Staatssecretaris Jacob Kohnstamm over D66: 'We zijn niet braaf, we zijn juist radicaal'

Heeft D66 nog bestaansrecht, nu het referendum wordt ingevoerd? J. Kohnstamm (D66) vindt dat er genoeg staatkundige hervormingen resten. En met de politisering van de adviesraden moet het ook afgelopen zijn.

DEN HAAG, 28 JUNI. En dan nu: op naar de gekozen burgemeester. Nadat D66 deze week onder dreiging van een kabinetscrisis de invoering van het referendum gedaan wist te krijgen, ziet Jacob Kohnstamm (47) alweer het volgende D66-strijdpunt aan de horizon gloren. “De voedingsbodem voor een gekozen burgemeester is beter dan ooit tevoren”, lacht de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken.

“Je kunt immers bepaald niet zeggen dat er grote tevredenheid heerst over de manier waarop het tijdens deze kabinetsperiode met burgemeesters- en andere kroonbenoemingen is verlopen”, zegt hij onder verwijzing naar onder meer de omstreden benoeming van Johan Stekelenburg in Tilburg en het rumoer rond de aanwijzing van nieuwe commissarissen van de Koningin in Groningen en Gelderland. “Het zou daarom raar zijn als we in 1998 niet een staatsrechtelijk punt als de gekozen burgemeester tot campagne-thema maken.”

D66 wordt braaf, klaagde procureur-generaal en prominent D66-lid A. Docters van Leeuwen eind maart. Aanleiding voor zijn klacht was het kersverse partijstuk Voor de verandering, dat een verbreding van de koers bepleitte: niet alleen aandringen op de bekende staatsrechtelijke vernieuwingen zoals de gekozen premier en burgemeester, maar zich ook manifesteren op gebieden als de volksgezondheid en het onderwijs. Docters van Leeuwen vroeg zich af waar het typische radicalisme van D66 was gebleven, want volksgezondheid en onderwijs waren onderwerpen waarop andere partijen zich ook al druk profileren.

Kohnstamm is het niet met Docters van Leeuwen eens. “Het radicalisme van D66 ligt van oudsher in het veranderen van de politieke en bestuurlijke structuren, en in het bestrijden van de belangen van de nationale, gevestigde partijen. Zowel het referendum als de gekozen burgemeester tast die belangen aan. De geschiedenis heeft geleerd dat dit bijna nooit zonder bloedvergieten lukt.”

Een voorbeeld van de moeizame strijd tegen de gevestigde belangen vormden de politieke discussies over het referendum. Niet alleen hield de VVD-fractie lange tijd een referendum over lokale besluiten tegen, Hans Dijkstal, nota bene Kohnstamms 'eigen' minister die het referendum moest verdedigen, zei vorige week bij een overleg in de Kamer over het referendum dat “het voor ons land en voor de VVD goed zou zijn als D66 zich zou opheffen”.

Het was een opmerkelijke ontboezeming die flink nadreunde in de D66-gelederen, vertelt Kohnstamm. Geïrriteerd spoedde hij zich de volgende dag naar de wekelijkse ministerraad. Aan het begin van de vergadering meldden hij en Els Borst dat “ze voor aanvang van de ministerraad er behoefte aan hadden om over dit bericht te spreken. Net als Els Borst was ik er best nijdig over. Voor de ministerraad heb ik met Hans Dijkstal kort en fel een paar woorden gewisseld, en heb er vervolgens in de lunchpauze vrij uitvoerig over doorgepraat. Het punt is nu helemaal weg.”

De VVD en Dijkstal waren niet de enigen waarmee D66 het nodige te stellen had. Er waren ook minder opvallende tegenstanders in het spel, verborgen in de grijze kluwen van de vele adviesraden die Den Haag rijk is. De Raad van State, het hoogste adviescollege van de regering, bracht een sterk afwijzend advies uit over het kabinetsvoorstel inzake het referendum.

