Jaren trainen voor die ene interland

Oud-hockeyster Liesbeth Zegers (41), speelde in 1980 tegen Engeland haar enige interland. (Foto Freddy Rikken)

Eind jaren zeventig waren er nauwelijks interlands voor vrouwen. EK's of WK's bestonden ook nog niet. Ik zat destijds bij de selectie, maar dat betekende alleen maar trainen. Ik woonde in Groningen en die trainingen waren in Amstelveen. Dat was elke keer weer een heel gedoe omdat ik met het openbaar vervoer reisde.

Waar we dan voor trainden? Nou, voor die ene interland die een jaar later of zo gespeeld zou worden. In mijn geval was dat een wedstrijd tegen Engeland in 1980. Dat duel was vlak voor de grote vakantie. Het was een prachtige ervaring, die interland. Ik scoorde en voelde me echt in de spotlights staan. Al dat publiek, het Wilhelmus, dan gaat er toch wat door je heen. Dan besef je ook: hier doe ik het voor.

Na de vakantie ging ik weer trouw naar de centrale trainingen, maar na een tijdje besloot ik daarmee te stoppen. Ik was fysiotherapie gaan studeren en wilde in vier jaar klaar zijn. Dat betekende het einde van mijn periode bij Oranje. Na mijn studie ben ik nooit meer gevraagd. Waarom weet ik niet. Misschien was ik niet goed genoeg meer, misschien namen ze me wel kwalijk dat ik al die tijd niet beschikbaar was geweest.

Ik heb er geen spijt van dat ik de voorkeur aan mijn maatschappelijke carrière heb gegeven. Overigens ben ik wel altijd bij Amsterdam blijven hockeyen. Daar heb ik mooie successen behaald. Wel vind ik het jammer dat ik nooit met m'n zus Margriet in Oranje heb gespeeld. Dat had me leuk geleken, omdat we vrijwel altijd samen hebben gehockeyd bij clubs. Zij is ook naar de Spelen gegaan. Een enkele keer denk ik weleens: potverdomme, dat had ik toch ook wel mee willen maken.