Kagel vindt nieuwe vormen in zijn drie Etudes voor orkest

Concert: Concertgebouworkest o.l.v. Michael Gielen en Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös. Gehoord: 28, 29/6 Concertgebouw; Beurs Amsterdam.

Zijn hoofd steekt in de hemel, terwijl de rest van het lichaam zich op aarde bevindt. Zó tekende Dürer een man op de plaats waar hemel en aarde elkaar raken. Het is een voorstelling die je Kageliaans kunt noemen. Aardse en zelfs banale realiteiten raken verstrengeld met hemelse abstractie in het oeuvre van Maurizio Kagel, de Argentijns-Duitse componist die in het vandaag eindigende Holland Festival in het zonnetje werd gezet en wiens Aus Deutschland vanavond door de tv wordt uitgezonden.

Nemen wij het concert van zaterdag in het Concertgebouw met de luidkeels bejubelde première van de drie Etudes für grosses Orchester (1992-1996), waarvan de derde is gecomponeerd in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest. “Geef mij materie en ik zal er een wereld van maken”, riep Kant eens uit. Kagel preciseert hier: 'geef mij ritmische cellen in een gelijkmatig metrum en ik zal nieuwe vormen vinden'.

En wát voor vormen: grappen en horror-figuren naast zeldzaam-poëtische vondsten! De ene keer klinkt een koraal als van ver over het water vermengd met natuurgedruis zoals Ives dat in een lied componeerde (etude nummer 1), dan weer ontstaat paniek alsof elk moment een mars naar het schavot kan beginnen en breekt de muziek volstrekt onvoorspelbaar af (etude nummer 2) en in de laatste etude lijkt het alsof een organist furieus de hele klaviatuur plus registers verkent. Is hij een engel of Dr. Strangelove?

Zo lumineus als de fantastische etudes zijn, zo dun en dof klinkt 1898 für Kinderstimmen und Instrumente in de eerste versie uit 1973 bij het 75-jarige jubileum van platenmaatschappij DG. Kagel wilde een muzikaal röntgenbeeld van het eind van de negentiende eeuw oproepen, tegelijkertijd zocht hij naar een equivalent voor de akoestisch dun geknepen klank van de eerste grammofoonplaten.

Het fragiele kamermuziekstuk plaatst een kinderkoortje tegen een in lapidaire tweestemmigheid uitgewerkt instrumentaal betoog met slechts obligate partijen voor piano en slagwerk. De twee hoofdstemmen zijn verder vrij te bezetten door een handjevol musici - brozer en opener kan nauwelijks.

Echter, zondagavond in de Beurs van Berlage beluisterden wij een nieuwe, tot in de puntjes uitgewerkte versie in de vorm van een Kammersymphonie für Stimmen und Instrumenten. Iets wat opgeblazen is, wordt eerst gereduceerd om daarna weer te worden opgeblazen. Anders gezegd: er ontstaat de trits hemels (laat-romantiek, met voorbeelden als Liszt en Brahms) - aards, eerste versie met gekke accentjes in de kinderstemmen) - hemels (tweede versie, nu met een bij tijd en wijle zeer fraai uitgewerkte koorpartij voor vrouwenstemmen). Het is verbazingwekkend hoe zo'n muziek van plechtig majesteitelijke inleidingen die weigeren door te zetten toch kan boeien, zeker in het eerste deel.

De uitvoeringen stonden op hoog niveau, al vond ik de Stravinsky-complementen niet altijd perfect. Michael Gielen laat conscientieus musiceren, maar deritmische souplesse die Stravinsky hemels doet klinken is meer besteed aan chef-dirigent Riccardo Chailly. En Peter Eötvös had het Radio Kamerorkest in Stravinsky's Mavra meer moeten afdempen voor een betere balans met de zangstemmen. Maar Kagel omhelsde begrijpelijkerwijs én Gielen én Eötvös langdurig en hartelijk, niet één maar twee hoofden staken aan het eind van elk concert voor een moment in de hemel.