen haalde hij zijn schouders op.

'Wie voor postzegels in de rij staat kan ook bij de automaat terecht', mompelde de oude man, terwijl hij rondjes liep door het postkantoor. Maar blijkbaar stond niemand voor postzegels in de rij.

Secundo ging achterin de rij staan, en wij gingen achter hem staan. 'Wat gaat er gebeuren?', vroeg Manuel.

'Ik weet het niet', antwoordde ik. En dat was de waarheid.

Het duurde heel lang. Een dame moest een pakket versturen en aan de discussies over de inhoud van het pakket kwam geen einde.

Maar eindelijk was Secundo aan de beurt. Hij zette zijn brommer tegen het loket. Achter het loket zat een vrouw. Ook zij zweette. Er was geen glas tussen haar en Secundo. Ze zat er gewoon. Een tijdschrift lag voor haar opengeslagen. 'Goedemorgen', zei Secundo.

'Goedemorgen', zei ze, zonder hem aan te kijken.

'Mijn naam is Secundo,' zei hij, terwijl hij met zijn hand zijn brommer vasthield. 'Ik heb geen bankrekening, geen geldig paspoort en geen vrouw, maar ik heb mijn trots.' Nu keek ze hem voor de eerste keer aan. Aan haar blik kon je zien dat ze dacht, weer een gek. Dat was niet zo verbazingwekkend. Secundo droeg geen overhemd en op zijn gezicht zaten zwarte vegen.

'Ziet u deze brommer?', vroeg hij.

Ze knikte, nauwelijks merkbaar.

'Deze brommer hebben ze me verkocht als een brommer die tienduizend kilometer zou rijden. En weet u wat er gebeurd is? Na vijfhonderd meter is hij van ouderdom in elkaar gezakt.' De oude man liep nog steeds rond en mompelde, 'wie voor postzegels in de rij staat kan bij de automaat terecht.' Het was duidelijk dat hij er niets mee te maken wilde hebben. 'Luister', zei Secundo, 'mijn een na oudste broer is vertrapt onder de hoeven van een paard, omdat hij verzeild raakte in een demonstratie. Hij was een aardappelboer, en hij was naar de stad gegaan om aardappels te verkopen. Maar hij was een sukkel, daarom raakte hij de weg kwijt. En zo belandde hij op het plein waar ze demonstreerden. Zijn aardappelen hebben ze gestolen en hem hebben ze vertrapt onder de hoeven van een paard. Het enige wat over was, was zijn aardappelkar. De volgende dag zijn we naar de stad gegaan om zijn aardappelkar op te halen. We zijn geen familie van demonstranten, begrijpt u, en daar ben ik trots op. Ik heb ze gezegd, hoe konden jullie hem vertrappen onder de hoeven van jullie paarden? Wij hebben met demonstranten niets te maken, ik ben een overvaller en een dief, maar geen demonstrant.'

'Meneer', zei de dame achter het loket.

'Ik ben nog niet klaar', antwoordde Secundo. 'Mijn jongste broer is in een café neergestoken door een dove kwartel. Hij zou de dove kwartel hebben beledigd. Hoe kan je een dove kwartel beledigen? Mijn verloofde heeft me verlaten voor een man met een auto. Mijn buurmeisje is gestorven tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden. Als ze twee maanden hadden gewacht had ze haar twintigste verjaardag kunnen vieren. Mijn moeder is gestorven tijdens de bevalling van de tweeling. Mijn vader wilde niet naar de begrafenis komen, omdat de tweeling niet van hem was. En nu hebben ze mij een brommer verkocht die tienduizend kilometer zou rijden. Tienduizend, onthoud dat. Maak er een aantekening van. En die na vijfhonderd meter in elkaar is gezakt. lk doe mijn beklag'.

'Meneer, dit is een postkantoor', zei de dame.

Secundo sloeg met zijn vuist op het loket, zo dat het hele loket trilde.

'Ik wil mijn beklag doen', schreeuwde hij, 'ik wil een formulier om mijn beklag te doen.'

De oude man mompelde nog altijd, 'wie voor postzegels in de rij staat, kan bij de automaat terecht.'

De mevrouw rommelde wat in papieren en gaf Secundo toen een formulier. Hij keek er een paar seconden naar. Toen schreeuwde hij, 'Dit is een formulier om iets aangetekend te verzenden. Jij denkt ook al dat je me alles kunt verkopen hè. Jij denkt ook al, die is niet goed wijs. Maar ik zeg je, ik blijf hier staan met mijn brommer, tot ik mijn beklag heb kunnen doen. Al moet ik twintig jaar wachten. Ik verlaat dit postkantoor niet tot ik mijn beklag heb kunnen doen.'

Hij sloeg zo hard op het loket dat een gedeelte van het loket afbrak. Op dat moment begon het alarm te rinkelen. Het rinkelde en het rinkelde.

En de oude man mompelde, 'ik moet de deuren sluiten, dat zijn de instructies.' En hij sloot de deuren.

(Wordt vervolgd)