Tussen het groen van Lawton Avenue

Hoewel we de bewoonde wereld meestal verdelen in stad en platteland is er in de Verenigde Staten nog een belangrijker categorie: de voorstad. Die biedt de voordelen van het buiten wonen, maar ligt toch binnen stadsbereik. De meeste Amerikanen wonen in voorsteden, in een vrijstaand huis met tuin, temidden van veel groen en soms zelfs met een eigen zwembadje. Daar staat wel vaak een woon-werkreis van anderhalf uur tegenover.

De huizen hier aan Lawton Avenue in een van de voorsteden van New York zijn voor het merendeel van hout en hebben een voor- en achtertuin, minstens één garage en er is geen trottoir langs de weg. Telefoon, tv- en elektriciteitskabels hangen bovengronds. Lawton is een schoolbusroute dus er komt per dag tien keer zo'n oranje gevaarte langs. Als het glad is wordt er hier het eerst gestrooid, voor de bussen. Bij hevige sneeuwval rijden de schoolbussen niet want de chauffeurs zeggen dat ze dan niet meer veilig de heuvels op en af kunnen. Dat is het begin van een kettingreactie. De schoolbussen rijden niet dus de scholen gaan dicht en de kinderen blijven thuis. Ouders bellen naar hun werk om af te zeggen en hoeven dus niet naar de stad. Voor je het weet ligt het hele noordoosten van de VS stil.

Net als in Amerikaanse films en tv-series, gooit de krantenjongen elke ochtend de krant in de voortuin. De krantenjongen is echter geen dertien meer en zit niet op een fiets. Het is een Spaanstalige immigrant van een jaar of veertig in een auto en de krant is altijd verpakt in plastic. Als het regent zitten er om de New York Times zelfs twee plastic zakken.

De postbode komt ook per auto en zet die op de hoek. De rest van zijn wijk doet hij lopend. Zuchtend bereikt hij het laatste huis van het blok. Het is bijna elke dag dezelfde postbode, Tony Uva, maar ze noemen hem Murph. Die bijnaam is bedacht door zijn vader. Tony's familie is Italiaans en hoewel de familie al generaties lang in de VS woont is zij trots op hun etnische afkomst. Toen Tony klein was vond zijn vader dat zijn zoontje helemaal niet op een Italiaan leek. “Het lijkt wel een Ier”, zei hij en gaf hem daarom de bijnaam Murphy. Die bijnaam is gebleven.

Om uit te blazen gaat Tony altijd even langs bij onze overbuurman Phil. Hij heeft multiple sclerose en werkt niet meer. Als het mooi weer is wacht hij buiten in zijn karretje op Murph en zijn post. Phil kent iedereen en iedereen kent Phil. Met Murph neemt hij de buurt door. Phil kent de namen, Murph kent iedereen bij straat en huisnummer.

Omdat we boven aan een heuvel wonen, geven alle auto's hier net even extra gas, niet alleen de schoolbussen, maar ook de olieleveranciers, de vuilniswagens en sommige buurtbewoners. Op de hoek staat een grote boom die het zicht beneemt, dus sommige automoblisten drukken even op hun claxon, tot ergernis van mijn vrouw. Ze heeft overwogen een bordje bij de hoek te plaatsen met de tekst: Honk if you love Jesus. Daar is het nog niet van gekomen.

Er is veel groen op de grond en in de lucht. Van april tot oktober hoor je dan ook de gemotoriseerde grasmaaiers, boomsnoeiers en bladerblazers. Vooral de bladerblazer munt uit door een combinatie van oorverdovende herrie en overbodigheid. De gebruiker blaast er bladeren mee bij elkaar en hoopt dan dat ze blijven liggen. Hoewel je dus niet hoeft te harken, lijkt het er niet op dat het sneller gaat dan met de grashark. De gemeente komt in het najaar regelmatig langs om losliggende bergjes bladeren op te zuigen.

Als je in een weekend rondrijdt kom je vanzelf bordjes tegen die je naar een yard sale, tag sale of garage sale leiden. Iedereen in de VS is altijd op zoek naar koopjes, maar ze houden thuis ook regelmatig grote opruiming. Dat komt anderen weer goed uit die op koopjesjacht zijn. Er liggen voor een habbekrats oude tennisrackets, tuinstoelen, platen en cd's, boeken, kleding, vazen en andere huisraad te koop. Toen de buren vorig jaar twee dagen een garage sale hielden konden we het van nabij volgen. Opvallend was het grote aantal Russen dat langskwam. Ook zij houden van koopjes en denken dat er vooral in de suburbs goed spul te vinden is.

Het dorpse karakter brengt niet alleen geneugten met zich mee - er moet ook worden gewerkt. Phil bezorgde ons een rondschrijven waarin iedereen wordt opgeroepen vijf dollar te geven voor de fatsoenering van het plantsoen bij het station. “De plantjes die mevrouw Sicari zal aanschaffen moeten op zondag worden ingezet. Vrijwilligers kunnen zich melden.”