Tsjechen zitten niet op NAVO te wachten

Volgende week beslist de NAVO over de toelating van nieuwe leden. Het derde portret in een reeks van drie over de belangrijkste kandidaten voor toetreding: Tsjechië.

PRAAG, 5 JULI. De Tsjechen voelen zich veilig. Ze grenzen niet aan het voormalige Sovjet-rijk, zoals de Polen. Ze hoorden geen geweervuur vlak over de grens in het voormalige Joegoslavië, zoals de Hongaren. Ingebed tussen de grootmacht Duitsland, de buffer Polen, het welvarende Oostenrijk en de voormalige landgenoten in Slowakije hebben de Tsjechen niets te vrezen.

Wat moet zo'n Midden-Europese oase in de NAVO? Veel Tsjechen vragen het zich af, zo blijkt uit de opiniepeilingen. Nergens in de drie nieuwe NAVO-landen reageert de bevolking zo lauw op het bondgenootschap als in Tsjechië. Afhankelijk van de vraagstelling van de peilingen steunt slechts 28 tot 42 procent van de Tsjechen de toetreding tot de NAVO. Een recent onderzoek wees uit dat bij een eventueel referendum veertig procent van de bevolking voor de NAVO zou stemmen. Ongeveer eenderde is tegen, en de rest wist te weinig van de NAVO om een mening te hebben.

In geen van de drie landen is de kloof zo groot tussen politici en militairen, die hun zinnen hebben gezet op het NAVO-lidmaatschap, en een apathische bevolking. De regering van premier Václav Klaus heeft volgens kenners de afgelopen jaren niets gedaan om de Tsjechen voor te lichten over de betekenis van de NAVO, de nationale veiligheid of de kosten van gemeenschappelijke defensie contra een nationale defensie. President Václav Havel, die zich op het diplomatieke vlak zeer heeft ingespannen om Midden- en Oost-Europese landen te verankeren in de NAVO, klaagde volgens berichten binnenskamers over de “kortzichtige bekrompenheid” van zijn landgenoten. De belangrijkste beslissing over de nationale veiligheid in decennia verloopt zonder maatschappelijk debat. De NAVO lijkt in Tsjechië een verzwegen onderwerp.

“De politieke elite heeft zijn energie geheel gestoken in de economie”, meent Jiri Sedivy van het Instituut voor Internationale Verhoudingen in Praag. “Tsjechische politici hebben weinig kennis van internationale verhoudingen en veiligheidszaken, en ze kunnen het niet uitleggen aan de bevolking. Men leed hier onder een zekere zelfgenoegzaamheid: natuuurlijk worden we toegelaten, wij zijn de beste in Midden-Europa. Nu ontstaat er paniek onder de politici, en willen ze plotseling campagnes gaan organiseren en reclamebureaus inhuren om de mensen te overtuigen.”

Toch is de Tsjechische apathie niet alleen negatief uit te leggen, meent Sedivy. “Wij hebben geen wanhopig gevoel dat we de NAVO nodig hebben als bewijs van onze identiteit. Dit is een vrij stabiele samenleving. Wij zijn al teruggekeerd in Europa”.

Een andere oorzaak voor de scepsis onder de bevolking is de geringe waardering voor het leger. De Tsjechen zijn niet vergeten dat het leger toekeek in 1938, toen de Duitsers binnenmarcheerden, en in 1968, toen de Sovjet-troepen een eind kwamen maken aan de Praagse lente. “De Tsjechen hebben al jaren een pacifistische instelling”, verklaart Jan Kavan, woordvoerder buitenlandse zaken van de sociaal-democratische partij CSSD, de grootste oppositiepartij. “Het Tsjechische leger heeft een veel minder glorieus verleden dan bijvoorbeeld het Poolse leger, en wordt veel minder gerespecteerd in de samenleving”. Het is geen toeval dat meer dan zeventig procent van de soldaten volgens peilingen wel voorstander is van toetreding: de NAVO kan zorgen voor eerherstel.

