Van stille knecht tot onderkoning

Morgen treedt dr. H.D. Tjeenk Willink aan als vice-president van de Raad van State. Hij is de eerste PvdA'er op die post. Portret van een prudente sociaal-democraat.

De attributen van zijn macht zijn bescheiden: een vlakgom en twee scherp geslepen potloden. En een klein formaat hamer, die hij geacht wordt niet te gebruiken.

Wie wil zien waar de vice-president van de Raad van State zijn macht uitoefent, moet binnensluipen in een zeer afgesloten omgeving, de vergaderzaal van de Raad van State aan het Binnenhof. Aan het hoofd van een imposante ovale tafel ziet de indringer een stoel, waarvan de rugleuning duidelijk groter is dan de andere. Daar zetelt dus de figuur die zo hardnekkig wordt aangeduid als De Onderkoning. Mis, hier troont heel af en toe de Koningin als ceremonieel voorzitter van de Raad. Een zilveren inktstel met haar inscriptie prijkt op het tafelblad.

Links van het inktstel liggen vlakgum, potloden en de kleine hamer. Vice-president staat met gouden letters op de doorschijnende onderlegger. Pas overmorgen heeft Herman Diederik Tjeenk Willink (55) toegang tot dit domein. Want de Volle Raad, zoals de besloten bijeenkomst van de Raad van State plechtig heet, komt nu eenmaal alleen op woensdag bijeen.

“Ik loop al heel lang mee, maar altijd aan de rand”, typeerde hij nog onlangs zijn eigen staat van dienst. Voorzitter van de Eerste Kamer, regeringscommissaris, raadadviseur van verschillende minister-presidenten en secretaris bij kabinetsformaties is hij inmiddels geweest. Op het snijvlak van politiek en bestuur functioneert hij al meer dan een kwart eeuw aan het Binnenhof. Morgen stapt hij binnen op Binnenhof 1 in een functie die tegelijk invloedrijk en aanzienlijk is. “Je kunt zeggen dat dit zijn eerste echte baan is. Mooi toch”, ironiseert een van zijn vrienden.

Elf jaar geleden knakte zijn carrière. Zijn taak als regeringscommissaris (voor de reorganisatie van de rijksdienst) was ten einde en een nieuwe functie diende zich niet direct aan: hij was negen maanden werkloos. Een kennis ontmoette hem in die periode een keer op het Binnenhof, waar Tjeenk Willink richting Algemene Zaken liep. “Daar werk je toch niet meer, Herman?” “Nee, maar de secretaresses werken soms iets voor me uit. Ik kan niet typen.” Hij zei het zonder een spoor van gêne.

Herman Diederik Tjeenk Willink is de tiende generatie van een patriciërsfamilie: een geslacht met wapen, stamboom en maatschappelijk aanzien. Zijn grootvader was in Deventer directeur van de koloniale landbouwschool, zijn vader was er directeur van de gasfabriek. Zelf keert hij er nog regelmatig terug. Vorig jaar onthulde hij een beeldje van de 19de-eeuwse humanist Johannes van Vloten; volgend jaar treedt hij op bij de herdenking van de 500ste sterfdag van de naamgever van zijn gymnasium, de vroeg-humanistische pedagoog Alexander Hegius.

Hij is het type van de geboren voorzitter. Op het gymnasium in Deventer leidde hij de gymnasiastenbond; in Leiden was hij als student praeses facultatum, voorzitter van de gezamenlijke faculteitsverenigingen. Maar zijn eerste vertegenwoordigende functie was die van klassenoudste in gymnasium 1. Met klasgenote Liesbeth Holthuis. Zij: “Het was een rustig en vriendelijk jongetje. Wel heel zeker van zijn zaak en ook een beetje eigenwijs.”

Waar studeert een Tjeenk Willink: in Leiden. “Utrecht, daar ging je niet heen. Dat was voor de adel, te deftig. Het patriciaat, de gegoede burgerij ging naar Leiden”, vertelde hij vijf jaar geleden aan het blad voor afgestudeerden van de Leidse Universiteit. Het waren niet zijn meest gelukkige jaren. Bij zijn aankomst in 1960 was het corps nog de dominante kracht, met groentijd en veel studentenjool. Hij onttrok zich er grotendeels aan. “Ik voelde me niet thuis in dit Haags-Rotterdamse gezelschap”, kijkt hij er dertig jaar later op terug.

