Bij '1997' klinkt krachtige marsmuziek

De violiste Bettina Abraham speelt sinds vorig jaar in het Peking Radio Symfonie Orkest. Voor de overdracht van Hongkong aan China heeft het orkest een speciale compositie ingestudeerd. Een verslag van de tournee door China.

Twee wagons 'hardsleeper' zijn voor ons orkest en het koor gereserveerd. Mij bekruipt onmiddellijk het schoolreisjesgevoel van vroeger. Ik krijg een van de onderste bedden van een nis van zes en ik merk dat ik mijn jampot om thee in te zetten ben vergeten. Stom! Mijn collega's stallen proviand torenhoog uit op de tafeltjes. Dan zet de trein zich in beweging. We worden door een dame uit de luidsprekers welkom geheten en voorgelicht over de regels: je mag geen explosieven meenemen in de trein, niet op de grond spugen, overgeven of je behoefte doen. Daarna wordt vermeld dat op 1 juli de overdracht van Hongkong aan China zal plaatsvinden.

Dit is ook de aanleiding voor onze tournee: we gaan deze historische gebeurtenis live voor de televisie opluisteren met een speciaal hiervoor door zes van China's beste componisten geschreven compositie. We zijn op weg naar de grote evenementenhal in Hangzhou, aan de Chinese oostkust.

Voorlopig wordt nog niet over het concert gesproken. De musici komen af en toe langs om me nieuwsgierig over Nederland uit te horen. Nu is daar eindelijk tijd voor en spreek ik ook beter Chinees dan toen ik net in het orkest kwam, negen maanden geleden. Een jonge bassist kan 'I love you' in het Frans en Duits zeggen en wil zijn kennis met Nederlands uitbreiden. In ruil daarvoor leert hij me een citaat van Mao Zedong: 'Haohao xuexi, tiantian xiangshang': Studeer hard en je zult elke dag een stukje vooruitgaan.

Ons hotel in Hangzhou is riant. We zitten in tweepersoonskamers met super badkamers en airconditioners en krijgen vier maaltijden per dag! We verdienen zó weinig (170 gulden voor drie concerten) dat het vooral om alle extra's gaat. Geen excursie of maaltijd wordt overgeslagen. Op mijn hotelkamer kan ik 'Star TV' uit Hongkong ontvangen en zie ik beelden van een verregend Wimbledon. Wat lijkt Europa ver weg.

Overdag verkennen we in kleine groepjes de stad. Ik ben voor het eerst met een uitsluitend Chinese groep op reis en zal dat weten ook: het tempo ligt op een kwart van wat ik gewend ben. Bij elke pagode, waterlelie, rotsinscriptie of beeld wordt een foto genomen. En niet van de hele groep, maar van ieder apart. Er moeten bewijsstukken zijn dat we daadwerkelijk in Hangzhou zijn geweest.

's Avonds openen wij het concert in de arena staand, met het Chinese volkslied. Ik ben benieuwd welke gevoelens mijn orkestgenoten daarbij hebben. Van hun gezichten valt niets af te lezen. Tot we weer 'op' moeten, worden de toeschouwers vermaakt door acts, die door hun massale aanpak indrukwekkend zijn. Aan weerszijden van een reusachtige Chinese vlag zitten zeshonderd man in T-shirts van dezelfde kleur. Om beurten zwaaien en draaien ze met parasols en kleurige waaiers. Er zijn zangers die door honderden dansers en kinderen met bloemen worden omzwermd. Alles wordt aangekondigd door een man en vrouw die met ontroering in hun stem dichtregels spreken. Dat is gebruikelijk op de Chinese televisie. Ik vang een flard op: “Wij houden van China, ons moederland. Dat is wat ons hart vertelt.”

Dan mogen wij weer. De delen van onze compositie zijn genoemd naar historische gebeurtenissen die verband houden met China en Hongkong. Het deel '1840' is het meest dramatisch. Dan klinken kanonschoten in het slagwerk om de Opiumoorlog uit te beelden. Bij '1949', de oprichting van de Volksrepubliek, hoor je gelukkige vogelgeluiden en in '1984' en '1997', het begin van het Chinees-Britse overleg en de terugkeer van Hongkong in de moederschoot, spelen we krachtige marsmuziek. We eindigen met een meezinger en dan is het groots en meeslepend feest voorbij.

Op de terugweg in de bus is de belangrijkste gespreksstof: wat heb je vandaag gekocht en wat ga je morgen nog kopen. Voor mijn collega's verandert er niets na de overdracht van Hongkong. Zij worden er niet beter van, maar met dit reisje en een vrije dag op 1 juli, na terugkomst in Peking, is iedereen zeer tevreden.