“De Raad van State, zo blijkt uit zijn advisering, is gewoon tegen het referendum”, zegt Kohnstamm. “Daar neem ik kennis van. De raad is niet gekozen om puur politieke uitspraken te doen. Maar dat doet hij wel. Ik zou het verstandig vinden als het hoogste adviesorgaan van de regering wat dat aangaat terughoudender is. Als de Raad tegen het referendum is, mag hij dat onder het dictum van het advies als overweging meegeven. Maar nu blijkt uit het advies zelf dat ze er hartstikke op tegen zijn. Ik vind zelf al een jaar of tien dat de Raad van State primair de juridische houdbaarheid, consequentheid, toetsing aan de Grondwet ter hand moet nemen, en zich niet als politiek adviseur van de regering moet opstellen. Dat doet hij dus wel. Ik weet dat er veel oud-politici in de Raad van State zitten, maar ik weet niet of dat de reden is van de politisering van adviesraden.”

De Raad van State is niet de enige adviesraad die volgens Kohnstamm aan branchevervaging doet. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid treft blaam, zozeer zelfs dat Kohnstamm die instelling de 'Politieke Raad voor het Regeringsbeleid' noemt. “De Politieke Raad voor het Regeringsbeleid heeft net een advies gegeven over het volksgezondheidsbeleid, waarvan ik me afvraag of dat nog wel een advies van de WRR is. Dat kan ik niet anders lezen dan: huur Hans Simons nog eens in (de staatssecretaris die tijdens het vorige kabinet een plan wilde uitvoeren waarmee het voorstel van de 'PRR' erg veel gelijkenis vertoont, red.). Ook op het gebied van de sociale zekerheid kwam de raad en paar maanden geleden met een politiek advies.”

Een staatsrechtelijk thema waarmee D66 veel minder weerstand oogst, is de rol van de staatssecretaris. Kohnstamm heeft gewerkt aan voorstellen voor het aanstellen van zogeheten onderministers, die meer bevoegdheden krijgen dan de huidige staatssecretarissen, bijvoorbeeld bij het vervangen van de minister. Kohnstamm heeft zoveel steun voor zijn voorstellen, dat hij goede hoop heeft dat “die onderminister er de volgende kabinetsperiode komt”.

“Nu mag ik officieel als staatssecretaris slechts aanwezig zijn in de ministerraad als er onderwerpen aan de orde zijn die met mijn portefeuille te maken hebben. Daarbij heb ik geen stemrecht. Daarmee zet je betrekkelijk machteloze mensen neer op belangrijke posities. De staatssecretaris van VROM bijvoorbeeld gaat over 80 procent van de VROM-begroting. Dat is toch gek? Op kritieke momenten kan hij geen doorslaggevende rol spelen in het kabinet of op het departement. Als Simons in het vorige kabinet minister was geweest, zou dat kabinet gevallen zijn. Nu ging Simons de Eerste Kamer in voor het finale debat over het volksgezondheidsstelsel met een briefje van Lubbers op zak waarop zoiets stond als: 'veel succes, maar het kabinet zal er niet op vallen'. Met handen en voeten gebonden werd Simons in het diepe gegooid.”

De vraag is of D66 haar plannen kan realiseren met een zetel of achttien, het aantal dat de partij volgens opiniepeilingen nu gaat halen. Dit verlies, maar vooral de verwachte zetelwinst van PvdA en VVD, bracht D66-fractieleider Wolffensperger tot de uitspraak dat D66 niet mee moet doen aan een volgend kabinet als ze niet nodig is voor een meerderheid van de coalitie.

Kohnstamm is het met Wolffensperger eens. “Ik heb vanaf 1981 als Tweede-Kamerlid de professionele politiek leren kennen onder het kabinet Van Agt-Den Uyl. Daar hebben we aan meegedaan, hoewel we niet nodig waren voor een meerderheid. Nou, dat hebben we in de daaropvolgende verkiezingen geweten! In de dertig jaar dat we nu bestaan, weten we inmiddels dat in de politiek geen lieverdjes worden verkocht. Dacht u nu werkelijk dat we het referendum erdoor hadden gekregen als we niet nodig waren geweest voor de meerderheid?”

Maar was het dan niet onhandig van de kandidaat-lijsttrekker Els Borst om vorige week te zeggen dat ze liever PvdA-leider Kok als premier heeft dan VVD-leider Bolkestein? Zal dat straks geen stemmen wegtrekken van D66 naar de PvdA? Kohnstamm: “Ach, welnee. Driekwart van de VVD-achterban wil ook Kok als premier, en ze stemmen toch op de VVD. Bovendien: als Kok straks eenmaal op dreef is in de campagne, trekt hij waarschijnlijk zoveel stemmen, dat Bolkestein überhaupt niet meer de vraag hoeft te beantwoorden of hij premier moet worden.”