Inderdaad, de doorgewinterde corpsstudenten vonden hem 'oorverdovend saai'. “Ik geloof niet dat ik hem ooit dronken heb gezien”, zegt een jaargenoot. Manuel Kneepkens, de Rotterdamse dichter-politicus: “Als toen tegen ons was gezegd dat hij vice-president van de Raad van State zou worden, hadden we daar niet gek van opgekeken. Als het nachtclubeigenaar was geweest, hadden we gezegd: 'foute keus'.”

Hij stond in Leiden aan de rand van het corps, maar daardoor was hij juist de geschikte figuur om de faculteitsverenigingen te leiden. Hij vond het 'heerlijk' om te doen. Roel in 't Veld, hoogleraar bestuurskunde, en een jaar eerder in Leiden aangekomen: “Praeses facultatum was niet zomaar een functie, maar een belangrijke stem in iets heel mystieks, de civitas-gedachte”. De voorzitter kon trouwens nog zijn eigen opvolger kiezen. Na Tjeenk Willink kwam Kees Schuyt, de latere hoogleraar sociologie, en na hem Jan Karel Gevers, tegenwoordig bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam. In 't Veld: “Een interessant rijtje, allemaal PvdA'ers en allemaal mensen die later een publieke rol zullen spelen.”

Tjeenk Willink zal eerst nog een plek in de schaduw vervullen. Als adviseur van anderen. Twee personen spelen daarin een belangrijke rol. Hans Daalder, hoogleraar politieke wetenschappen in Leiden, neemt zijn wetenschappelijk medewerker Tjeenk Willink in 1970 mee als hulpje voor een commissie die op voordracht van minister-president Piet de Jong moest adviseren over herschikking van departementale taken. Daalder: “Zijn ogen glinsterden toen ik hem de brief liet zien. Ja, hij had toen al een fascinatie voor het openbaar bestuur.” Barend Biesheuvel, de anti-revolutionaire premier, haalt Tjeenk Willink in 1972 naar Algemene Zaken. “Mijn secretaris-generaal zei: 'die moet je inlijven, daar kunnen we veel plezier aan beleven'.”

Op Algemene Zaken werd Tjeenk Willink de adviseur par excellence. 'De grote stille knecht', zoals Jan Terlouw, de toenmalige leider van D66, hem december 1977 aan het einde van een slopende kabinetsformatie in een Sinterklaasgedicht typeert. Terlouw: “Hij zat er steeds zo stil en werkte toch zo gestaag”. En zo dichtte Terlouw: Hij was getuige van het grote treffen, van de verwarring, van de verstarring. Hij had zijn voorkeur, maar zijn blik bleef effen.

Die voorkeur sloeg op Joop den Uyl, als wiens rechterhand Tjeenk Willink op Algemene Zaken functioneerde. Hij was de vertrouweling van de PvdA-premier zonder zijn integriteit als civil servant te verliezen. Ze waren allebei workaholic, regelmatig werkten ze ook na de avond door. “Dan reden we in mijn Renault 4 naar het Catshuis, Den Uyl dommelend voorin. Achterin twee tassen met dossiers die tussen twaalf uur 's nachts en 7.30 uur 's morgens toch nog allemaal moesten worden doorgenomen”, vertelt hij in de bundel 'Herinneringen aan Den Uyl'.

In 1982 wordt de stille knecht een zelfstandig optredende figuur. PvdA-minister Ed van Thijn benoemt hem tot regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst. Het wordt geen succes. Van Thijn verdwijnt al snel als minister en de VVD'er Koos Rietkerk heeft weinig op met de in zijn ogen vage adviezen. Tjeenk Willink wordt daarna gehinderd door ambtelijke chicanes en mist nog langer support in de ministerraad. Joop van den Berg, hoofddirecteur van de VNG: “Han Lammers heeft wel eens gezegd: 'hij is een hele goeie, maar de ambtenaren zijn niet bang van hem.”' Hans van der Voet, oud-hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst en voormalig collega op Algemene Zaken: “Hij miste een zekere lompheid. Voor dit soort werk heb je een Vonhoff-achtige robuustheid nodig.”

