Brinkman vraagt nieuw onderzoek

ROTTERDAM, 30 JUNI. De Rotterdamse korpschef J.W. Brinkman zal vanmiddag in een gesprek met minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) vragen om een nieuw onderzoek naar zijn conflict met burgemeester Peper. Brinkman, die sinds enkele weken buitengewoon verlof heeft, meent dat het rapport van Peper over het conflict 'zeer onvolledig is en erg in zijn straatje kleurt'.

In zijn 34 pagina's tellende rapport aan Dijkstal stelt Peper dat de korpschef psychisch ongeschikt is voor zijn functie. Brinkman noemde dat gisteren in het tv-programma Buitenhof een 'buitengewoon kwalijke zaak'. De korpschef die het rapport ter beschikking kreeg nadat hij met een kort geding had gedreigd, zei dat hij ook twijfels heeft over de zorgvuldigheid van Dijkstal. De minister zei eind vorige week dat hij al twee keer met Brinkman heeft gesproken, maar deze ontkent dat.

Brinkman verklaarde dat een naaste medewerker van Peper hem op 2 april al had gezegd dat Peper hem niet langer zou steunen in het conflict met de Ondernemingsraad. Eind april eiste de OR het vertrek van Brinkman. Deze ontwikkeling zou volgens de korpschef vooral het gevolg zijn van de 'bestuurlijke spelletjes' van Peper. Op 5 juni zegde het regionaal college van de 22 Rijnmondburgemeesters het vertrouwen in hem op.

De commissie politiezaken van de Rotterdamse gemeenteraad kwam vanochtend achter gesloten deuren met Peper bijeen ter voorbereiding van het raadsdebat later deze week over het conflict. De raadsleden hebben het rapport-Peper kunnen inzien, maar niet het rapport van procureur-generaal Docters van Leeuwen en commissaris van de koningin in Zuid-Holland Leemhuis. Dit tweetal rapporteerde dat het regionaal college te lichtvaardig had vastgesteld dat Brinkman het vertrouwen 'ernstig had ondermijnd'.