De ver-italianisering van Duitsland

De grootste vrees van de Duitsers wat betreft de monetaire unie is dat de 'betere presteerders' (lees: de Duitsers) omlaag zullen worden getrokken naar het niveau van fiscaal spilzieke landen zoals Italië. Tegelijkertijd lijkt de Duitse eis dat Italië - althans voorlopig - buiten de unie blijft het 'bloedgeld' voor de eigen toetreding tot de EMU.

Duitse leiders betogen zelfs dat de toch al 'EMU-schichtige' Duitse burger bij toetreding van Italië misschien wel door de bocht zou gaan en met de Britten voor een 'opting out'-clausule zou kiezen. Maar Duitslands standpunt ten aanzien van Italië hangt natuurlijk helemaal niet zo sterk van het Italiaanse economische, fiscale en monetaire prestatieniveau af.

Duitslands onterechte hooghartigheid treedt op dit punt steeds sterker naar voren. Een ander voorbeeld: de recente ruzie over het herwaarderen van de Duitse goudreserves. Het was een hard gelag voor Theo Waigel, die in een hoogst beschamende - en wanhopige - poging tot imitatie van Indiana Jones in Raiders of the Lost Ark koortsachtig droomde hoe hij een pot met goud vond - en met lege handen wakker werd!

Door dit fiasco wordt Duitsland bekend als een land dat niet ten onrechte door de te verwachten euro-band wordt 'omlaaggetrokken' naar het niveau van Italië, omdat het onafhankelijk van het EMU-proces de afgelopen jaren al aardig is gaan lijken op het beeld van Italië zoals dat op de internationale markten opgeld doet. De sluipende 'ver-italianisering' van Duitsland - of moeten we, in Euro-speak, spreken van 'convergentie'? - is niet iets van het verleden, maar van nu.

Zeker, je kunt zeggen dat financiële markten een geheugen als een olifant hebben, dat tientallen jaren terug gaat. In dat perspectief kan Italië zich niet voor de EMU kwalificeren, omdat het de afgelopen decennia inderdaad ernstig heeft gezondigd. Maar het olifants-argument roept wel de vraag op waarom die zelfde termijn niet zou gelden voor andere terreinen van de geschiedenis, zoals het Europese oorlogsverleden? Is het wel zo verstandig dat de Duitsers, met hun geschiedenis, nu de aandacht vestigen op het feit dat financiële markten een beter geheugen hebben? Is Duitsland niet het Europese land dat in deze eeuw er de meeste baat bij heeft gehad dat alle andere landen bereid waren het het voordeel van de twijfel te gunnen?

Wellicht getuigt de houding van Duitsland tegenover Italië van wat al te veel eigendunk. Het is de afgelopen twintig jaar onder de Duitse elite een ritueel geworden om zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op Italiaanse beleidsmakers en hun goede wil in belangrijke kwesties. Misschien is Italië voor de Duitse leiders gewoon een gemakkelijke kop van Jut. Tenslotte kost het hun al heel veel inspanning om voortdurend te proberen de Fransen te beteugelen in hun niet aflatende pogingen Europa vorm te geven volgens hun politieke voorkeuren - en de Britten te weerhouden van al te ernstige obstructie.

In het lopende Duitse debat over de monetaire unie is er bijna niemand die openlijk op economische gronden partij durft te kiezen voor Italië - uit vrees te worden uitgerangeerd of zelfs tot zondebok te worden gemaakt - ook al zijn hiervoor goede argumenten. Op veel punten heft Italië meer vooruitgang geboekt dan Duitsland. Het Italiaanse begrotingstekort is drastisch gedaald, van 10,2 procent in 1991 tot naar schatting 3,3 procent in 1997, terwijl dat van Duitsland in dezelfde periode is opgelopen van 2,0 tot eveneens 3,3 procent. De Italiaanse staatsschuld is ook veel minder sterk gestegen dan die van Duitsland. In de periode van 1991 tot 1996 is de Duitse schuld met 46,7 procent gestegen (van 41,1 tot 60,3 van het BNP) en naar verwachting zal die stijging zich voortzetten. De Italiaanse staatsschuld daarentegen is maar met 21,3 procent toegenomen (van 101,4 tot 123% BNP), en vertoont sinds 1994 een daling.

