Een kleine revolutie

De moeder van een aankomend student in Amsterdam hapte onlangs naar adem toen haar zoon doodleuk vertelde dat zijn dispuut wekelijks het glas heft in een etablissement aan de kop van de Zeedijk. In haar beleving stond de dijk nog steeds synoniem voor pooiers, hoeren, verslaafden en dealers.

Tien jaar geleden was de Zeedijk nog een 'spookstraat'. Maar dat is, althans wat het gedeelte betreft tussen de Sint Olofspoort en de Stormsteeg, verleden tijd. Hier heeft zich een kleine revolutie afgespeeld. Destijds verkrotte panden zijn gerestaureerd. Hetzelfde gebeurde met zieltogende cafés.

Restauranthouders haalden niet langer hun neus op voor dit stukje Amsterdam. De kleine revolutie telde twee categorieën 'slachtoffers': verslaafden en dealers. Zij worden door uitbaters en bewoners onverbiddelijk weggestuurd wanneer zij zich ophouden op dit gedeelte van de dijk. Het strijdtoneel van de revolutie verplaatst zich de komende jaren naar het gedeelte tussen de Stormsteeg en de Nieuwmarkt opdat begin volgende eeuw de Zeedijk in zijn oude glorie is hersteld.

Het verval van de oudste straat van Amsterdam viel samen met de komst van heroïne, begin jaren zeventig, en het vertrek van de zeelui die met hun steeds groter wordende schepen uitweken naar de haven van Rotterdam. Niet langer bevolkten zíj de vele cafés, het waren junks en dealers die allengs de hele dijk overnamen. Zij zwierven op gezette tijden met honderden over straat, waar steeds vaker cafés en en woningen werden dichtgetimmerd, want wonen op de Zeedijk was geschiedenis geworden. Maar sommige bewoners, zoals tante Aal en tante Trui, piekerden er niet over te verkassen. Het werd wel lastig voor hen, want de postbode bleef weg en ook de meteropnemer liet zich niet meer zien. Menig ambtenaar ten stadhuize was begin jaren tachtig de mening toegedaan dat om de dijk maar een hek geplaatst moest worden omdat er toch niets meer aan te doen was.

Dat was tegen het zere been van de tantes Aal en Trui en nog een aantal bewoners. Zij pikten het niet langer en beraamden plannen om de dijk terug te veroveren op de verloedering. Die had er inmiddels toe geleid dat de Zeedijk halverwege de jaren tachtig tot noodgebied werd verklaard, met als gevolg dat strenge sluitingstijden voor cafés werden ingevoerd alsmede een messenverbod en een verbod op samenscholingen. De oprichting van de NV Economisch Herstel Zeedijk haalde alle kranten maar daarna vernamen buitenstaanders er weinig meer over. Bijna geruisloos nam de NV de kop van de dijk over waar verkrotte panden werden opgekocht en opgeknapt. Op de plek waar ooit het bord stond met de tekst 'Gevaarlijke zone' verrees het Barbizonhotel. Algemeen directeur P. Bonnema is inmiddels zo met de buurt begaan dat hij in december de keukenapparatuur van het hotel ter beschikking stelde voor het bereiden van warme worsten tijdens de kerstmarkt.

Hij is niet de enige die popelt van verlangen om zijn gasten ook het gerestaureerde tweede gedeelte van de dijk te kunnen laten zien. Secretaris J. Cohen van de NV Economisch Herstel Zeedijk doet dat ook, maar is realistisch: “We zijn tien jaar bezig geweest met de kop. Wat in twintig jaar verkankerd is herstel je niet van de ene op de andere dag.” Nu de kop weer 'gewoon' is geworden hopen café-eigenaars dat in dit gebied de strenge sluitingstijden eindelijk worden opgeheven. Dan is ook die slag gewonnen.