Net als in andere landen in Midden- en Oost-Europa is het Tsjechische leger na de val van het communisme in 1989 uitgekleed. De troepenmacht werd ingekrompen van 200.000 tot 60.000 man, en moet uiteindelijk uitkomen op 55.000. Van de 5.000 tanks bleven er 1.000 over. De post-communistische regeringen voerden, in tegenstelling tot in Polen en Hongarije, ook een ideologische zuivering van het leger door. Het verleden van iedere soldaat boven de rang van kolonel in het - toen nog - Tsjechoslowaakse leger werd onderzocht. Velen die contacten hadden onderhouden met de inlichtingendiensten onder het communistische bewind, verdwenen uit het leger - onder wie 74 generaals en 4.830 hoge officieren. Tegelijk verlieten jongere soldaten massaal het leger, aangetrokken door de veel hogere salarissen in het bedrijfsleven.

Een nieuwe generatie soldaten, meestal opgeleid in het buitenland, hoopt als lid van de alliantie de ballast uit het verleden van zich af te schudden. De ervaringen met de vredesmissie in Bosnië, waaraan de Tsjechen met een bataljon deelnamen, waren daarvoor van groot belang, meent majoor Jaromir Zuna (36), de vice-commandant in Bosnië en thans militair adviseur van de generale staf. “We hebben in Bosnië de toekomst gezien van multinationale operaties. We zijn daar partners van de NAVO-landen. Vroeger waren we deel van het socialistische blok. We konden zelf geen enkele beslissing nemen, alles werd in Moskou besloten. Het Tsjechische leger was niet meer dan een instrument van Moskou. In de NAVO is veel meer samenwerking, en zijn besluiten gebaseerd op overeenstemming. Dat is een enorm verschil.”

Binnen de Tsjechische politiek is de NAVO-toetreding onomstreden. Alle belangrijke partijen, behalve de extreem-rechtse Republikeinen en de oud-communisten, zijn ervoor. Alleen over de vraag of het volk zich erover mag uitspreken, bestaat verdeeldheid. De sociaal-democratische CSSD wil een referendum over het NAVO-lidmaatschap houden, net zoals de Hongaarse regering die een volksraadpleging heeft toegezegd voor 1998. De regering-Klaus, die op een wankele meerderheid van één zetel in het parlement steunt, wijst het idee van een referendum echter af. De regering vindt nationale veiligheid geen zaak voor een referendum: het mandaat van de kiezer bij de parlementsverkiezingen is voldoende. Maar buiten dit officiële argument om zal de regering-Klaus niet helemaal geheel gerust zijn op de uitkomst.

De CSSD heeft tot nu toe geen kans gezien een drievijfde meerderheid in het parlement te winnen voor een NAVO-referendum. De grootste oppositiepartij, die gezien de Klaus-moeheid onder het electoraat een volgende verkiezing kan winnen, is van mening dat Tsjechië geen nucleaire wapens en buitenlandse troepen op zijn grondgebied moet toelaten, hetgeen de NAVO op dit moment overigens niet van plan is. “De NAVO heeft in de overeenkomst met Rusland geen harde garantie gegeven dat zij geen nucleaire wapens en troepen in de nieuwe landen zal stationeren als de veiligheidssituatie verandert”, zegt CSSD-woordvoerder Kavan. “Dit baart de Tsjechen de meeste zorgen. Wij willen een status binnen de NAVO die vergelijkbaar is met die van Denemarken en Noorwegen.”

Mocht het referendum er ooit komen, eventueel onder een nieuwe regering, dan is er volgens de sociaal-democraat Kavan een grootscheepse campagne vooraf nodig om de bevolking te informeren. Anders kan de Tsjechische scepsis in het stemhokje wel eens worden omgezet in een internationale blamage. “Zonder een goede voorlichtingscampagne ben ik er niet van overtuigd dat de Tsjechen voor de NAVO zullen kiezen. Het zou wel eens een dubbeltje op z'n kant kunnen zijn.”