De dandy van wespentaille tot vlinderbril

Tentoonstelling: De Dandy - mode, kunst en literatuur. T/m 31 aug, Museum Het Paleis, Lange Voorhout 74, Den Haag. Di-zo 11-17u.

Voor Oscar Wilde was de toekomst aan de dandy. Met de tentoonstelling De Dandy - mode, kunst en literatuur in het Museum Het Paleis in Den Haag plaatsen de samenstellers John Sillevis, hoofdconservator van Het Paleis, Ietse Meij, conservator Kostuumafdeling van het Haags Gemeentemuseum, en het Parijse (mode-)ontwerpersduo Arnold van Geuns en Clemens Rameckers (Ravage) de dandy in een historisch perspectief.

George 'Beau' Brummell (London, 1778-1840), een trendsetter in kleding en etiquette, die bevriend was met koning George IV van Engeland, wordt gezien als de vader aller dandy's. Vanaf Brummell - een consul in Caen, die berooid, verschopt en krankzinnig eindigde in een inrichting - loopt de lijn door tot de zwarte vleugelbril en een paar afgetrapte halfhoge zwarte puntlaarzen van Jules Deelder.

Over de dandy als levenshouding van alle tijden en culturen gaat de tentoonstelling dus niet. We krijgen een kijkje in de wat verschoten garderobe van baron R.F. van Heeckeren-van Wassenaer en we kunnen ons vergapen aan een schitterende toiletkoffer met veel flesjes en borsteltjes van de Londense firma Mappin & Webb. Ravage brengt grote schilderijen met paarden, gewonden en kreupelen (verpleging is de rigueur) en er staan enkele door hen ontworpen meubelstukken en serviesgoed, dat rijkelijk gedecoreerd is met vrij grove motieven uit de klassieke oudheid. Wat dit met dandyisme te maken heeft blijft in het vage.

In vitrines liggen opengeslagen boeken met zinnen waarin soms een keer of acht de woorden 'ik', 'mij' en 'mezelf' voorkomen. Aan de wanden hangen gefotografeerde en geschilderde portretten van uiteenlopende figuren als Dandy Warhol, Robert Wilson en natuurlijk Gilbert & George, het kunstenaarsduo dat zichzelf veelvuldig als sculptuur heeft gepresenteerd.

Op modetekeningen uit de negentiende eeuw zien we keuvelende heren - meestal gedrieën - met wespentailles en hoge hoeden. Uit de recente jaren zestig en zeventig worden vlotte schetsen gepresenteerd van Constance Wibaut en René Gruau en hippe stropdassen met Op-Art motieven. In de, overigens zeer informatieve, catalogus is onder meer een foto uit 1982 opgenomen van de in dat jaar overleden Haagse galeriehouder en Couperus-kenner Albert Vogel.

Wie of wat een dandy is, is talloze malen gedefinieerd. Baudelaire, een propagandist van het dandyisme, omschreef de dandy als de tegenpool van de 'natuurlijke' en daarom zo 'afschrikwekkende' vrouw: 'Een vrouw heeft honger en ze wil eten; dorst en ze wil drinken. Ze is geil en wil genaaid worden. Wat een verdienste! De vrouw is natuurlijk, dat wil zeggen ontzettend.' De dandy daarentegen is every inch cultuur. Misschien valt Baudelaire's minachting voor de vrouw enigszins te verklaren uit de verstoorde band met zijn moeder. Dat zij zijn stiefvader trouwde, die hij grondig haatte, heeft hij haar nooit vergeven.

Met schilderkunst en literatuur zelf, zo valt uit de tentoonstelling op te maken, is de dandy moeilijk te illustreren. De dandy-kunstenaar heeft geen voorkeur voor een bepaalde stijl.

Het meest karakteristieke schilderij dat op de tentoonstelling het thema verbeeldt, is een portret uit 1897 van de dichter criticus Robert de Montesquiou, geschilderd door Giovanni Boldini. De man, gestoken in een elegant grijs pak met stok en een puntige snor, is met groot gemak geschilderd in een penseelstreek die superioriteit uitstraalt.

Misschien gaf het modernisme, de dominerende kunst van de twintigste eeuw die haar eigen regels stelde, de regelzieke dandy de doodsteek.

In de nieuwe tijd konden figuren als Dalí of Picabia alleen nog maar dandy-met-een-knipoog zijn. Langzaam maar zeker zou de dandy als een zichzelf conserverend kunstwerk dat het beste al pratend en bewegend bekeken kan worden, haar publiek verliezen, en daardoor verdween het fenomeen uit het gezicht.

Jammer, want liever nog dan hun producten - hun merknaam Ravage moet de klassieke dandy een gruwel zijn - komen we natuurlijk het Parijse ontwerpersduo Van Geuns en Rameckers zelf in levende lijve tegen op de tentoonstelling. Welbespraakt, welriekend en in dezelfde soevereine pose als op de foto, als het even kan.