Veilige corridor

Het artikel 'Veilige corridor' (W&O, 21 juni) wekt ten onrechte de indruk dat met het veilig maken van het ontwerp ook de veiligheid voor de passagiers op lange termijn gewaarborgd is.

De auteur noemt de brand in de Kanaaltunnel een voorbeeld van hoe de werkelijkheid de verbeelding kan overtreffen. Dit is dan zeker de 'technische' verbeelding, want voor psychologen werkzaam in het vakgebied veiligheid was deze potentiële ramp helemaal niet zo onwaarschijnlijk. Zo werden binnen onze Werkgroep Veiligheid van de Rijksuniversiteit Leiden weddenschappen afgesloten over hoelang de tunnel het zonder ernstig ongeval zou redden; de 'onverwachte' brand kwam ruim binnen het maximaal geschatte tijdsbestek. Natuurlijk is een zo veilig mogelijk ontwerp een eerste voorwaarde, maar het regelen van een optimale bedrijfsvoering tijdens het gebruik van de trein is zo mogelijk nog belangrijker.

Bij 'veiligheid' wordt nog te veel gedacht aan technische maatregelen en laatste redmiddelen als noodprocedures en blusmiddelen om de schade te beperken als het toch is misgegaan. De rol van 'de mens' in het ongevalsproces wordt onderschat. Grote rampen hebben vaak als basisoorzaken factoren als bijvoorbeeld tijdsdruk, gebrekkig opgeleid personeel, onhandig doorgevoerde reorganisaties en onduidelijke communicatiestructuren. Dit zijn factoren die mensen in omstandigheden brengen waarin de kans vergroot is dat iemand iets fout doet. Hoe groot die kansen zijn is nog onbekend en daardoor zijn alle risicoschattingen per definitie gebaseerd op onvolledige gegevens, hoe 'hard' deze getallen ook mogen lijken. Alleen als aangetoond is dat men naast een goed ontwerp op lange termijn kan garanderen dat ook deze bedrijfsmatige factoren door de organisatie beheerst worden, kan men spreken van een maximaal 'veilige corridor'.