MOTORCARNAVAL ALS LANGE TRADITIE

Ruim honderdduizend motorliefhebbers volgden zaterdag de 67ste Dutch Grand Prix, beter bekend als de TT (Tourist Trophy). Dat de nationale favoriet Jürgen van den Goorbergh (500 cc) al snel zijn motor opblies kon het enthousiasme niet temperen.

Je kunt het scheuren op een opgevoerde tweewieler, met soms 280 kilometer per uur, de ultieme vorm van gevaarlijke sportverdwazing vinden. Je mag de Grand Prix in Assen bestempelen tot een vorm van massale gekte. Met het kampeergedrag van de bezoekers, het feestgedruis in de nacht ervoor en het bermtoerisme na afloop van de duizenden mensen die ervoor zorgen dat de motorrijders over de snelweg als het ware door een erehaag weer naar huis rijden. Los daarvan is en blijft de TT het grootste sportevenement van Nederland met een lange traditie.

Als zaterdagmiddag iets over tweeën het licht op groen gaat voor de koningsklasse (500 cc), zitten de toeschouwers gespannen op de taluds en de tribunes. De start is vijf minuten uitgesteld omdat de tv-uitzending van de kwalificatie voor de Formule I-Grand Prix in Frankrijk vertraging heeft opgelopen. “Silly reasons” (stomme redenen) zou een verontwaardigde winnaar Mick Doohan het later noemen.

Als het scheurende geluid van het peloton motorrijders na de eerste omgang aanzwelt ligt Van den Goorbergh nog in vijfde positie. Een ronde later is hij afgezakt naar de achtste positie om vervolgens de strijd te staken op de tiende plek. In de tweede ronde geeft hij in zijn enthousiasme, na te zijn gestart als vierde, te veel gas in de zesde versnelling. Met een te hoog toerental blaast hij de motor van zijn tweecilinder standaard op. Daar waar de fabrieksmotoren met veel meer vermogen en vier cilinders verder vliegen. Met stuurmanskunst en extra laat remmen op het bochtige circuit van Drenthe had Van den Goorbergh gehoopt te kunnen stunten. Nu moet hij ontgoocheld naar de kant. Stampvoetend van woede, meldt de speaker. De toeschouwers reageren teleurgesteld, maar een groot aantal mensen haalt de schouders op. Op de tribunes bevinden zich immers ook tienduizenden Engelse en Duitse motorsportliefhebbers.

De mensen zijn uitgerust met koelboxen of een draagbare tv. Relaxed op klapstoeltjes of zittend in het gras snuiven ze de benzinedampen op. Grote lappen transparant plastic worden tevoorschijn gehaald als het gaat regenen.

Doohan heeft in de twaalfde ronde het sein gegeven de race te onderbreken zodat de banden verwisseld kunnen worden. De Australiër is samen met de Spanjaard Alex Crivillé - wegens een val in de training niet van de partij - daartoe gerechtigd. De rijders vervolgen de race met regenbanden (voor) en de intermediates, een tussensoort met weinig profiel, om het achterwiel. Als Doohan, de drievoudige wereldkampioen, na twintig ronden van 6.049 meter opnieuw de sterkste blijkt te zijn klinkt gejuich van de tribunes en wordt er vuurwerk afgestoken. Het TT-publiek heeft zijn motorhelden in de armen gesloten. Misschien dat Doohan wat meer gaat houden van de TT. Vijf jaar geleden brak hij in Drenthe zijn been. In het ziekenhuis kreeg hij te strak gips, waardoor hij mank loopt.

Het circuit van Assen vormt voor de echte snelheidsduivels een kwelling. Het is bochtig en smal, zo'n twaalf meter breed. Alle andere circuits in de wereld, waarop motor-Grand Prix' worden verreden, zijn vijftien meter breed omdat het eigenlijk autosportcircuits zijn. “Assen heeft het enige echte motorsportcircuit in de wereld”, zegt bestuurslid Jos Vaessen niet zonder trots. De Limburger is vice-voorzitter van de TT en dagelijks-bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Motorsport Vereniging (KNMV). “Wat zich hier jaarlijks met die rare traditie afspeelt, beschouw ik als het carnaval van het noorden. Tijdens de races zitten de mensen heel dicht bij het wegdek. Velen komen hier al dertig jaar, elk seizoen weer. De zoon neemt na een paar decennia de tribuneplaats over.”

