Ziek of schuldig: moordenaars in het Pieter Baan Centrum

De toerekeningsvatbaarheid van verdachten ten tijde van een delict speelt een grote rol bij de strafoplegging. De rechtbank laat zich hierin onder meer adviseren door het Pieter Baan Centrum in Utrecht. Wat is de invloed van psychiaters in het strafrecht?

AMSTERDAM, 28 JUNI. Maandag doet de rechtbank in Haarlem uitspraak in een spraakmakende moordzaak. Een echtpaar uit Hoofddorp doodde zijn drie kinderen door hen te drogeren en later met een kussen te smoren. De ouders wilden zelf ook dood, maar alle pogingen daartoe mislukten. Drievoudige moord met voorbedachten rade: daar staat een zware gevangenisstraf op. De ouders zijn volgens de wet echter alleen strafbaar als ze toerekeningsvatbaar waren tijdens de moorden. En dat is in dit geval nog maar de vraag.

Het antwoord hangt in belangrijke mate af van het Pieter Baan Centrum (PBC), de justitiële observatiekliniek in Utrecht. Het PBC heeft de ouders afzonderlijk onderzocht en acht hen beiden 'sterk verminderd toerekeningsvatbaar'. Dat wil zeggen dat zij ten tijde van het plegen van de moorden aan een zodanige ziekelijke stoornis leden, dat het delict - indien bewezen - hun slechts ten dele kan worden toegerekend. Het PBC adviseerde de rechtbank van Haarlem tbs met dwangverpleging op te leggen. Voor het echtpaar kan dat betekenen dat ze eventuele celstraf geheel of gedeeltelijk ontlopen. De officier eiste behalve tbs ook nog drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Vorig jaar adviseerde het Pieter Baan Centrum justitie in 206 gevallen over de toerekeningsvatbaarheid van verdachten; 95 procent van de adviezen werd door de rechtbanken opgevolgd. Een klein deel van de rapportages moest ter zitting worden toegelicht. Een enkele keer nam de rechtbank of het gerechtshof een advies niet over. Dit was bijvoorbeeld het geval in de rechtszaak tegen Albert Heijn-overvaller Appie A. In de zaak tegen de hoofdverdachte van de Bende van Venlo oordeelde de rechtbank dat tbs geen garantie bood voor een zo lang mogelijke verwijdering van verdachte uit de samenleving. Beide verdachten werden veroordeeld tot levenslang en geen tbs.

Een verdachte wordt in het Pieter Baan Centrum onderzocht door psychologen, psychiaters, inrichtingwerkers (observeren het dagelijks gedrag) en 'milieu-deskundigen' (onderzoeken verleden en omgeving van de verdachte). Het PBC hanteert een glijdende schaal voor de beoordeling: volledig toerekeningsvatbaar (vorig jaar 5 gevallen), enigszins verminderd (23), verminderd (112), sterk verminderd (37) of ontoerekeningsvatbaar (13). Verdachten die geheel ontoerekeningsvatbaar worden geacht, worden ontslagen van rechtsvervolging omdat zij niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor hun daden. De rechtbank kan dan wel een tbs-behandeling opleggen maar geen gevangenisstraf. Als verdachten weigeren mee te werken komt er doorgaans geen rapportage tot stand en volgt geen tbs-advies.

De rechtbank neemt de adviezen niet klakkeloos over. “Wij laten ons adviseren omdat we niet zijn opgeleid tot psychiater”, zegt S.L. Donker, rechter in de rechtbank van Den Haag. “We willen weten of er een verband bestaat tussen de aangetroffen stoornis en het ten laste gelegde. Maar uiteindelijk nemen wij de beslissing wat er met de verdachten gebeurt.” Het aantal tbs-opleggingen is de laatste jaren fors gestegen. Volgens CBS-cijfers werd in 1993 in 103 gevallen tbs opgelegd, in 1994 kregen 188 verdachten tbs en in 1995 werd het 205 keer uitgesproken. Donker: “Als rechterlijke macht kun je je nu afvragen of je niet te vaak tbs oplegt. Of je niet in iedere zaak dat tbs wordt geadviseerd, opnieuw moet bekijken of het écht nodig is. Maar in de praktijk doe je dat al, want het is en blijft een zeer ingrijpende beslissing.”

Meer dan duizend terbeschikkinggestelden worden nu verpleegd in rijksinrichtingen of particuliere inrichtingen. Hun behandeling duurt gemiddeld zes jaar. Doordat alle klinieken vol zitten, wachten zo'n 160 zogeheten 'passanten' in een huis van bewaring op behandeling. Zij hebben hun celstraf uitgezeten maar kunnen nog nergens terecht. Minister Sorgdrager (Justitie) zegt alles in het werk te stellen de wachtlijst weg te werken, maar dit gaat naar verwachting nog zo'n drie jaar duren. Een deel van de passanten heeft een schadeclaim ingediend bij Justitie. Ook worden gesprekken gevoerd met het ministerie van Volksgezondheid om tbs-patiënten in de eindfase van hun behandeling over te plaatsen naar reguliere tussenvoorzieningen.

De tbs-kliniek Veldzicht in Balkbrug begint volgend jaar met een long stay-project. Patiënten bij wie gedurende een paar jaar geen enkele behandeling aanslaat, worden op een aparte afdeling geplaatst. Hun behandeling wordt op een laag pitje gezet waardoor andere patiënten intensiever begeleid kunnen worden. De kliniek hoopt zo uiteindelijk een snellere doorstroom van patiënten te realiseren.

