Uitvliegen

Morgen de laatste lessen. Van daag is nog normaal. Voor J, een lange kale knul met een fraai maar geheimzinnig gezicht, een vleugje exotisch, verloopt de les in zinloze ledigheid.

Hij wil aardig gevonden worden en verziekt toch regelmatig de boel. Terwijl hij iemand een por geeft of een pennezak wegpakt, schiet z'n blik voortdurend schattend naar de docent/ordebewaker. “Ziet hij me en als hij me ziet, wat vindt hij er van, hoever kan ik gaan, en kan ik de grenzen verschuiven met mijn meest charmante glimlach?” Dat denkt hij niet, hij denkt niet, maar dat voelt hij. Zijn huiswerk bestaat uit krabbels met een stomp potlood bij elkaar gekrast. Lessen lang studeert hij op interacties tussen klasgenoten om er op in te kunnen spelen of iets uit te lokken. Hij doet al maanden niets, wachtend op de overplaatsing van havo naar mavo. Het is bijna zover. Nog jaren lang zal hij meer of minder doelloos door het onderwijssysteem zwerven.

Morgen zal ik een laadje dia's van de meest sensationele vakantie naar school nemen. De eerste helft van de les zal er worden gewerkt omdat ik, ... omdat 'zij' nog niet klaar zijn met het hoofdstuk. Dan zal ik de diaprojector aanzetten en dan zal ik hopen dat iedereen tevreden zucht en even vlucht uit de werkelijkheid. En dan wens ik ze nog succes en dan is het pfffft weg.

Zoals over J kan ik over iedere leerling een kantje vol schrijven, een mentaal beeld schetsen. Over een week op de rapportvergaderingen, worden van sommige leerlingen die mentale beelden vergeleken. Allen zullen voelen dat met deze amateurpsychologie, met het in vage termen vangen van personen, met deze uitingen van vooroordelen gekleurd door ieders persoonlijke opvattingen, angsten en voorkeuren we de waarheid bijna op z'n staart trappen. Over enkele maanden zal ik de leerlingen van dit schooljaar zo nu en dan in de gang tegenkomen, maar zij zullen me niet eens zien en ik zal hun namen vergeten zijn. We zullen hetzelfde territorium delen, maar we zullen elkaar niet meer ontmoeten. Ik zal nog lang als oud-leraar figureren ('heb jij Knoppert ook gehad?') maar dat zal zonder enige betekenis zijn.

Nu kan ik ze nog duidelijk voor mijn geestesoog halen en me bedenken wat het voor mensen zijn. Over een paar jaar zijn ze onherkenbaar veranderd. Dwars door het grotere lijf zal ik met moeite de ziel zien glanzen die ik me van vroeger herinner. Maar is het aantal jaren groot dan is mijn geheugen te zwak en mijn oog niet voldoende scherp om het oude beeld en de nieuwe indruk te combineren.

Kwam B tegen. Wat een boom van een vent. 'Hee, hoe gaat het meneer Knoppert?'Wie, waar, wanneer, wat voor een flitste er door mijn hoofd en tegelijk zag ik iets ouds en vertrouwds in de diepte van de onbekende persoon voor me. Het heeft me 24 uur gekost om op z'n achternaam te komen. Nog weet ik zijn voornaam niet. Hoe was die vent vroeger? Ja, toen ook al van die sterreogen - o ja, had een mooie lieve zus - straalde altijd. Hij is 25 nu, een volwassene biologisch al aan het aftakelen, die nog moet beginnen aan zijn eerste baan. Kennis verworven in een periode van 20 jaar zal circa 30 jaar economisch gebruikt worden.

Eerst vliegt de jeugd weg en later, heel veel later, uit.