De TT overleefde vele stormen in de motorsport. In een tijd dat Europa steeds meer Grand Prix' kwijtraakt, heeft Assen van de internationale federatie FIM de garantie gekregen dat het tot 2006 de wedstrijden om de wereldtitels mag organiseren. Vaessen: “Alleen het circuit van Jerez in Spanje heeft ook die zekerheid. Tien jaar terug werden alle Grand Prix' in Europa gehouden. Nu worden zes van de vijftien WK-races al in andere werelddelen georganiseerd. En ik durf er weddenschappen op af te sluiten dat dit aantal de komende jaren nog zal groeien, zodat we er straks in Europa misschien vier of vijf overhouden. De commerciële markt richt zich steeds nadrukkelijker op Azië en Amerika. Europa is geen groeimarkt meer.

“Daarnaast zal het verbod op het maken van tabaksreclame zich uitbreiden. De motorsport doet er goed aan zich niet te veel afhankelijk te maken van sponsors uit deze sigarettenbranche. Geldschieters die de afgelopen jaren werden verdrongen, zouden nu een kans moeten krijgen.” Lucky Strike is echter hoofdsponsor van de TT. Maar Vaessen maakt zich voor de Nederlandse situatie geen zorgen. Ondanks de dreigende woorden van PvdA-fractievoorzitter Wallage. “Een jaar voor de verkiezingen komen politieke leiders altijd met heel aparte uitspraken”, weet Vaessen. “Er bestaat een gentleman's agreement met de ministeries van VWS en Economische Zaken. De tabaksindustrie moet zich beperken met reclame-uitingen op televisie en evenementen, met uitzondering van twee circuits: die van Zandvoort en Assen. En deze afspraak loopt tot 1999.”

Die andere overeenkomst, met de FIM, geeft het circuit van Assen de gelegenheid de accommodatie aan te passen aan de moderne maatstaven. Er bestaat een beleidsplan, 'Op weg naar Pole-position', dat het decor van de TT moet omtoveren in een circuit dat qua comfort en uitstraling behoort tot de top drie van de wereld. Kosten: tussen de vijftig en zestig miljoen gulden. Vaessen: “Tussen de vijftien en twintig miljoen kunnen we uit eigen middelen betalen. De rest moet gefinancierd worden uit subsidies, sponsoring en leningen.”

Bij het afsluiten van sponsorcontracten heeft Vaessen enige ervaring opgedaan. Als president van de FIM, een ambt dat hij bekleedde tussen '90 en '96, sloot hij een megadeal af met het Spaanse Dorna/TWP, dat daarmee van 1992 tot 2006 voor bijna tachtig miljoen dollar alle commerciële rechten verwierf. “Natuurlijk waren er geluiden binnen de FIM van bestuurders die vonden dat een sportbond zich niet moet binden voor zo'n lange periode. Maar ik wilde zekerheid. De FIM kreeg voor 1992 een bedrag van 650.000 gulden per jaar voor reclamerechten, dat is daarna ongeveer elf miljoen gulden geworden. Ik ging ervan uit dat de tv steeds minder gaat betalen voor de motorsport.”

Dat de motorsport qua ontwikkeling voorloopt op vele andere sporten ervoer Vaessen als intermediair in de verschillende conflicten tussen Rintje Ritsma en de KNSB. Hij werd wegens zijn bestuurlijke ervaring hiervoor benaderd door de zaakwaarnemer van de topschaatser. “Tegenwoordig met de Schenken (Ard en Wim, red.) is er in het bestuur wel wat meer flexibiliteit gekomen. Maar tijdens het bewind van David Meijer waande ik me in de motorsport van vijftig jaar geleden. Ik dacht: hier is de klok teruggezet naar de Middeleeuwen. En nog steeds vind ik dat de reglementering sterk aangepast moet worden, zodat een wereldkampioen zich niet in november al hoeft te kwalificeren voor een WK in maart.” Maar wat de schaatsbond wel heeft, ontbeert de KNMV: talent op topniveau. Van den Goorbergh is Neerlands hoop in bange dagen. Hij ondervond zaterdag dat de machine en niet de mens nog altijd de doorslag geeft in de snelheidssporten. Vaessen: “Over het opleiden van talent wordt veel gediscussieerd in de motorsportwereld. Via de Stichting Wegraces doet Jaap Timmer een poging goede coureurs te kweken. Zolang Italië, Frankrijk, Japan en Spanje de grote sponsorlanden zijn, zal een Nederlandse motorcoureur niet makkelijk de wereldtop halen.”