Na opheffing van bordeelverbod ook criminelen weren

DEN HAAG, 28 JUNI. Het kabinet wil het wettelijke verbod op bordelen opheffen, zo heeft vice-premier Dijkstal gisteren na de ministerraad bekendgemaakt. Zodra dit gebeurt, wil een meerderheid van de Tweede Kamer ook een oplossing voor de inmenging van de georganiseerde misdaad in het bordeelwezen, dat jarenlang door gemeenten is gedoogd.

De fracties van VVD, CDA, PVDA, GroenLinks en GPV willen dat wettelijk de mogelijkheid wordt geschapen om de antecedenten te onderzoeken van bordeelhouders. Thans is dat nog niet mogelijk omdat het houden van een bordeel formeel nog strafbaar is.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt met het rijk aan een modelverordening voor een officieel vergunningenstelsel. De gemeente Amsterdam experimenteert sinds vorig jaar al met een eigen 'gedoogbeschikking' voor bordelen, waarmee zij in feite vooruitloopt op de opheffing van het bordeelverbod. De gemeente heeft echter niet de bevoegdheid om antecedenten van vergunningaanvragers te onderzoeken. Lidmaatschap van een criminele organisatie is voor haar geen grond om een gedoogbeschikking te weigeren. De gemeente let bij het afgeven van een gedoogbeschikking vooral op de arbeidsomstandigheden en verblijfstitel van de prostituees.

Onlangs liet het gemeentebestuur op de wallen een aantal peeskamers heropenen die worden geëxploiteerd door twee vooraanstaande leden van de criminele organisatie van Etienne U., die in voorarrest zitten op verdenking van grootschalige drugshandel. Een veroordeling wegens drugshandel is volgens de gemeente juridisch geen reden om een gedoogbeschikking voor het houden van een bordeel te weigeren.

Tweede-Kamerlid M. Soutendijk (CDA), zegt “verbaasd” te zijn over die situatie in Amsterdam, en vindt wettelijke regeling van een antecedentenonderzoek en een eis van goed gedrag van bordeelexploitanten een “randvoorwaarde” voor de landelijke opheffing van het bordeelverbod. “Je mag als overheid geen legaal circuit creëren met activiteiten die illegaal zijn. Daardoor ontstaat vermenging van onderwereld en bovenwereld die ongewenst is”, aldus Soutendijk. Kamerlid Swildens (PVDA) vindt dat aan bordeelhouders dezelfde eisen moeten worden gesteld als aan horeca-exploitanten. In de Drank en Horecawet staat dat exploitanten “niet in enigerlei opzicht van slecht levensgedrag” mogen zijn en de afgelopen vijf jaar geen jaar of langer in de gevangenis mogen hebben gezeten.

Pag.3: 'Goed gedrag pooier vereist'

Kamerlid Swildens vindt dat nu het bordeelverbod wordt opgeheven, in de modelverordening voor de gemeenten een bepaling moet komen te staan die 'goed gedrag' als voorwaarde stelt voor het verkrijgen van een vergunning. “Het is een beetje vreemd als je die eisen wel stelt aan caféhouders en niet aan bordeelhouders”, aldus Swildens.

G.J. Schutte (GPV) vindt het “logisch” dat na opheffing van het bordeelverbod ook eisen worden gesteld aan het zedelijk gedrag van bordeelhouders. “Als je eenmaal gaat legaliseren, moet je er ook de verantwoordelijkheid voor nemen. Het kan niet zo zijn dat de overheid onder de schijn van de legaliteit illegale activiteiten toestaat.” Er ligt een wetsvoorstel voor modernisering van de wet op de Justitiële Documentatie, zegt Schutte, “daarin kan het recht op het doen van een antecedentenonderzoek naar bordeelhouders meteen worden meegenomen.”

A. Van der Stoel (VVD) wijst op het rapport Van Traa, waarin staat dat de georganiseerde misdaad grote delen van het bordeelwezen in haar greep heeft. “Het zou onverstandig zijn om het bordeelverbod op te heffen zonder ook een antecedenten-onderzoek mogelijk te maken. We moeten een consequente lijn trekken, misschien komen er dan bordeelhouders die zich aan de regels houden.”

De situatie in Amsterdam waarbij lidmaatschap van een criminele organisatie geen rol speelt bij het besluit over het verstrekken van een gedoogbeschikking is “onwenselijk” zegt M. Rabbae, voormalig lid van de commissie Van Traa en Tweede Kamerlid. “Prostitutie is een geliefde investering voor criminelen, dus weet je dat je juist daar voorzichtig moet zijn. Als je de sector uit de duistere sfeer wilt halen, moet je de gemeenten de mogelijkheid geven om bewijzen te verzamelen op grond waarvan zij bordeelhouders een vergunning kunnen weigeren”, aldus Rabbae.

Bij de Raad van State ligt ook een wetsvoorstel om de Wet op de Kansspelen zodanig te wijzigen dat uitbaters van automatenhallen - ook een sector waar de georganiseerde misdaad graag investeert - moeten voldoen aan 'eisen van zedelijk gedrag' en dat de burgemeester toegang moet krijgen tot justitiële gegevens daarover.