'We willen wel eens een beetje miepen'

VIP-chauffeurs zijn altijd onmiddellijk beschikbaar. Dus blijven ze dicht hun auto's. Vaak urenlang. Protocol, geintjes en de route repeteren: samenkomst in de luwte van een EU-vergadering.

Dit is voor hen een nieuwe plek. Dat maakt ze gespannen. Dus: in gedachten maar weer eens de route van straks rijden, als het in colonne dit zwaarbewaakte terrein af gaat. Nog eens controleren of dat bruggetje verderop geen obstakels heeft. Want een internationale ministersstoet moet altijd blijven rijden - stoppen maakt kwetsbaar voor aanslagen.

Afgelopen vrijdag: het laatste evenement in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie. Twaalf EU-kandidaten uit Midden- en Oost-Europa krijgen in Amsterdam een toelichting van premier Kok op de resultaten van de Eurotop. Bas van der Linden (37) is hier als chauffeur van Kobus van der Velden, de chef Protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hans van den Reiden (52) chauffeert Ioannis Cassoulides, de minister van Buitenlandse Zaken van Cyprus.

Van der Linden: “ Het beste verblijf voor ons is: dicht bij de DKDB'ers.” Dat zijn de leden van de Divisie Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging. Ze houden elkaar op de hoogte van aanpassingen in het programma. Voorts heeft iedere chauffeur hier 'zijn' motoragent, die in de stoet voor hem uit zal rijden. Die is vooralsnog ook aan deze plek gebonden. Van der Linden heeft een vrouwelijke. Met rugpijn. Hij pak haar, geintje, even beet voor een massage. “Ja. We willen wel eens melig worden. Beetje miepen”, zegt Van der Reiden. “Van dat rondhangen zak je in. Maar als ik weet dat ik om 12 uur ga rijden, dan ben ik om 11.45 weer scherp.”

Waar het protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken geldt, hebben chauffeurs zo hun eigen erecode - wees immer discreet, nooit te beroerd een attachékoffer te dragen en vooral: ben altijd onmiddellijk beschikbaar. Dus blijven ze zo dicht mogelijk bij hun auto.

Ze zijn full-time chauffeur, gespecialiseerd in VIP's. Hans van der Reiden doet het al 29 jaar en staat nu, zoals hij het noemt, 'bovenaan het laddertje'. Een beginner haalt eens een pakje bij Buitenlandse Zaken op, of vervoert de bagage van een hooggeplaatste gast. Pas daarna volgt een persoon. Ervaren chauffeurs als zij rijden in een stoet vooraan. Ze rijden het beste 'defensief': ze weten vooruit te kijken, rode stoplichten te negeren en exact die paar meter afstand tot andere auto's te bewaren. Desnoods wijken ze van de route af om niet halt te hoeven houden. Ze zijn gescreend op betrouwbaarheid. En geen stap kunnen ze verzetten of ze worden door security in de gaten gehouden. Dat went, zeggen ze.

Een goede chauffeur, vindt Van der Reiden, kijkt niet te vaak op zijn horloge. Al staat hij een dag lang te wachten. Hij “mag graag dingen regelen” in de tussentijd. Dan zorgt hij dat alle auto's in een nette rij staan, in de juiste volgorde voor het vertrek. Hij controleert of de benzinetanks zijn bijgevuld. Of ze gaan samen in de auto zitten. Uren praten. Over werk meestal maar, bezweren ze, nooit over zaken die hun VIP's onderweg bespreken. “Het meeste, daar begrijp je toch geen bal van”, zegt Van der Linden. Vaak spelen ze ook kaart.

Tijd om weer eens naar de lucht te kijken. Van der Reiden: “Als het regent pak je je parapluutje uit de kofferbak en stel je je eigen een beetje dienstbaar op.”

Van der Linden: “Je houdt dat ding dus boven je minister, niet boven jezelf. Dan maar nat.”

Van der Reiden: “Dan denk je: de bofferds staan weer eens vooraan. En ik sta er weer achter.”