Boogerd nieuwe aanvoerder van Nederlands peloton

MEERSSEN, 30 JUNI. De nieuwe wielerkampioen van Nederland is een Hagenees met het hart op de tong en een uitgesproken voorkeur voor de andere sekse. Michael Boogerd omhelsde voor de eretribune eerst zijn vriendin en veegde vervolgens de modder van zijn gezicht. “Zie ik er nu een beetje toonbaar uit? Anders kan ik die mooie rondemiss niet onder ogen komen.” Vervolgens noemde Boogerd zijn vriendin “een wereldvrouw” en liet hij zich quasi afstandelijk door de rondemiss zoenen.

Haagse wielersferen in een druilerig Zuid-Limburg, waar gisteren een prachtig nationaal kampioenschap werd verreden. De 25-jarige Michael Boogerd en de 33-jarige Erik Breukink gingen hand in hand over de finishlijn, waarmee ze niet alleen de suprematie van de Raboploeg tot uiting brachten. Het was ook een symbolisch gebaar van de oudgediende, die als jarenlange aanvoerder van de Nederlandse wielersport de fakkel overdroeg aan het grootste fietstalent van dit decennium.

Op het moment dat Boogerd Breukink achterhaalde in de omgeving van Meerssen, was de rolverdeling duidelijk. “Ik ben naar hem toegereden en Erik riep meteen dat ik zou winnen”, zei Boogerd. “Ik was op 't laatst net een dood vogeltje. Michael had me een paar keer uit het wiel kunnen rijden”, zei Breukink. “Dit was een droomfinale, maar nog niet zo mooi als we zaterdag hebben kunnen zien”, zei ploegleider De Rooy. Hij doelde op de drie neo-amateurs van zijn collega Nico Verhoeven die een dag eerder op het podium hadden gestaan.

Breukink was de laatste Nederlandse ronderenner van internationaal niveau. Boogerd heeft de kwaliteiten om in zijn voetsporen te treden. Vorig jaar werd hij 31ste in de Tour de France, waar hij vooral bekendheid verwierf door zijn ritzege in Aix-les-Bains. Boogerd juichte zijn tanden bloot en werd gisteren herinnerd aan die overwinning. “Bij testen blijkt dat ik meer vermogen heb dan vorig jaar. Ik voel dat ik ietsje sterk ben geworden. Het gaat dit seizoen zelfs zo goed, dat ik een beetje bang ben voor een terugslag.”

Boogerd maakte vorige maand veel indruk in de Dauphiné Libéré, een sterk bezette rittenkoers in het zuidoosten van Frankrijk. Hij eindigde op de vierde plaats in het algemeen klassement en verraste met een redelijke tijdrit. In de voorbije seizoenen was de vierdejaars beroepsrenner juist op dit onderdeel tekortgeschoten. De vrijbuiter leek niet geschikt voor een solorace tegen de klok. Zelf heeft hij altijd vertrouwen gehad in vooruitgang. Ook als hij kansloos was voor een goede klassering, nam hij de tijdritten serieus. Honderd procent, luidt zijn motto.

Boogerd heeft goede hoop zijn klassering in de Tour van vorig jaar te verbeteren, maar hij is wijs genoeg de hooggespannen verwachtingen te relativeren. Normaal gesproken rijdt hij in dienst van Peter Luttenberger en Patrick Jonker, de beschermde renners van de Raboploeg. Pas wanneer dit tweetal teleurstellend presteert, mag Boogerd voor zijn eigen kansen rijden, zoals hij gisteren voorbeeldig demonstreerde. Stampend op de pedalen, een grimas op het gelaat, de blik van een kampioen.

De stilist Breukink moest het afleggen tegen de strijder Boogerd. In de Tour zullen de verschillende stijlen en de botsende karakters elkaar regelmatig kruisen. Boogerd is blij met de late uitverkiezing van Breukink. “Met al zijn ervaring kan hij mij op fouten wijzen. Ik heb me suf gebeld om hem te feliciteren, maar zijn telefoon was constant in gesprek.” Breukink hoopt zijn jonge ploeggenoot van dienst te kunnen zijn. “Hij moet zich de eerste week een beetje 'wegsteken' en gokken op de tweede helft van de Tour. Dan wordt het klassement gemaakt.”

