Voetbalclubs willen naar de beurs

Voetbal is in de greep van het grote geld. In Groot-Brittannië heeft een aantal voetbalclubs een beursnotering. Volgt Nederland?

ROTTERDAM, 28 JUNI. Als de zomervakantie aanbreekt, beleven voetbalmakelaars hoogtijdagen. De transfermarkt strekt zich uit tot ver buiten onze landsgrenzen, omdat de Nederlandse voetbalverenigingen niet meer kunnen concurreren met de salarissen van buitenlandse clubs. Met lede ogen kijken de clubs toe hoe Nederlands talent vertrekt en buitenlandse toppers wegblijven. Het niveauverschil met buitenlandse competities wordt groter.

De Amsterdamse effectenbeurs kan hulp bieden. Door van een club een onderneming te maken en aandelen te verkopen krijgt zij financiële ruimte voor topsalarissen. Vijf verenigingen hebben zich al gemeld bij de beurs om te praten over “wat de mogelijkheden zijn”.

De beurspagina zou met de komst van voetbalclubs op de effectenbeurs een nieuwe dimensie krijgen. 'AEX stijgt door Braziliaanse PSV-aankoop' als kop op de beurspagina. Voetbal International als bron van informatie voor beleggers. En het plotselinge vertrek van een sterspeler, zoals Ed de Goey van Feyenoord of Marc Overmars van Ajax, zou tot forse koersschommelingen kunnen leiden.

Voetbal is op de beursvloer sinds jaar en dag een veelbesproken onderwerp, maar de komst van beursgenoteerde clubs zal het belang ervan aanzienlijk vergroten. Directeur P. de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) kijkt ernaar uit. “Het zou het beursleven zeker opvrolijken. We praten dan over gewonnen en verloren wedstrijden in plaats van kwartaalcijfers.” De Vries neemt voetbalaandelen serieus en onderstreept dat sportnieuws de koers van de effecten sterk zal beïnvloeden. De eerste Nederlandse club met beursnotering lijkt niet ver meer weg. Het Alkmaarse AZ en ADO Den Haag onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Het is een publiek geheim dat ook Feyenoord, Ajax, PSV en Vitesse nadenken over een beursgang.

Ajax zegt een beursgang nog niet nodig te hebben, hoewel de club zich volgend seizoen met een gemêleerd buitenlands huurlingenleger moet zien te redden. De club uit Amsterdam heeft drie lucratieve jaren in de Champions League, de belangrijkste Europese competitie, achter de rug.

Pag.19: De voetbalkenner als beurshoekman

“Zo'n beursgang met aandelenemissie levert alleen een eenmalige kapitaalinjectie op”, relativeert algemeen directeur M.P. Oldenhof van Ajax. “Je kunt er niet je spelerssalarissen van betalen, want dat zijn kosten die iedere maand terugkomen. Nee, het is meer iets voor kleinere clubs die bijvoorbeeld een eigen stadion willen bouwen. Jammer voor die kleinere clubs is dat de beurs nou net niet op hen zit te wachten.”

PSV hoeft ook niet zo nodig. De Eindhovense club beschouwt het vermogen dat vastzit in het eigen stadion en de lap grond eromheen als een flinke spaarpot die te allen tijde kan worden aangesproken. Van 'de grote drie' kan Feyenoord het geld het best gebruiken.

In Groot-Brittannïe is het de gewoonste zaak van de wereld dat sportclubs een notering op de beurs hebben. Van de dertien Engelse voetbalclubs die genoteerd zijn hebben er vijf een notering aan de grote London Stock Exchange (Manchester United, Tottenham Hotspurs, Leeds United, Sunderland en Millwall) en acht op de kleinere Alternative Investment Market of OFEX.

Een beursgang is voor Nederlandse voetbalclubs geen eenvoudige zaak. Ze moeten bijvoorbeeld de verenigings- of stichtingsvorm inwisselen voor die van een naamloze vennootschap (NV) of een coöperatieve vereniging. Daarnaast moeten clubs kunnen aantonen dat ze van de laatste vijf boekjaren er ten minste drie hebben afgesloten met winst. Ook dient een aspirantbeursganger een eigen vermogen van minimaal 10 miljoen gulden te hebben en nog eens 10 miljoen aan handelskapitaal. Vervolgens zal de effectenbeurs de clubs nog aan een financieel onderzoek onderwerpen. Amsterdam Exchanges, eigenaar van de Nederlandse effecten- en optiebeurs, heeft over deze voorwaarden inmiddels gesprekken gevoerd met de KNVB.

Blijft het bij de Nederlandse topclubs nog bij vage plannen, van AZ uit Alkmaar is al bekend dat het naar de Britse beurs wil. En eerste divisieclub ADO Den Haag laat ING Barings de mogelijkheid onderzoeken als NV een notering aan te vragen op de jonge Nieuwe Markt Amsterdam (NMAX), bedoeld voor kleine, snel groeiende bedrijven. ADO Den Haag zoekt financiële middelen om sterspelers aan te kopen en terug te keren in de hoogste divisie van het betaalde voetbal. De club wil op termijn Europees voetbal spelen.

