Monumenten voor een ambtenaar

VOOR HET EERST in vele jaren weer in Londen. De eeuwige stad aan de Thames is veranderd, wat meer op Europa gaan lijken. Wankele straatterrasjes bij Shepherds Market bijvoorbeeld, waar kantoorboys in witte hemdsmouwen en wapperende stropdassen heel erg French en heel erg overpriced zitten te lunchen.

Je stapt de metro in, je wilt een kaartje kopen. Het ruikt er nog als vanouds, maar er zijn rare automaten, waarop wel vijf tarieven staan. Je kijkt rond, op zoek naar uitleg. De veelgeroemde plattegrond maakt je niets wijzer. Andere aanwijzingen zijn nergens te zien. De automaat laat ook niets los. Die laat slecht vijf knoppen zien met verschillende bedragen, verder niets. ¢8 1.20 is het goedkoopst. Vier piek! Dat moet toch wel een behoorlijk kaartje zijn, denk je, en je offert benodigde munten.

Veel tourniquets en lange gangen later zit je in de trein, en daar zie je het: op het koersbord boven de deur staan ineens streepjes. Toch een zonesysteem, dus! En natuurlijk is je uitstaphalte net voorbij het eerste streepje. Niets meer aan te doen, we zien wel. Bij de uitgang staat een man in uniform, die vriendelijk doch beslist alle kaartjes inneemt. Dat moet zijn wat op alle waarschuwings- en aanwijzingsborden tegen IRA-aanslagen rondborstig een LUL heet: een London Underground Line official. “U heeft te weinig betaald”, constateert hij onvermijdelijk. Even wil je snedig antwoorden dat je vier pegels voor vijf haltes meer dan voldoende vond, maar je bent verstandig en vraagt hoe je dat had moeten weten. “Eerst betaalt u nu 30p. bij, daarna zal ik u dat allemaal vertellen”, luidt het antwoord. Het is duidelijk, aan deze man ligt het niet dat de Englese staatskas er zo deplorabel bijligt. Je betaalt aan het loket, en daarna troont de LUL je mee naar een hoek van het stationshalletje, waar een heel andere automaat staat dan de andere. Wel meer dan honderd zwarte knopjes op een zwart vlak! De knopjes blijken alle stations van de 'tube' voor te stellen. Druk op zo'n knopje, en het juiste tarief vanaf het punt waar de automaat staat verschijnt in blauwe letters in een venster. Dat niet alleen, er zit ook een gleuf in, zodat je meteen kunt betalen.

“Maar zo'n automaat was er helemaal niet waar ik instapte”, zeg ik naar waarheid. De man ontkent het niet eens. In plaats daarvan benadrukt hij nog eens hoe prachtig het toch is dat je bij deze automaat precies kunt zien hoeveel je voor elke bestemming in groot Londen moet betalen. Je begint er maar niet meer aan om te vragen of het niet veel handiger en goedkoper geweest was om de zonegrenzen in te tekenen op de alomtegenwoordige plattegronden, in plaats van her en der in een hoekje één dure, met al zijn knopjes mechanisch kwetsbare, ongemarkeerde en ook nog in onopvallend zwart uitgevoerde automaat te verstoppen.

Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat in een cultuur die op vervoersgebied zulke prachtige praktische verworvenheden heeft voortgebracht als de trein, de Londense taxi, de queue, inclusief bordjes 'queue this side' en 'queue other side', de volgens vriend en vijand beste metroplattegrond aller tijden, de rotonde en een uitstekende nationale bewegwijzering, zulke rare ontsporingen plaatshebben? Een kind kan immers zien dat deze automaat zo ongeveer de onhandigste, stomste en duurste oplossing is die je kan bedenken. Toch is de reden gemakkelijk te zien: het is de schuld van het verdwijnen van de absolute dominantie van de Britse upper en upper middle class. De oude, praktische verworvenheden danken juist aan die doiminantie hun compromisloze kwaliteit. De Londense taxi, bijvoorbeeld, dankt zijn onovertroffen comfort voor een groot deel aan de in moderne ogen absurde eis dat een heer comfortabel en waardig moest kunnen instappen zonder zijn hoed af te nemen. Zijn hoge hoed, wel te verstaan. De trein was een uitvinding voor en door industriëlen, niet voor armoedzaaiers bedoeld. De rotonde en de wegwijzers ontstonden in een tijd toen arbeiders nog slechts van een brommer durfdendromen, en de rijen en de metroplattegrond werden, heel Kuyperiaans, ingesteld voor het volk, maar zonder het volk. Het punt waarom alles draaide was steeds het comfort, de kwaliteit van het leven van een toch al bevoorrechte klasse, en de rest van het volk profiteerde op den duur mee.

Dat is nu anders. Met de democratisering verdween dat vanzelfsprekende motief van waaruit de dingen geregeld worden. Wat overbleef was slechts de noodzaak om iets waartoe eenmaal besloten is, zoals een zonesysteem, vorm te geven. En nog iets anders: de in ons mensen ingebakken verleiding van het 'hebben'. De apparaatjesgekte, die er niet alleen toe leidt dat half Nederland met een nutteloze mobiele telefoon rondloopt en door de Hollandse regen koerst in een goedkope Japanner met airconditioning. Zonder de remmende invloed van een rücksichtslos op persoonlijk gemak gerichte klasse van bazen zorgt die ekster-achtige zucht dat ambtenaren en inkopers liever een glimmend stukje elektronica bestellen dan een alledaagse schilder met een pot verf. Smoezen zat: een simpele kaart is niet meer van deze tijd, met een automaat kun je nog veel meer diensten verlenen, en het is nog goedkoop ook, omdat de schilder afgedankt kan worden. En onderhoud en reparatie dan? Ach, die drukken toch op weer een volgende begroting. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

Soortgelijke wan-automatisering zie je op veel meer plaatsen opduiken, bijvoorbeeld op het station van Utrecht of op het metrostation bij de Amsterdamse Arena. Wie daar de weg wil weten, en daar zoekt naar een stadsplattegrond, komt sinds enige tijd bij een informatiezuil uit. Een elektronische informatiezuil, waarop je op een lullig schermpje met veel gedoe dezelfde informatie kan vinden als vroeger in één oogopslag op zo'n simpele stadskaart te vinden was. Dat wil zeggen: als je geluk hebt, want de zuilen kunnen één ding veel beter dan welke ouderwetse stadskaart ook: kapotgaan. Ze zijn duur, kwetsbaar, disfunctioneel en vanwege hun constante energieverbruik nog slecht voor het milieu ook. Maar ook, zo valt te vrezen, onuitroeibaar, want als monument voor een ambtenaar zijn ze veel sexier dan een beschilderd stuk karton.