Rutjes

Het lijkt een eeuwigheid geleden dat Ronaldo voor PSV voetbalde. Vorig jaar kon ik nog in de ogen van een jongen kijken. Een gezicht vol spelvreugde. De grijns van de straat. Niet eens twaalf maanden later kan ik me nauwelijks voorstellen dat Ronaldo een mens is. Zijn gezicht is weggeblazen door lugubere klanken: Olivetti, Shell, Pirelli, Cirio... Zo hij nog bestaat dan als spokende multinational. Wie is er nou in zijn eentje een miljard dollar waard?

Ronaldo is twintig. Dan wil je verblind zijn door de liefde, in een Ferrari rijden, een shaggie roken, en als het kan een beetje goed voetballen. Die vrijheid is Ronaldo ontnomen. Het joch is quasi beursgenoteerd. Zijn marktwaarde - dus zijn leven - wordt door anderen bepaald. Ronaldo is een gegijzelde godenzoon. Dat het Vaticaan dat niet eerder heeft beseft. In plaats van tonnen uit te geven voor de fantasieën van een obscure Braziliaanse schilder die Christus een multi-culturele facelift moet geven, hadden ze in Rome beter een fotootje van Ronaldo op de kopieermachine kunnen leggen. Van een moderne Christus gesproken. Triomf en lijden tussen de bekken van dezelfde bankschroef. Of ze nou Nuñez heten of Martins en Pitta.

Johnny Rep is ooit in Frankrijk gaan voetballen omdat hij daar, naast een vette bankrekening, ook nog door krekels werd gewekt. En: zijn vrouw was door het dolle heen toen ze voor het pittoreske geveltje van een gerestaureerde bakkerij stond. Om maar te zeggen dat geld altijd wel een rol heeft gespeeld, maar dat er vroeger ook nog iets van een supplément d'âme in de voetballer ruiste. Rep, Mulder, Rensenbrink, ze kozen ook voor een club, voor het shirt, voor het strand en voor de vrouw van de voorzitter.

Laatst betuigde Marc Overmars zijn liefde voor Arsenal. Hij suggereerde de vervulling van een jongensdroom. Maar toen Arsenal-coach Arsène Wenger voor de foto de hand op zijn schouder legde, zag ik hem schrikken. Overmars dacht achter een ingestudeerde glimlach: wat een nare man. Marc zal nooit gelukkig worden in Londen, en hij weet het zelf. Zijn vader, oom en makelaar zullen de komende maanden talloze keren naar het eiland moeten vliegen om hem moed in te spreken. Doorbijten Marc, over vier jaar lig je in Diemen aan je eigen zwembad, die boodschap.

De financiële transfermolen is op hol geslagen. Mij zal het niet verbazen als ene René van Eck die nu nog bij FC Luzern speelt straks voor veertien miljoen naar Ajax wordt getransfereerd. Bart de Roover naar Roda? Twintig miljoen. Ze zijn allemaal gek geworden, de voorzitters, de spelers, de coaches en vooral de makelaars. Contracten worden opengebroken waardoor elke dag weer een andere voetballer de duurste speler ter wereld is. Gisteren Mijatovic van Real Madrid, vandaag Redondo, morgen Jerrel Hasselbaink.

Een krantenbericht is soms een gebed. Gisteren las ik het volgende: 'Oud-international Graeme Rutjes (31), oud-speler van Excelsior, KV Mechelen en Anderlecht, verlaat de voetballerij. Rutjes, laatstelijk nog verantwoordelijk voor de merchandising bij Anderlecht, wordt directeur van een golfclub in Goes.'

Een golfclub in Goes, het lijkt mij niet echt een baldakijn voor een zonnige levensavond. Het zal dus wel dat Graeme naar dit desolate oord van verveling trekt omdat hij ook nog een gezinnetje heeft te voeden. Rutjes was een verdienstelijk voetballer met meer slimheid dan talent. Hij heeft bij Anderlecht zeker niet slecht geboerd. Toch zit hij nu in een duf kantoortje golfballetjes te tellen. Het maakt de ex-libero en mandekker er alleen maar aandoenlijker op. Het zegt ook dat Rutjes steeds van zichzelf is gebleven, niet van een duister imperium. Dat is in het hedendaagse voetbal al een huzarenstukje. Rutjes heeft het in dit leven goed gedaan. Hij zal gelukkiger eindigen dan Ronaldo, zij het dan maar in Goes.

De wereld is aan het jonge geweld. Dat zie je pas goed in Wimbledon. De sterren die de Londense society doen knorren van genot zijn tieners: Hingis (16), Koernikova (16), Williams (17), Majoli (19). Ik gun hen van harte de eeuwige roem. Maar als er een God bestaat dan laat hij het nog een paar jaar onafgebroken over Wimbledon regenen. Tot de dames, naar ik hoop, niet meer alleen van Nike en Reebok, maar ook weer een beetje van zichzelf zijn.