Wilson ontroert met Hamlet-verhaal

Holland Festival. Voorstelling: Hamlet, A Monologue. Naar William Shakespeare. Van en door Robert Wilson. Muziek/geluid: Hans-Peter Kuhn. Licht: Andreas Fuchs. Gezien: 28/6, Muziektheater, Amsterdam. Nog te zien: 30/6 aldaar. Inl. 020-6255.455

Afstandelijk en oogverblindend wordt het theater van de Amerikaan Robert Wilson doorgaans genoemd en daar is alle reden voor. Hij maakt prachtige kijkdozen, vol verrassende, vaak uitsluitend met behulp van licht gecreëerde vergezichten en bevolkt door acteurs die poseren als standbeelden, kreten slaken en zich zo nu en dan wagen aan malle danspasjes. Rekwisieten zijn er niet ter ondersteuning van hun spel, maar als esthetische elementen, als beeldende kunst, die vanwege de vorm en de mooie lijnen een autonome functie hebben. Letterlijk vaak, want een onzichtbare hand schuift ze heen en weer over het toneel, geraffineerd uitgelicht uiteraard en begeleid door bij voorbeeld krakende geluiden.

Wilson, uitvinder van de traagheid op het toneel, heeft tijdens dit Holland Festival en vorige maand in het Amsterdamse Muziektheater verschillende facetten van zijn kunnen getoond. Time Rocker was een musical, La maladie de la mort, met Lucinda Childs en Michel Piccoli en naar Marguerite Duras, bewees dat zijn plaatjes zich uitstekend met een psychologisch geladen tekst laten combineren en in zijn laatste presentatie - alleen vanavond nog te zien in Het Muziektheater - treedt de duivelskunstenaar zelf op in de solo Hamlet, A Monologue naar Shakespeare.

De vertrouwde kwalificaties zijn deze keer niet helemaal van toepassing. Het immense toneel biedt vooral in het begin een schrale aanblik, met slechts in het midden een donkere rotsformatie, waarop Wilson, liggend in een vreemde onhandige houding, met éen opgeheven been afgetekend tegen het witte achterdoek, zijn eerste woorden zegt. Vanaf het begin is er ook de intimiteit van de enkele verteller die het publiek in vertrouwen neemt.

Wilson vertelt het Hamlet-verhaal vanuit zijn graf, in retrospectief, met minimale en lang niet steeds even begrijpelijk gestileerde illustratie van de handeling.

Zijn medespelers zijn wederom licht en geluid, die zijn woorden op een ongelooflijk knappe manier ondersteunen, steeds precies op het juiste moment. De gebruikelijke toonloosheid heeft plaatst gemaakt voor mooie schakeringen in zijn stem: hij kermt, fluistert, schreeuwt en piept, met een grappige kopstem en zo nu en dan raken zijn ledematen verstrikt in de aanzet van een dansje.

Geestig is hoe hij tijdens het relaas van de eeuwige trouw die zijn moeder aan zijn vader zwoer (om hem niettemin te laten ombrengen door haar minnaar) op de vederlichte klanken van een harp rozenblaadjes sprenkelt op een mini-grafzerk en vertederend is hoe hij aan het slot de kleren van alle figuren uit hun kist tovert en aan den volke toont.

Vertedering en ontroering brengt Wilson deze keer teweeg, niet zozeer door het Hamlet-verhaal, maar doordat het grote kind dat hij is zo ijverig al zijn speeltjes tentoon spreidt. Heel precies in het centrum van een lichtvlek, natuurlijk.