Zwaluwspuug (2)

Met de suggestie dat de Natuurbescherming de plezierjacht dient door zich niet principieel tegen handel uit te spreken, slaat mevrouw Van Westerop in haar brief in W&O van 21 juni de plank mis.

Van Westerop schreef naar aanleiding van 'Zwaluwspuug en kaviaar, moeizame regulering van handel in wilde dieren' (W&O, 7 juni), over de CITES-conferentie in Zimbabwe.

In Harare zijn de criteria voor ivoorhandel door onder meer de opstelling van het Wereld Natuur Fonds (WNF) juist aangescherpt en is een veilige toekomst voor olifanten een stukje naderbij gekomen. Belangrijk is dat de CITES-vergadering een instrument heeft gekregen om de handel als het uit de hand loopt meteen stil te leggen. Zimbabwe, Namibië en Botswana beweren dat hun verkoop uit voorraad in het belang is van de olifant, maar als de stroperij weer opduikt moet de handel meteen gestopt worden. Het WNF vindt dat het nu nog te vroeg is om de handel weer te openen, maar geeft de drie landen het voordeel van de twijfel. Het WNF zal de komende 21 maanden extra alert zijn en bij de eerste negatieve signalen meteen optreden.

Het ivoorverbod is geen wondermiddel, omdat de bedreigingen van de olifant niet beperkt blijven tot stropen voor ivoor. Vaak gaat het om verschillende maatregelen: èn leefgebiedbescherming èn initiatieven zoals anti-stropersteams en parkbeheer. En niet te vergeten, meedoen aan de CITES-conferentie die soorten beschermt tegen overexploitatie.

Het gaat het WNF om effectieve bescherming van de olifant. Het is een gevaarlijke illusie om te denken dat een simpel 'nee' tegen jacht een veilige toekomst van olifanten naderbij brengt. Een principieel 'nee' gaat voorbij aan de noden van sommige Afrikaanse landen waar het nu iets beter gaat met de olifanten. Het WNF zoekt dag in dag uit in landen zoals Zimbabwe, Namibië of bijvoorbeeld Kameroen naar oplossingen voor reële problemen die het voortbestaan van de olifant in de waagschaal stellen.