Vlaamse musici in subtiel onderonsje tussen Let en Rus

Concert: I Fiamminghi o.l.v. Rudolf Werthen. M.m.v. Bruno-Leonardo Gelber, piano. Werken van Vasks, Haydn en Sjostakovitsj. Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 3/7.

'Oltremontani' werden ze genoemd of 'Fiamminghi', de musici uit de Lage Landen die van over de Alpen kwamen om hun succes te beproeven in het renaissancistische Italië. I Fiamminghi heet ook het gezelschap van dirigent Rudolf Werthen dat vijf jaar geleden door de Vlaamse regering werd aangesteld tot Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen.

Dit cultureel ambassadeurschap zal met name zijn terug te voeren op de doorgaans solide kwaliteit van het orkest; als advocaat van Vlaamse componisten werpt I Fiamminghi zich niet op. In de programma's die het orkest de komende maanden in het Concertgebouw zal brengen, nemen juist componisten uit de voormalige Sovjet-Unie een prominente plaats in. Het zomerconcert van gisteren was het eerste van de kleine cyclus die I Fiamminghi de komende maanden in Amsterdam geeft, en ook in dit programma maakten de Oosteuropeanen de dienst uit.

Musica dolorosa van de Let Peteris Vasks (1946) is een soort muzikale salmiakbal. Beginnend vanuit één aangehouden toon zuigt Vasks met een zoete welluidendheid aan het snoepje totdat licht wrange samenklanken als salmiak door de zoetigheid heendringen, waarna een smaakbepalend mengsel van zoet en zout de compositie ten einde voert. De beperking van de muzikale middelen en de verstilde sfeer bij Vasks zijn in de verte verwant aan de muziek van Sjostakovitsj, van wie het Vijftiende strijkkwartet werd gespeeld in een bewerking voor strijkorkest. Sjostakovitsj beschikt echter over veel meer brille en zeggingskracht dan Vasks. In zijn in zichzelf gekeerde latere werken heeft Sjostakovitsj steeds minder bombast en omhaal van noten nodig om tot de kern te komen. De verstilde, broze sfeer werd door I Fiamminghi goed getroffen. Subtiel werden de tonen als estaffetteblokjes aan elkaar doorgegeven; de cello-soli werden omzichtig gecadreerd door de overige strijkers.

Temidden van dit onderonsje tussen Vasks en Sjostakovitsj vormde Haydns Pianoconcert in D een wat geïsoleerd eiland. Solist was de in 1941 geboren Bruno-Leonardo Gelber, een pianist van het grote klassieke en romantische repertoire. Toen hij een jaar of zeven was, werd hij getroffen door kinderverlamming, een ziekte die nog altijd zijn wandelpas tekent. Gelber soleerde al op vijftienjarige leeftijd onder Lorin Maazel en vervolmaakte zijn spel in Parijs, waar hij de lievelingsleerling werd van de legendarische Marguerite Long. In 1960 was Gelber het middelpunt van een schandaaltje doordat hij als gedoodverfde winnaar van het Marguerite Long Piano Concours slechts de derde prijs in de wacht sleepte - een affaire waarover menigeen schande sprak, maar die tegelijkertijd in hoge mate bijdroeg aan zijn bekendheid in Europa.

Op papier leek de samenwerking tussen Gelber en I Fiamminghi kortom veelbelovend, maar al gauw werd duidelijk dat er tussen beide een 'incompatibilité d'humeurs' bestond. Het orkest zette licht en soepel de toon, maar Gelber kon op de moderne en dominante vleugel geen equivalent hiervoor vinden. Zijn spel vertoonde rommelige momenten en dirigent Rudolf Werthen had niet altijd een pasklaar antwoord op Gelbers wulpse tempowisselingen.