Regels voor 'badplaats van allure' vallen slecht

Vorige week verscheen een nota van de gemeente Den Haag over het strandbeleid voor de komende jaren. Luchtbedden mogen niet en tegels op de terrasjes moeten worden verwijderd.

SCHEVENINGEN, 9 JULI. “Kijk, dit is onze Karel, de grootste crimineel van het strand. Hij is al een paar keer beboet, maar dat kan hem niets schelen. En mij trouwens ook niet, dan drinken we gewoon een biertje minder.” M. van den Berg, eigenaar van het Scheveningse strandpaviljoen Peukie aait zijn hond over de bol. Het zwarte dier kijkt glazig om zich heen en loopt weer naar verboden gebied - het strand.

De gemeente Den Haag, waaronder Scheveningen valt, wil van haar stranden weer badplaatsen van allure maken. Honden en hondenpoep horen daar niet thuis. In de 27 pagina's tellende nota 'Strandbeleid' doet de gemeente een reeks aanbevelingen om “de kwaliteit van het aanzien van het strand te behouden”. In de nota wordt een aanzet gegeven voor het strand van de toekomst, maar het publiek zal nog de kans krijgen om via inspraakrondes invloed op het stuk uit te oefenen.

Enkele duizenden mensen vlijden zich gisteren neer op hun handdoek of in een strandstoel op het Scheveningse strand. Tientallen vlaggen wapperen vrolijk in de wind. De lucht is blauw, de zon is fel. Een groepje jongens werpt elkaar een frisbee toe. Een oudere dame schrikt op als de fluorescerende schijf als een granaat naast haar hoofd in het zand ploft. Een enkeling waagt zich in het water naast de pier. Ondanks het warme weer is het rustig. Geen geblaf, geen gevlieger, geen muziek, geen bootjes, geen luchtbedden. Allemaal verboden. En als het aan de gemeente ligt, wordt het in de toekomst nog veel rustiger op het strand van Scheveningen.

Een kleine greep uit de nota: spelletjes die gevaar voor anderen opleveren zijn in de toekomst uit den boze; honden mogen in de zomermaanden helemaal het strand niet meer op (ook niet na golfbreker 46, waar de dieren nu worden gedoogd); luchtbedden en zwembanden worden uitgebannen en vliegeren mag alleen op een beperkt deel van het strand.

In de zomermaanden houden dagelijks tien strandagenten de bezoekers in de gaten. De bonnenboekjes liggen binnen handbereik, maar doorgaans blijft het bij een waarschuwing als een badgast zich niet aan de regels houdt. Een politieagent, gestoken in een wit politie-T-shirt en een korte broek, tuurt met een verrekijker naar zee. Twee van zijn collega's varen in een rubberboot langs de kustlijn.

“Het is rustig vandaag”, zegt brigadier K. Praagman. Begin juni trok de zon veel publiek naar het strand en moest de politie duidelijk grenzen stellen. “Vóór die periode is er geen politie en heeft iedereen vrij spel. Nog steeds moeten we mensen erop wijzen dat honden hier niet mogen komen. Die verwijzen we naar een ander gedeelte. Ook mag men geen spullen mee de zee in nemen. Dat lijkt misschien raar, maar iemand die op een luchtbed in zee ligt, wordt zo door de stroming meegenomen. Ach, het gaat erom dat alle mensen het hier naar hun zin hebben. Maar als mensen in de toekomst ook hun hond niet meer op een ander strandgedeelte mogen uitlaten, wordt het lastiger. Dan heb je geen mogelijkheden meer om mensen te verwijzen.”

De strandbezoekers lijken zich geen zorgen te maken over de dreiging van de scherpere regels. Maar de 63 paviljoenhouders zien de nota als een zware onweersbui boven zich hangen. Het hout op de buitenterrasjes moet over vier jaar een natuurlijke kleur hebben en tegels zijn niet toegestaan. Strandstoelen mogen niet langer onder een oranje zeil worden bedekt en mogen niet verder dan twintig meter van de plankiers van de paviljoens worden opgesteld.

J.A. Nagtegaal van 't Zeepaardje windt zich op als hij de strandnota op het terras van zijn paviljoen vluchtig doorkijkt. “God”, zegt hij als de opsomming van verboden en vereisten ziet. Naast de witte houten vloer is een stenen paadje aangelegd. “Dat mag dus niet meer in de toekomst. Op de terrasjes buiten mogen geen plantenbakken staan. Waarom, denk ik dan. Het is toch belachelijk dat de gemeente gaat bepalen hoe ik mijn tent moet inrichten?”, zegt de paviljoenhouder, die al negentien jaar in Scheveningen werkt.

Aan de trap achter de boulevard hangen twee kleine menukaarten. “Mag niet. Daar moet ik een vergunning voor aanvragen die me tweehonderd gulden kost. Dat is puur diefstal. Het is bezopen wat de gemeente allemaal wil. Wij zijn al afhankelijk van het weer, maar nu wil de gemeente ook nog eens gaan bepalen hoe we werken”, zegt Nagtegaal.

Ongeveer honderd meter verder zit Van den Berg, secretaris van de strandpachtersvereniging Scheveningen, in zijn zaak Peukie. “Een praatstuk”, noemt hij de nota van de gemeente. “Tegen de tijd dat deze nota moet worden uitgevoerd, is de boulevard misschien wel groen en hoef ik mijn planken niet te verven. De gemeente moet wel reeël blijven. Wie komt er nou midden in de zomer met een strandnota?”

“Karel, kom eens hier”, klinkt het over het terras van Peukie. Om zes uur gaat de politie, die op het strand geen overuren mag maken, naar huis. Een mooie tijd voor de paviljoenhouders om hun hond uit te laten.