Dat een beursgang van een voetbalclub niet altijd succesvol is, blijkt uit de ervaringen van de Engelse tweede-divisieclub Millwall. Deze voetbalvereniging wilde promoveren naar de hoogste divisie. Toen na aankopen van dure spelers de overwinningen uitbleven en promotie werd gemist, was het stadion nauwelijks te vullen en bleef de voor de sponsors zo belangrijke aandacht van de media weg. De club kon de hoge salarissen van z'n spelers niet meer opbrengen en raakte in financiële problemen.

Vormverlies of het vertrek van een topspeler of coach zijn de grote angsten voor een belegger. Een echte supporter blijft zijn club ook in moeilijke tijden trouw, maar de financiële wereld heeft dat geduld niet en trekt zijn kapitaal terug om dat elders te herinvesteren.

Omgekeerd geldt dat goede resultaten ook snel geld opleveren. Zo steeg de koers van het aandeel Manchester United begin maart met 1,5 procent naar 657,50 pond nadat de club in de kwartfinale van de Champions League het Porto met 4-0 had verslagen. De waarde van het totale aandelenpakket steeg met 11 miljoen pond.

Directeur J. Krant van effectenbank Kempen & Co noemt voetbalbeleggingen uiterst speculatief. “De assets van het bedrijf lopen op het veld. Hierover kun je straks gewoonweg geen advies geven. Als je net hebt gezegd dat die club met een superspits veel geld waard is, wordt die speler onderuit getrapt en is hij niks meer waard.”

Om de effecten van dit soort tegenvallers te beperken zoeken veel clubs financiële steun bij kapitaalkrachtige ondernemingen. In Nederland gebeurt dat vrijwel altijd via sponsorcontracten, maar in het Verenigd Koninkrijk bestaan ondernemingen die daadwerkelijk participeren in voetbalclubs.

Een voorbeeld is Caspian Group. Deze onderneming kocht augustus vorig jaar voor 16,5 miljoen pond alle aandelen van de Engelse Premier League voetbalclub Leeds United en plaatste vervolgens een kwart daarvan op de beurs. De omzet van Caspian werd in de tweede helft van 1996 (12,5 miljoen pond) voor ruim 93 procent bepaald door de resultaten van Leeds United. De onderneming verdient miljoenen door verkoop van Leeds' uitzendrechten, spelers, toegangskaarten en clubsouvenirs.

Voor Caspian is het Verenigd Koninkrijk intussen te klein geworden. Daarom praat het inmiddels op het Europese vasteland met voetbalclubs over financiële deelname en uitwisseling van spelers. De Britse zakenkrant Financial Times meldde onlangs dat Caspian zou hebben gesproken met PSV, ADO Den Haag, Sparta en Feyenoord. De laatste zou een voorstel van Caspian hebben afgewezen, omdat Feyenoord zijn onafhankelijkheid niet wil verliezen.

Wie in Engeland beleggingsadvies wil over football stocks kan al bellen met de voetbalanalist van een effectenbank. De Schotse investeringsbank Singer & Friedlander heeft voor zijn beleggingsfonds The Football Fund voormalig Schots international en Liverpool-aanvoerder Alan Hansen als adviseur aangesteld. Zo zou straks in Nederland Hans Kraaij kunnen worden aangetroffen tussen de hoeklieden op het Damrak en bestaat de kans dat Hans Kraay telefonisch buy-, hold- of sell-adviezen verstrekt over ADO en AZ.

Effectenbankiers verwachten overigens niet dat de analisten uit de voetbalhoek komen. Kempen-directeur Krant is van mening dat een voetbalbeleggingsadviseur hoofdzakelijk financieel advies zal moeten geven. “Het wordt een adviseur die wel kijk heeft op voetbal, maar daarin geen specialist is. Het gaat veel meer om de financiële prestaties van de onderneming. Als je voor Akzo Nobel adviseert, hoef je ook niet iets af te weten van chemische reacties”, aldus Krant. ING Barings-woordvoerder W. Sietsma deelt die opvatting. “Ze zijn in de eerste plaats algemeen financieel analist en pas op de tweede plaats gespecialiseerd in een bedrijfstak, in dit geval voetbal.”

Sietsma verbaast zich niet over de mogelijke komst van voetbalclubs naar de beurs. “Sport en amusement worden steeds bedrijfsmatiger. Tenslotte staat Endemol ook al op de beurs.” Wat koerseffect betreft is er volgens hem niet veel verschil tussen het vertrek van entertainers als André van Duin of Henny Huisman en het missen van een strafschop door Luc Nilis.

Hoezeer VEB-directeur De Vries ook uitziet naar een voetbalclub op de beurs, hij gelooft niet dat 'de grote drie' in 2000 een notering hebben. “Wij hebben er het klimaat niet voor. Voetbal is hier veel te kleinschalig.”