EU-voorzitter pleit voor lange-termijnblik; Luxemburg kapittelt Europese investeerders

BRUSSEL, 30 JUNI. De mentaliteit van Europese investeerders moet radicaal veranderen. Met dat uitgangspunt gaat Luxemburg, dat vanaf morgen voorzitter van de Europese Unie is, een bijzondere top van Europese staats- en regeringsleiders over werkgelegenheid voorbereiden.

De huidige neiging tot kortetermijninvesteringen met het doel in een minimum aan tijd een zo groot mogelijke opbrengst te krijgen, leidt niet tot het scheppen van banen.

Dat schrijft de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken, de socialist Jacques Poos, in een gisteren gepubliceerde verklaring. Tijdens de top van Amsterdam hebben de Europese regeringsleiders eerder deze maand Luxemburg opdracht gegeven het komend najaar een bijzondere bijeenkomst over werkgelegenheid te organiseren.

Poos heeft gisteren als toekomstig voorzitter van de Europese Raad van ministers uiteengezet wat de EU tegen werkloosheid kan doen.

Volgens hem gaat het er in de eerste plaats om macro-economische stabiliteit te garanderen. “De voltooiing van de interne markt en de invoering van een gemeenschappelijke munt zijn de voorwaarden waarop een succesvol beleid van groei en werkgelegenheid gebaseerd moet zijn”, aldus Poos. “Vechten voor banen in Europa betekent ook vechten voor de euro.”

Daarnaast pleit hij ook voor modernisering van de arbeidsmarkt, uitwisseling van informatie over bestrijding van werkloosheid tussen de EU-lidstaten en stimulering van investeringen in het midden- en kleinbedrijf. Maar al deze maatregelen zijn volgens Poos onvoldoende als investeerders niet van mentaliteit veranderen.

Hij schrijft dat investeerders niet uit zijn op verbetering van de productiviteit van ondernemingen, maar “de suïcidale neiging” vertonen om naar lagelonenlanden uit te wijken. Poos vindt dat voorafgaande aan de bijzondere Europese top van dit najaar een discussie in heel Europa nodig is over investeringen en de relatie met “het Europese sociale model”.

Hij schrijft dat ondernemers die snel klagen over de zwakheden van Europa naar de Europese krachten moeten kijken. Die krachten zijn hoog opgeleide arbeidskrachten, grote potentiële markten in de nabijheid, een lange traditie van sociale dialoog en politieke stabiliteit.

Deze Europese voordelen kunnen verder ontwikkeld worden als de EU-lidstaten meer geld uittrekken voor opleiding en onderzoek. Dat zou een teken zijn van vertrouwen in het Europese sociale model, dat volgens Poos nodig is om van de bijzondere Europese top het komend najaar in Luxemburg een succes te maken.