Wanneer iemand verminderd toerekeningsvatbaar wordt geacht, zijn de strafbare feiten hem slechts gedeeltelijk toe te rekenen. Voor een deel dat de verdachte verantwoordelijk is, kan de rechtbank wel een straf opleggen. In de Bennekom-zaak, waarbij een meisje (18) samen met haar vriend (19) haar vader en stiefmoeder met bijlen van het leven beroofden, waren beide verdachten sterk verminderd toerekeningsvatbaar. De advocaat van de jongen drong er bij de rechtbank op aan zijn cliënt geheel ontoerekeningsvatbaar te verklaren zodat de jongen geen straf hoefde te ondergaan maar alleen behandeld zou worden. De rechtbank volgde echter het advies van het Pieter Baan Centrum en legde een gevangenisstraf van 'slechts' drie jaar op in combinatie met tbs. Het meisje wordt pas in september berecht omdat zij op verzoek van haar advocaat nog een keer psychisch onderzocht wordt.

Ook het Hoofddorpse echtpaar is volgens het PBC sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Beide ouders lijden aan een zeer ernstige persoonlijkheidsstoornis. Die bestaat eruit dat zij “bijna met elkaar versmolten zijn”, aldus de deskundigen van het PBC. De vader en de moeder hebben “elkaar meegesleurd in een neerwaartse spiraal van psychisch onvermogen”. Al jaren leefde de moeder met het idee 'eruit te willen stappen met het hele gezin' om weer samen te kunnen zijn met haar in 1993 aan leukemie overleden zoontje Steven.

Het Hoofddorpse echtpaar was psychisch niet gezond maar functioneerde voor de buitenwereld aardig, stelt het PBC. De vader had een tandartspraktijk, beide ouders hadden veel vrienden, de kinderen speelden regelmatig buiten. Zenuwarts J. Scheffer van het Pieter Baan Centrum: “Het blijkt dat men voor de buitenwereld vaak jarenlang goed kan functioneren en tegelijkertijd psychische problemen kan onderdrukken. Op een gegeven moment is dat niet langer mogelijk en volgt een impulsdoorbraak.”

Dit gebeurde ook bij Martha U., de ziekenverzorgster die een aantal bejaarden van het leven beroofde. Het PBC omschreef haar als iemand die voortdurend bezig is de controle te bewaren over agressieve impulsen. Tot er sprake was van een overreactie: het doodspuiten van bewoners van het verpleeghuis. Martha U. werd verminderd toerekeningsvatbaar bevonden.

Gedwongen behandeling in een tbs-kliniek is alleen toegestaan bij zeer ernstige feiten en een grote kans op herhaling. In het geval van het Hoofddorpse echtpaar acht het PBC de kans op herhaling aanwezig op het moment dat zij weer de zorg over (eigen) kinderen hebben. De vader zegt hierover: “Die mogelijkheid is uitgesloten want ik ben gesteriliseerd. Daarbij heb ik vier kinderen gehad en ik heb geen zin om bij wijze van spreken weer in de luiers te gaan zitten.” De moeder: “Als je kinderen ombrengt om de boel veilig te stellen, zul je nooit opnieuw kinderen krijgen.” In het geval van Martha U. achtten de deskundigen de kans op herhaling niet groot, omdat zij de consequenties van haar handelen was gaan inzien.

Psychiater Scheffer vindt het moeilijk te zeggen wat voor kindermoordenaars de beste behandeling is. “De vraag óf en hoe deze verdachten behandeld kunnen worden is niet aan het Pieter Baan Centrum. Wij adviseren alleen over de toerekeningsvatbaarheid en de kans op herhaling.” In beginsel is de problematiek volgens Scheffer te behandelen, maar het staat niet vast of het lukt. “De verdachten zijn dader en slachtoffer tegelijk en het is nog maar de vraag of iemand het vermogen heeft die problematiek tijdens een behandeling door te werken. Maar dat wil niet zeggen dat je er niet aan moet beginnen.”

Adviezen en vonnissen

Moord op Joes Kloppenburg

PBC: geen tbs (maar wel persoonlijkheidsstoornis)

OvJ: zes jaar en tbs

Rechtbank: acht jaar, geen tbs

(omdat er geen verband bestaat tussen de stoornis van de dader en het gepleegde delict)

Martha U.

PBC: tbs (verminderd toerekeningsvatbaar)

OvJ en PG: negen jaar, en tbs

Rechtbank: negen jaar, en tbs

Hof: vier jaar, en tbs

(De rechtbank heeft volgens het hof te weinig rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de ziekenverzorgster)

Bijlenmoord

PBC: tbs (sterk verminderd toerekeningsvatbaar)

OvJ: acht jaar, en tbs

Rechtbank: vier jaar, en tbs

(omdat zij de 19-jarige jongen toch enigszins verantwoordelijk stelt voor dubbele moord en de kans op herhaling groot is)

Albert Heijn-overval

PBC: tbs (verminderd toerekeningsvatbaar)

OvJ: twintig jaar en tbs

Rechtbank: geen tbs, levenslang

(omdat zij in tegenstelling tot de gedragskundigen de verdachte volledig toerekeningsvatbaar acht voor zijn daad)

Bende van Venlo (Frenkie)

PBC: summmiere rapportage zonder advies omdat verdachte weigert zich te laten onderzoeken.

OvJ en PG: twintig jaar, en tbs

Rechtbank en hof: geen tbs, maar levenslang

Kindermoord in Echt

PBC: geen tbs (wel verminderd toerekeningsvatbaar)

OvJ: twaalf jaar, geen tbs

Rechtbank: tien jaar, geen tbs

(omdat zij de kans op herhaling klein acht - de vrouw had maar één kind)

Kindermoord in Hoofddorp

PBC: tbs (sterk verminderd toerekeningsvatbaar)

OvJ: drie jaar, en tbs

Rechtbank oordeelt maandag.

PBC = Pieter Baan Centrum

OvJ = officier van justitie

PG = procureur-generaal