Emerson bespeelt omgevallen orgel

Concert: Emerson, Lake & Palmer. Gehoord: 29/6 Paradiso, Amsterdam.

De drumsolo is het meest gevreesde onderdeel bij concerten van symfonische rockgroepen die de jaren zeventig overleefden. Is het concert bijna voorbij, krijg je nog een kwartier gebons en gebeuk.

Carl Palmer heeft daar iets op gevonden. Hij slaat kruislings met Chinese eetstokjes op zijn cymbalen, bespeelt zijn twee basdrums met beide armen nadrukkelijk in de lucht ('kijk eens mama, zonder handen!') en tikt op een tamboerijntje om het donderend geraas van een samplemachine aan te sturen. Zijn drumsolo heeft humor, zoals de hele comeback van Emerson, Lake & Palmer omgeven is van een luchtigheid die bij tijdgenoten als David Bowie of Peter Gabriel ernstig wordt gemist.

Om te beginnen is daar de Moog-synthesizer van Keith Emerson, een metershoog apparaat met veel snoeren en lichtjes dat als een monsterlijk decorstuk boven zijn cockpit vol toetsenborden uit torent. Emerson gebruikte de knoppenkast gisteren in een uitverkocht Paradiso één keer, ook al haalde hij het typische Moog-geluid net zo makkelijk uit de andere toetsenborden waar hij breeduit op leunde. Het mooiste showeffect bewaarde Emerson voor het laatst, toen hij als vanouds onder een hoogst persoonlijk omgekieperd Hammondorgel ging liggen om vanuit die onmogelijke positie een solo te spelen.

De peervormige bassist Greg Lake is de sufste en meest serieuze van het stel, maar wel de man die als zanger van Lucky Man een gouden popmoment uit de jaren zeventig liet herleven. Voorzover mogelijk met zulke bombastische muziek, speelden Emerson, Lake & Palmer betrekkelijk ongekunstelde versies van nummers die indertijd niet zelden een hele plaatkant in beslag namen. Vooral Emerson ging flink tekeer achter zijn luid tegensputterende orgel, toen hij tijdens de slotpassage van Tarkus ritmisch met zijn vuisten op de toetsen hamerde.

De brute vertolking van Moessorgski's Pictures At An Exhibition, die in 1972 gold als het summum van progressieve rock, bleef achterwege. In plaats daarvan stak Emerson als vanouds messen in het toetsenbord tijdens zijn versie van America uit West Side Story, bekend van zijn oude groep The Nice, en putte Lake uit het repertoire van zijn vroegere groep King Crimson met 21th Century Schizoid Man. Progressief zijn Emerson, Lake & Palmer allang niet meer, maar zelfs de gevreesde drumsolo droeg bij aan een vrolijk stemmende avond.