Beeldhouwers laten in Münster lichtvoetigh]eid zien

'Skulptur. Projekte in Münster 1997'. Beeldhouwkunst in de stad Münster. Tot 28 september aldaar. Informatie in het Westfälisches Landesmuseum aan het Domplein. Dagelijks geopend van 10-18 uur.

Sinds 1977 staat Münster eens in de 10 jaar in het teken van de beeldhouwkunst. Voor de derde keer organiseerde tentoonstellingsmaker Kaspar König nu zijn 'Skulptur. Projekte in Münster', in een niet-aflatende poging een discussie op gang te brengen over de zin en betekenis van kunst in de openbare ruimte. Tot in alle uithoeken van de stad bevinden zich beelden: in winkelpassages en etalages, in parken en plantsoenen, rondom kerkgebouwen, in voetgangerstunnels, langs en zelfs in het uitgestrekte Aa-meer - in totaal meer dan 60 beelden en installaties van kunstenaars uit Europa en Amerika. Wie ze allemaal wil zien, doet er goed aan om er twee dagen voor uit te trekken en een fiets te huren. Dit is ook een prachtige manier om Münster te leren kennen.

Met de kunst in de openbare ruimte is het nog steeds slecht gesteld. Er is geen context voor beelden in de stad, geen verhaal waar ze in passen, geen ruimte of architectuur waar ze zich naar kunnen voegen. De moderne architectuur is de beeldhouwkunst vijandig gezind. Sinds het Bauhaus zijn gevels beeldloos en ook de omgeving van moderne gebouwen biedt geen plaats aan beelden. In de twintigste eeuw is de kunst uit de openbaarheid verdreven en naar binnen verjaagd.

De eerste sculptuurmanifestatie in Münster, in 1977, was een zoektocht naar de context van een plek. Volgens de deelnemende kunstenaars was een beeld niet een autonoom object, maar moest het verwijzen naar de stad en de leefomstandigheden in de stad. Strenge en ideologische kunst was er toen in Münster te zien. Sommige van die beelden zijn er nog, zoals twee grote concentrische betonnen ringen van Donald Judd op een glooiende oever van het Aa-meer. Claes Oldenburg legde een aantal reusachtige betonnen biljartballen op een grasveld. Richard Serra, Joseph Beuys en Daniel Buren waren enkele andere prominent aanwezige deelnemers. Bij de tweede manifestatie, in 1987, was site-specific het toverwoord. Het beeld moest speciaal voor een plek worden ontworpen. Ik herinner mij deze tentoonstelling als, ook weer, een ideologisch gebeuren met een drammerige karakter. Kunstenaars zouden de mensen leren kijken, hun omgeving leren ontdekken. Er waren ook veel nadrukkelijke speel- en vrije-tijdsobjecten te zien die onveranderlijk hun doel misten, zoals bijvoorbeeld een in een gesloten vierkant geplaatst groep harden houten banken en krukken van Sjah Armajani waar niemand op wilde zitten.

Maar nu, bij de derde keer, is er een positieve verandering te bespeuren. Het is een lichtvoetige tentoonstelling waarbij de kunstenaars zich niet langer opstellen als onderwijzer of ziener. In een groot aantal gevallen lijkt het in de eerste plaats om plezier en genoegen te gaan, of om het meer toegankelijk maken van de kunst. Zo zijn er verschillende tuinen aangelegd, onder andere door het duo Peter Fischli en David Weiss en door Maria Nordman. En Wolfgang Winter en Berthold Hörbelt bijvoorbeeld bouwden van plastic kratten op vier strategische punten in de stad paviljoens waar de bezoeker uit kan rusten en informatie kan inwinnen over de tentoonstelling. Het is veelzeggend dat de die hard onder de pleitbezorgers van kunst in de openbare ruimte, Daniel Buren, nu in een manifest schrijft: 'Het punt is dat iedereen die kunst voor de straat wil maken zijn arrogantie af moet leggen en moet vervangen door nederigheid. Het punt is dat de kunstenaar zijn eenzaamheid vaarwel moet zeggen, samen moet werken met competente mensen en hen moet accepteren om zijn of haar projecten uit te voeren.' Buren spande over de markt een zee van roodwitte vlaggetjes, de totale lengte van het vlaggentouw bedraagt 3 kilometer. Het is een mooi en feestelijk werk, de wind brengt rimpelingen in het deinende roodwit, de markt eronder is een soort ruimte feestzaal geworden met zacht getemperd licht, het is alsof zelfs de akoestiek getemperd is.

Natuurlijk bestaat het gevaar dat de kunst nu weer té lichtvoetig wordt, te kinderachtig, zoals de beer die ligt te rusten in een grotje, een bijdrage van Mark Dion. Maar over het geheel genomen is expositie geïnspireerd en vernieuwend. Een hoogtepunt is het videowerk 'Between Darkness and Light (after William Blake)' van Douglas Gordon, in een donker voetgangerstunneltje. Gordon vat de tunnel op als een purgatorium, een passage, overgangszone tussen licht en donker, niet boven in de stad, maar ook niet helemaal in de duisternis. Op een scherm middenin de tunnel worden twee films over elkaar heen geprojecteerd, 'The Exorcist' (1973) en 'The Song of Bernadette' (1943). Het concept is eenvoudig en werkt wonderwel. Beide films, de een over de macht van het kwade, de andere over de macht van het goede (in de vorm van een visioen van het meisje Bernadette van van de heilige Maagd bij Lourdes) zijn ieder afzonderlijk bijna onverdraaglijk van kitscherigheid en pathetiek. Maar in samenspel houden ze elkaar in balans, ze zijn van tweeën één, en de onschuld van de twee meisjes, de door het kwaad en de door het heilig vuur bezetene, wordt prachtig tegen elkaar uitgespeeld.

Ook het werk van Joep van Lieshout kan tot de hoogtepunten worden gerekend. Hij plaatste vier van zijn caravans in een plantsoen, het geheel heeft het aanzien van een zigeuner-kampje. Van Lieshout vervaardigt mobile homes compleet met cozy slaapkamers, afkoppelbare badkamers, keukens, huisbars en wat al niet.

Iedere camper heeft een eigen stijl en sfeer. De meest recente is de 'Survival Unit Autocrat'. Het is een strak model in een groene schutkleur. Deze camper heeft alles wat het mogelijk moet maken om geheel alleen te overleven. er is een bassin om regenwater op te vangen, het fornuis wordt gestookt op hout, er hangen gerookte hammen en gedroogde vis van het plafond, op de keukenplanken staan witte bonen en andere gedroogde peulvruchten. Van Lieshouts bijdrage aan de kunst in de openbare ruimte is een subversieve droom: de droom van de vlucht uit de openbare ruimte en uit de benauwenis van de stad.