Sorgdrager tegen gebruik leugendetector

DEN HAAG, 30 JUNI. Minister Sorgdrager (Justitie) voelt niets voor de introductie van de leugendetector in het Nederlandse strafrecht. In een interne notitie op haar departement laat de minister weten dat de toepassingsmogelijkheden van de leugendetector te beperkt zijn.

Met speciale apparatuur kunnen tijdens de ondervraging van een verdachte onregelmatigheden in bijvoorbeeld de hartslag worden gemeten. De achterliggende gedachte is dat het lichaam afwijkend reageert als de betrokkene een vraag bewust onjuist beantwoordt. Behalve hartslagapparatuur worden ook instrumenten gebruikt die de stem of het handschrift op onregelmatigheden kunnen analyseren. De polygraaf, zoals het apparaat officieel heet, wordt veelvuldig toegepast in het strafrecht in de Verenigde Staten en in Canada. In Amerika worden leugendetectoren ook gebruikt in het bedrijfsleven, met name bij sollicitatiegesprekken.

Minister Sorgdrager heeft bezwaren tegen de invoering van de leugentest in het opsporingsonderzoek. Zij twijfelt eraan of de rechter toestemming zou geven voor de inzet van het middel. Het Duitse Bundesgerichtshof heeft het gebruik van de polygraaf in het strafrecht al verboden, omdat een verdachte tijdens de test geen volledig vrije verklaring zou kunnen afleggen.

In Nederland kan de wet ook complicaties opleveren, meent Sorgdrager. Een verdachte is volgens artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering niet verplicht antwoord te geven op vragen.

Medewerking van de verdachte aan een leugentest zou daarom noodzakelijk zijn. Bovendien wordt de betrouwbaarheid van leugendetectie nog steeds in twijfel getrokken.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van Justitie liet twee onderzoeken uitvoeren naar de bruikbaarheid van de leugendetector in opsporingsonderzoeken. Daarin staat onder meer dat leugentesten de politie bij een grote groep verdachten kunnen helpen. Zo werden in de Amerikaanse staat North Carolina eens 160 parachutisten aan een test onderworpen nadat één van hun collega's na een sprong de dood had gevonden doordat zijn lijn was doorgesneden. Degene die de leugentest niet doorstond bekende de saboteur te zijn. Overigens menen de onderzoekers dat de opsporingsinstanties niet zonder meer de conclusie kunnen trekken dat een verdachte daadwerkelijk de dader van een misdrijf is als de apparatuur aangeeft dat de ondervraagde liegt.