Tribune

Voordat Richard Krajicek aan zijn eerste partij op Wimbledon begon, keek hij even over zijn schouder naar zijn vriendin Daphne Deckers. Wat is de invloed van de partner achter de sporter?

Laurens Looije, Nederlands recordhouder polsstokhoogspringen: “Mijn vriendin, die ook aan atletiek doet, zit bij vrijwel elke wedstrijd op de tribune en ik voel me daar heel prettig bij. Zij kent mij het best en ziet vaak meteen wat er mis is aan mij. Als het even minder gaat is één blik meestal voldoende voor nieuwe motivatie. Ze geeft net dat beetje extra wat nodig is om moed uit te putten. Haar aanwezigheid legt geen extra druk op mij. Van haar hoef ik niet goed te presteren, dat moet ik van mezelf.”

Erik Hulzebosch, marathonschaatser: “Hoewel mijn vriendin, Jenita Smit, Nederlands marathonkampioene is op natuurijs, hebben we het bijna nooit over sport. We schaatsen al zo lang, dus dat gezeur over sport hoeft niet zo nodig meer. We rijden alleen af en toe samen naar een wedstrijd als we toevallig allebei moeten rijden. Voor mij geen flauwekul, we gaan allebei ons eigen gang en dat gaat hartstikke goed. Het maakt mij niet uit of mijn vriendin thuis zit of langs de kant bij de wedstrijd. Ik zal er absoluut niet harder van gaan rijden. Als ik slecht rij zegt Jenita dat ik wat meer moet trainen. Dan zeg ik 'Ja, ja', meer niet. Sport is maar bijzaak. Het is niet het belangrijkste in een relatie.”

Dick Jaspers, driebander: “Als biljarter voer je een strijd met jezelf, je moet je altijd beheersen. Daarom sluit ik me af tijdens een wedstrijd. Ik sta er uiteindelijk toch alleen voor. Ik kijk niet steeds of mijn vrouw op de tribune zit. Alleen vlak voor de wedstrijd spreek ik haar soms. Ze heeft dan geen enkele invloed op het resultaat. Toch is het wel plezierig om te weten dat ook zij met het zweet in de handen op de tribune zit. Ze staat voor tweehonderd procent achter me en sterft ook een beetje als ik verlies. Buiten de wedstrijden om heeft ze grote invloed op me, ze is een rustpunt. Als ik thuis kom kan ik alles kwijt. Vooral na een nederlaag kan ik goed praten over wat er fout ging. Ik denk dat veel sporters de rol van partner onderschatten.”

Tristan Hoffman, wielrenner: “De vrouw achter de sporter is ontzettend belangrijk. Mijn vriendin moet zich heel erg aanpassen omdat de topsport op dit moment het belangrijkste is. Het zou veel moeilijker zijn als zij er niet achter stond. Omdat veel koersen in het buitenland zijn, komt ze niet vaak kijken. Maar we bellen elke avond als ik van huis ben. Dat hoeft geen halfuur te duren, een paar minuutjes is al heel fijn. Als ik kapot zit zegt ze “nog een paar dagen en dan ben je weer thuis”. Dan weet ze me toch altijd te motiveren om er weer tegenaan te gaan. Bij mijn mooiste overwinning, in Dwars door België, wist ik dat mijn vriendin aan de finish stond. Ik weet niet of ik daardoor harder ging fietsen, maar misschien moet ze toch wat vaker komen kijken.”

Marianne Timmer, schaatster: “Als mijn vriend (de Canadese schaatser Kevin Overland, red.) er niet was geweest, had ik ook wel hard geschaatst. Maar het is toch een voordeel als hij bij mijn wedstrijden is. Niet alleen omdat hij veel van schaatsen weet, want ik heb natuurlijk al mijn gewone begeleiding. Het zijn vooral de dingen er omheen die eigenlijk net zo belangrijk zijn. Je ouwehoert wat, gaat 's avonds even gezellig met zijn tweeën weg. Dat geeft een extra stukje ontspanning waardoor je lekkerder in je vel zit. Je moet niet altijd doodserieus met je sport bezig zijn.”

R. Groenendijk, sportpsycholoog: “Een sporter kan niet presteren zonder de steun van zijn omgeving. De basis voor een prestatie wordt gelegd in de huiselijke sfeer. De beleving van de sport is dan ook niet iets individueels. Voor sporters bestaat er maar een ding: presteren. Maar ik denk dat een sporter zich wel terdege realiseert dat hij mede dankzij zijn partner zo goed kan presteren. Partners van sporters investeren misschien wel het meest. Zij creëren alle mogelijkheden voor de sporter om zich te focussen op de sport, maar ze blijven altijd in de schaduw staan. Dat is heel knap.”