Er zijn meer argumenten. Het Italiaanse bedrijfsleven heeft de loonstijging de afgelopen 15 jaar veel beter in de hand gehouden dan het Duitse. Tussen 1982 en 1994 zijn de reële Duitse lonen met 150 procent gestegen, en die in Italië 34 procent. In tegenstelling tot de scala mobile in het Italië van de jaren zeventig kent de recente 'opwaartse schaal' in Duitsland geen ingebouwd plafond waardoor automatische loonstijgingen worden afgetopt. Noord-Italië als geheel heeft zelfs een economie waarop de meest zelfverzekerde Duitser trots zou mogen zijn. Ze is zelfs met recht even levenskrachtig te noemen als die van Duitsland tijdens het Wirtschaftswunder van de jaren vijftig en zestig - met een werkloosheidscijfer dat nog lager is dan dat in de VS.

Zoals ik al aangaf in de parallel met Indiana Jones is Duitsland niet langer de economische koploper van Europa - het is 'ver-italianiseerd'. In elk geval is er alle reden voor de toch vrij onschuldige bewering dat Duitsland, ooit bekend om zijn voortdurende grensverleggende vorderingen in het ontwerpen van nieuwe productieprocessen en in productiecijfers, op deze gebieden niet langer voorop loopt. is. De Duitse industrie wordt steeds meer design-georiënteerd - en is ook daarin nauw verwant met de algemeen gehuldigde opvattingen over Noord-Italië. Mode, meubels en chic tafelgerei zijn in Duitsland groeimarkten. Maar voor artikelen zoals computers, auto's, software ... ik zou geen Bill Gates of hedendaagse Henry Ford met een Duits paspoort weten.

Onder de meer verontrustende parallellen is het feit dat de corruptie in de Duitse economie toeneemt. Ook de belastingvermijding in Duitsland sluit nauw aan bij die in Italië. Het is zelfs zo dat het Duitse ministerie van financiën belasting-ontduiking heeft aangemerkt als een belangrijke reden voor de onvoorziene tegenslagen in de de staatsinkomsten, waardoor Duitsland boven de grenzen van het Verdrag van Maastricht is uitgekomen. Duitse economen erkennen tegenwoordig grif dat de schaduweconomie een sterke bijdrage aan de groei levert.

Dit alles is illustratief voor het Duitse onvermogen om in markttermen te denken. Ten slotte werken financiële markten qualitate qua ten gunste van integratie. Het betekent dat de Duitsers, die inmiddels haast even zwaar zondigen als de Italianen, gaan uitmaken of Italië straks tweemaal de kous op de kop krijgt: eerst moet het zijn huidige begrotingstekort zo goed mogelijk wegwerken en straks moet het, omdat het voorlopig buiten de EMU moet blijven, een veel hogere rente betalen over de schulden die het door zijn vroegere zonden heeft opgelopen.

Het wil allemaal niet baten. De mantra van de dag in Frankfurt en Bonn is blijkbaar dat Italië buiten moet blijven, wil de EMU in Duitsland 'in' blijven. Misschien is de Duitse neiging de kwestie-Italië in de ideologische sfeer te trekken een gevolg van een tekort aan contact tussen de Italiaanse en de Duitse beleidsmakers. Elk jaar trekt 10 procent van de Duitse bevolking naar Italië, en Duitsers weten vaak alles over Italië als vakantieland - maar dat is niet wat Italië raakt.

Italië ziet zich geconfronteerd met een Duitsland dat erop gebrand is de reële kwesties te demagogiseren. Het lijkt allemaal verontrustend sterk op Amerika's houding tegenover Cuba en Iran. Wat mij dwarszit is dat de Duitsers zichzelf een rad voor ogen draaien door te denken dat de Italianen hen - via de EMU - omlaag trekken, terwijl ze dat zelf al hebben gedaan.

Misschien is in laatste instantie alles wel relatief. Toen de Duitsers de weg naar Europese integratie insloegen, besefte niemand hoe relatief de - ooit absolutistische - Duitse normen inzake financiële discipline nog zouden worden. Ook dat is een Europese convergentie - zij het in een vorm waarvan niemand had gedacht dat de Duitsers die zouden bevorderen.