De persconferentie met Boogerd en Breukink was gisteravond een verademing na alle saaie bijeenkomsten van de afgelopen jaren. De zogenaamde tussengeneratie met coureurs als Maarten den Bakker, Tristan Hoffman en Bart Voskamp maakte weinig klaar op de fiets en nog minder tegenover journalisten. Ze werden gehuldigd en ondervraagd bij gebrek aan beter. Ze gaven het Nederlandse cyclisme een fletse uitstraling. De volgers in de karavaan werden er zelfs een beetje moedeloos van; al die doorzichtige koersen en voorspelbare antwoorden.

Boogerd maakt op de fiets dezelfde spontane indruk als achter de gesprekstafel. Hij heeft een tomeloze aanvalsdrift die hem gisteren goed van pas kwam. Nadat Breukink was gedemarreerd zat Boogerd opgescheept met twee vermoeide tegenstanders. Zowel Servais Knaven (TVM) als John van den Akker (Foreldorado) had geen puf om Breukink te achterhalen. Volgens de geijkte wielerwetten zou Boogerd zijn benen stil kunnen houden, maar de ambitieuze renner besloot zelf in actie te komen en zag zijn fraaie achtervolging beloond met de gememoreerde geste van Breukink. Met enkele banddikten verschil gingen ze zwaaiend en juichend over de streep.

De harmonische beelden ten spijt hadden beide renners elkaar niet helemaal vertrouwd in de slotfase. “Je weet nooit of je genaaid wordt”, zei Boogerd met een grote grijns. “Het is en blijft een Hagenees en die is slecht van vertrouwen”, zei Breukink met een tevreden glimlach. Ploegbaas De Rooy maakte aan alle onduidelijkheid een eind, hoewel hij tijdens de koers naar eigen zeggen geen stempel had gedrukt op het koersverloop. “Michael was vooraf aangewezen als kopman en hij was duidelijk de beste van de twee. Dat zijn twee sterke argumenten.”

Het temperament van Boogerd wordt in het peloton met enige scepsis ontvangen. Als hij zo met zijn krachten blijft smijten, kan hij het in de Tour wel vergeten, luidt de algemene opinie. De meeste ronderenners zijn groot geworden met geduld en koelbloedigheid. Breukink is een goed voorbeeld van deze theorie, maar wie Bjarne Riis vorig jaar strijdvaardig zag zegevieren, mag enige hoop koesteren op de sportieve successen van Boogerd.

De persoon in kwestie ziet geen problemen. “Voor de buitenwereld ben ik een nerveus mannetje, dat zit ook in de familie. Toch ben ik al een stuk rustiger geworden. Ik was minder gefixeerd op het NK, heb er heel ontspannen naar toe geleefd.” De Rooy heeft zo zijn twijfels over de veronderstelde gedaanteverwisseling. “Hij is en blijft een stuk dynamiek. Op een gegeven moment reed hij bijna door mijn auto. Het is de aard van het beestje, zullen we maar zeggen.”

Vijf dagen voor de start van de Tour de France zijn twaalf Nederlandse wielrenners verzekerd van een startbewijs. Gerrit de Vries van de Italiaanse Polti-formatie is de enige Nederlander in buitenlandse dienst. Tristan Hoffman van TVM hoorde vanmiddag dat hij als laatste Nederlander is aangewezen. Ploegleider Cees Priem twijfelde aanvankelijk nog tussen de Belg Hendrik van Dijck, de Deen Lars Michaelsen en de Nederlandse kampioen van 1992.

Hoffmans ploeggenoot Servais Knaven werd dit weekeinde toegevoegd aan de TVM-formatie. Knaven bevestigde gisteren zijn vorm met een derde plaats op het Nederlands kampioenschap. De andere Nederlanders bij TVM zijn: Jeroen Blijlevens, Maarten den Bakker en Bart Voskamp. De Fransman Laurent Roux, de Belg Peter van Petegem en de Denen Jesper Skibby en Bo Hamburger zijn de vier aangewezen buitenlanders van TVM. Ploegleider Theo de Rooy van Rabobank heeft zes Nederlanders uitgekozen voor zijn Tourselectie: Michael Boogerd, Erik Breukink, Erik Dekker, Patrick Jonker, Leon van Bon en Danny Nelissen. Van de buitenlanders waren de Deen Rolf Sörensen en de Oostenrijker Peter Luttenberger al zeker van deelname. De ploegleiding van Rabobank heeft vanmorgen het laatste startbewijs klaargelegd voor de Australiër Robbie McEwen.