Aruba wil volwassen worden

De ontwikkelingshulp van 40 miljoen aan Aruba wordt stapsgewijs teruggebracht naar nul. Minister-president Eman is enthousiast. Eindelijk weer zelf beslissen over projecten en scharnieren.

SCHIPHOL, 30 JUNI. Aruba wil binnen tien jaar onafhankelijk worden van de Nederlandse ontwikkelingshulp, die nu 40 miljoen gulden per jaar beloopt. “We hebben zo'n sterke economie dat we de financiële relatie met Nederland gaan beëindigen en niet meer onze hand in Den Haag hoeven op te houden”, zegt minister-president mr. H. Eman.

De premier omarmt een plan van de Commissie-Biesheuvel dat vandaag in Den Haag is gepresenteerd, om de ontwikkelingshulp in tien jaarlijkse stappen van vier miljoen gulden naar nul te reduceren. “Dat geld kunnen we zelf opbrengen. Aruba wordt op die manier nog meer een volwassen partner in het Koninkrijk der Nederlanden, die op eigen benen kan staan. We gaan zelf beslissen over projecten in ons land en laten de soms hinderlijke bemoeizucht van Nederland achter ons. Die nieuwe verhoudingen zullen de creativiteit en inzet van onze eigen mensen stimuleren en het gevoel van eigenwaarde op Aruba versterken.” Eman noemt het rapport-Biesheuvel “uniek”. “Decennia lang is in dit soort adviezen om meer geld van Nederland gevraagd. Hier gebeurt het omgekeerde.”

Deze week voert de Arubaanse premier overleg met Nederlandse ministers over de uitvoering van het het rapport-Biesheuvel. De Koninkrijksrelatie blijft voor Aruba essentieel waar het gaat om de buitenlandse betrekkingen, defensie, het rechtssysteem en de Kustwacht die drugssmokkelaars moet afschrikken. Ook wil hij de culturele relaties met Nederlandse steun verstevigen en technische bijstand van Nederlandse deskundigen blijven inschakelen. “We willen een zakelijke verhouding opbouwen voor de resterende jaren van financiële ontwikkelingshulp, waarbij de beslissingen niet meer in Den Haag maar op Aruba worden genomen”, aldus Eman

Eman ergert zich aan de traagheid en gedetailleerde bemoeienis waarmee Haagse ambtenaren nu nog ontwikkelingsprojecten afwikkelen. “Soms duurt het zo lang dat zo'n project is achterhaald als er eindelijk een beslissing valt. Het sterkste voorbeeld is dat men zich zelfs bezighield met het soort scharnieren voor de ramen en deuren van een school op Aruba.”

Oud-premier Biesheuvel analyseerde op verzoek van minister Voorhoeve (Antilliaanse en Arubaanse zaken) de economie en de financiële vooruitzichten van het Caraïbische eiland. Biesheuvel adviseert om de Arubaanse investeringsbank een centrale rol toe te kennen in het nieuwe stelsel van ontwikkelingssamenwerking. Eman richtte die bank met steun van Nederland op, in zijn eerste regeerperiode 1985-1989. “De bank moet een hefboom worden om grote projecten samen met particuliere investeerders van de grond te tillen”, legt hij uit.

“Toen in 1984 de Arubaanse economie instortte omdat de grote Esso-raffinaderij werd gesloten, stonden particuliere kapitaalverschaffers niet te trappelen om ons te helpen, maar dat ligt nu heel anders. Sindsdien hebben we het toerisme als pijler onder de economie gezet en daar komt nu een versterking van handel en transport via onze vrije zone (vrij van importheffingen en met een winstbelasting van slechts 2 procent) bij. Dit jaar ramen we de groei op 4 procent en de inflatie op 3,4 procent, net iets boven de Amerikaanse inflatie. De geldontwaarding moet nog iets omlaag. Het gemiddeld inkomen op Aruba is veruit het hoogste in de regio, met 17.000 dollar per inwoner per jaar.”

Een van de scherpe voorwaarden die de Commissie-Biesheuvel voor de financiële onafhankelijkheid van Aruba stelt, is dat de overheidsbegroting “structureel in evenwicht” moet komen. Volgens Eman is dat geen probleem: “We verminderen het aantal ambtenaren en verlagen onze kosten. Het ziet ernaar uit dat onze begroting voor volgens jaar al een exploitatieoverschot zal tonen, dat voldoende is om de rente en aflossingen van nieuwe leningen te betalen. We verplichten ons om niet meer te financieren dan we aankunnen. Nu krijgen we aan directe projecthulp van Nederland 22 miljoen gulden per jaar, terwijl we 21 miljoen moeten betalen aan rente en aflossing. Dat beeld moet snel veranderen.”

Volgens Eman maakt de Arubaanse regering nu snel korte metten met de laatste restjes van het imago dat het eiland de laatste jaren had: behalve de witte palmstranden een grote kwetsbaarheid voor de drugshandel en het witwassen van criminele winsten. “Dankzij de hulp van Nederlandse deskundigen, zoals de president van onze Centrale Bank Du Marchie Sarvaas. Onze banken zijn scherp doorgelicht. Bij het geldverkeer worden strenge controleregels toegepast en volgende maand lanceren we een nieuw controlesysteem voor de casino's. Zwart geld en belastingontduiking bannen we uit.”

De Commissie Samenwerking Aruba-Nederland onder voorzitterschap van oud-premier mr. B.W. Biesheuvel adviseert minister Voorhoeve de ontwikkelingshulp aan Aruba geleidelijk te verminderen en over tien jaar te beëindigen. Met de vrijkomende middelen kan de schuld van Aruba aanzienlijk worden verlaagd, maar dat kan alleen als Aruba zijn overheidsfinanciën in evenwicht houdt. De verantwoordelijkheid van Aruba voor de aanwending van de Nederlandse ontwikkelingssteun moet volgens de commissie worden vergroot.

Minister Voorhoeve heeft het advies vanochtend aan de Tweede Kamer gestuurd, met de mededeling dat de regering nog een standpunt moet bepalen.

Het huidige systeem van Nederlandse steun aan projecten in Aruba moet volgens de commissie worden vervangen door een meerjarig ontwikkelingsprogramma. Op basis daarvan kunnen de twee landen jaarlijks afspraken maken over investeringen. Overeenstemming daarover leidt tot beschikbaarstelling van Nederlands hulpgeld aan een investeringsfonds. Beslissingen over de besteding worden “op afstand van de politieke besluitvorming” in handen gelegd van de Aruban Investment Bank NV. De Nederlandse regering krijgt een vertegenwoordiger in de directie (Mangement Board) van deze bank.

Biesheuvel c.s. menen dat het Arubaanse streven om financieel onafhankelijk te worden, positief beoordeeld kan worden in het kader van het Statuut voor het Koninkrijk. In de overgangsperiode van tien jaar kan de Nederlandse hulp elk jaar met 4 miljoen gulden worden verminderd. Elk jaar neemt de bijdrage van Aruba met hetzelfde bedrag toe en over tien jaar zou het land dan geen hulp van Nederland meer nodig hebben.