Rampenprofessor: elke ramp is uniek maar er zijn patronen

ROTTERDAM, 28 JUNI. Studenten met een fascinatie voor rampen kunnen volgend studiejaar terecht op de Wageningse Landbouwuniversiteit. G. Frerks bekleedt op die universiteit vanaf dinsdag de nieuw opgerichte leerstoel Rampenstudies. “In een noodsituatie zie je de ontwikkelingsproblematiek van een land onder een vergrootglas”, aldus Frerks.

Vliegrampen in de westerse wereld bestudeert de hoogleraar Rampenstudies niet. “Technologische rampen vereisen een specifieke expertise en die hebben we niet.” Over vliegtuigen die neerstorten in ontwikkelingslanden, buigt hij zich wel. “Dan zie je duidelijk dat bepaalde groepen extra kwetsbaar zijn en dat zij geen veerkracht hebben om een ramp zelf op te vangen. Ik ben benieuwd naar de structurele oorzaken hiervoor.”

De leerstoel Rampenstudies is ingesteld door de Wageningse stichting Nationaal Erfgoed Hotel de Wereld. De socioloog Frerks, die werkzaam is als inspecteur voor ontwikkelingssamenwerking op het ministerie van Buitenlandse Zaken, rekent vooral rampen die plaatsvinden op plattelandsgebieden in derde wereldlanden tot zijn onderzoeksgebied. Ook politieke rampen, die het gevolg zijn van een gewapend conflict, horen daarbij. “Een gebeurtenis kan in het ene geval gemakkelijk worden opgevangen en in het andere niet. In de literatuur is sprake van een ramp als een samenleving zonder hulp van buitenaf de gevolgen niet te boven kan komen.”

Hoewel de leerstoel is ondergebracht bij de vakgroep Ontwikkelingssociologie, vindt Frerks dat de studies verschillen. “Rampen zijn extreme situaties, waarbij acute noodhulp nodig is. Terwijl het bij ontwikkelingssamenwerking gaat om lange termijnprocessen. Maar als je even doordenkt en je je afvraagt wat er na zo'n acute fase nodig is, kom je in de richting van de ontwikkelings problematiek. Waarom zijn bepaalde groepen nu extra kwetsbaar? Waarom is die externe hulp nodig? Dàn heb je het over processen die ook in de normale ontwikkelingssamenwerking een rol spelen.”

Bij landen die zijn aangewezen op westerse hulp is het de vraag hoe die is georganiseerd of hoe die op gang komt, vertelt Frerks. “Een ramp voorkomen, is moeilijk, maar je kunt proberen de gevolgen ervan te beperken door bepaalde voorbereidingen te treffen. In India komen hongersnoden niet veel meer voor. Dat had je dertig jaar geleden moeten zien. De overheid heeft maatregelen genomen die ervoor zorgen dat ze het allemaal zelf kunnen regelen.”

“Iedere ramp is uniek, en heeft een unieke context, maar er zitten bepaalde patronen in. Ik denk dat als je stelselmatig kijkt, en dat moet veel meer gebeuren, dat je karakteristieke zwakke punten kunt aanwijzen. Bijvoorbeeld de manier waarop op eem ramp wordt gereageerd. Vaak komt er een machinerie op gang die van buitenaf wordt gestuurd, met nauwelijks een rol voor de mensen die het aangaat. Als we al deze patronen en ervaringen van de afgelopen jaren systematisch op een rij zetten, kunnen we daar van leren. Waarom leren we niet van de missers? Dat vind ik belangrijke vraagstukken.”