Zeus und Elida van Stefan Wolpe in verlate première

Concert: Schöne Geschichten & Zeus und Elida, opera's van Stefan Wolpe door de Ebony Band en Cappella Amsterdam o.l.v. Werner Herbers. Scènische leiding: Leonard Frank. Gehoord: 28/6 Westergasfabriek Amsterdam.

“Als je het met iedereen doet, krijg je syfilis”, zingt de wereldwijze Elida in de opera Zeus und Elida van Stefan Wolpe. “Syfilis”, antwoordt Zeus, “wat een betoverend woord! Het roept de herinnering aan de sylfiden, aan vrouwelijke luchtgeesten in mij wakker.”

In Wolpe's mini-operaatje, dat dit weekeinde in het Holland Festival door de Ebony Band werd uitgevoerd, is Zeus pardoes op de Potzdammer Platz in Berlijn beland om er een nieuwe liefde te zoeken. Deze vindt hij in de prostituée Elida. Maar tussen Berlijn en de Olympus, tussen syfilis en sylfiden zogezegd, gaapt een onoverbrugbare kloof.

Zeus und Elida speelt zich af ten tijde van het opkomend nationaalsocialisme, dezelfde tijd (1928) waarin deze 'Zeitoper' werd geschreven. Componist en tekstschrijvers konden op dat moment hooguit een slag slaan naar wat er in de jaren daarna zou gebeuren, maar de voorspellende waarde van de cynische teksten over het toekomstige, repressieve bewind is saillant. Hitler figureert al en aan het eind wordt het plein op last van de overheid ontruimd. Toch is het vooral de kennis van het verloop van de geschiedenis die deze opera een loodzware ondertoon geeft; de broeierige sfeer de cabaretekse muziek zijn in de eerste plaats onderhoudend.

Stefan Wolpe zelf ontvluchtte zijn geboorteland bijtijds. Als communist en jood, die ook nog eens atonaal frivole, en dus 'entartete', muziek schreef, zou Wolpe uitwijken naar Palestina en later naar de Verenigde Staten, waar hij een gezocht docent werd. Zijn muziek heeft een schil van krakkemikkerigheid, waar je doorheen moet bijten om bij het sappige en razend knap geconstrueerde vruchtvlees te komen.

Wolpe bedient zich van vormen en ritmen die in de amusementsmuziek uit die dagen populair waren: de foxtrot, de csardas, jazz of blues. Zijn stekelige, kortademige idioom blijft echter allesoverheersend. Voegt Wolpe in Zeus und Elida nog tonale passages met net-niet citaten toe, het mini-operaatje Schöne Geschichten (1929) - een aaneenschakeling van scènes vol joodse humor en levenswijsheid - wordt geheel begeleid door een tegendraads schokkend 'jazz'-ensemble.

Met Franziska Hirzel (Elida), Michael Kraus (Zeus), Harry van der Kamp (o.a. Staatsanwalt), en Hans Aschenbach en Romain Bischoff in Schöne Geschichten waren de moeilijke zangpartijen van beide opera's zeer behoorlijk bezet. Leonard Frank (Gijs de Lange bleek opeens niet meer als regisseur in het programma voor te komen) heeft zijn aandacht in de semi-scènische regies hoofdzakelijk bepaald tot een aankleding van Zeus und Elida met staalkabels, scheefhangende lichtkrant, bouwputten en roaring twenties-meisjes. Schöne Geschichten bleef veel klinischer van uitstraling, wat toch een beetje een gemiste kans is.

Werber Herbers, grootmeester in het opsporen van kleine meesters, loodste zijn Ebony Band en de Cappella Amsterdam bevlogen door de complexe partituren. Schöne Geschichten voerde hij al eerder uit, Zeus und Elida beleefde hiermee, bijna zeventig jaar na dato, een verlate première. Al wordt de kijk op de muziekgeschiedenis er dan niet wezenlijk anders door, Herbers breekt terecht een lans voor deze fantasievolle componist. Het is te hopen dat een creatief regisseur eens met Wolpe's stukken aan de gang gaat.