Bestuur en politiek, Tjeenk Willink was er al vroeg door aangestoken. Zijn tante, Martina Tjeenk Willink, was na de oorlog 23 jaar lid van de Eerste Kamer voor de PvdA en lange tijd ook de enige vrouw in de Senaat. Een stevige dame met een sociale inslag: in 1956 wordt ze gepolst voor het ministerschap van CRM (de post gaat later naar de KVP-politica Marga Klompé) en met de toenmalige regentes prinses Juliana en mejuffrouw Marianne van Tellegen, directeur van het kabinet der koningin, behoort ze tot de drie vrouwen die Drees in 1948 bewegen tot het premierschap.

“Hij was geweldig van haar onder de indruk, vertelde vaak over haar. Ik had het idee dat hij zich sterk op haar richtte”, vertelt studiegenoot Manuel Kneepkens. Zelf wordt Tjeenk Willink in 1987 op aandringen van zijn partijgenoot Ien Dales lid van de Eerste Kamer. Vier jaar later is hij er ook de natuurlijke voorzitter. Maar bijna was zijn loopbaan heel anders verlopen. Zijn herverkiezing als Eerste-Kamerlid dreigt te stranden op te weinig kiesmannen onder de provinciale statenleden in Zuid-Holland; pas na ingrijpen van de PvdA-top wordt hij herkozen. Niet een door de oude PvdA-fractie voorgesorteerde Rooie Vrouw, die ook wethouder van Lelystad was geweest, maar de Haagse sociaal-democraat Tjeenk Willink volgt de CDA'er Piet Steenkamp op. Alsof de stoel altijd al vacant stond voor hem, zo geruisloos verloopt zijn benoeming.

Het is diezelfde vanzelfsprekendheid waarmee hij vice-voorzitter wordt van de Raad van State: de eerste PvdA'er op die plaats. Een klein jaar hing de benoeming in de lucht en niemand die er bezwaar tegen maakte. “Ook als hij lid was geweest van een andere club, was hij het geworden”, zegt staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en goede vriend, Jacob Kohnstamm.

Tjeenk Willink is aan het Binnenhof een zeldzame verschijning: hij is een man zonder vijanden. “Hij is geen pootje-haker”, verklaart Van der Voet. “Je voelt je nooit door hem bedreigd; het is geen man die er een dubbele agenda op nahoudt”, oordeelt Joop van den Berg, eerder collega-senator van Tjeenk Willink. Roel in 't Veld ziet ook een andere kant: “Hij heeft altijd de indruk weten te vermijden dat het om macht ging.”

Wat maakt Tjeenk Willink tot de logische vice-president van de Raad van State? Zijn kennis van de binnenkamer van de Nederlandse politiek en zijn goede contacten met het Koninklijk Huis vormen zijn belangrijkste credits. “Hij is uitgegroeid tot een evenwichtige bestuurder. Daar zie je er niet zoveel van”, constateert oud-premier Barend Biesheuvel. “Het is een man waar een grote rust vanuit gaat. Je kunt vertrouwen in hem hebben omdat hij geen onverhoedse dingen zal doen”, meent Jan Terlouw.

Roel in 't Veld, zijn partijgenoot, ziet het anders. “Ik vind hem als reflector van ontwikkelingen het sterkst. Niet als origineel geleerde en ook niet als bestuurder. Als je de Raad van State ziet als een instituut dat het van de reflectie moet hebben, dan zit hij precies goed.”

Tjeenk Willink is niet alleen een onomstreden maar ook een jonge vice-president. Met zijn 55 jaar kan hij 15 jaar functioneren op deze post, waarvan de leeftijdsgrens 70 jaar is. “Het is een diepte-investering geweest van Kok”, zegt een vooraanstaande PvdA'er.

Zo kan het nog gebeuren dat boven het nachtkastje van de monarch Willem-Alexander naast het nummer van politie en brandweer dat van Herman Tjeenk Willink prijkt.