Menselijk, al te menselijk

Journal of Personality. Volume 65/1. Maart 1997. Jaarabonnement (vier nummers) $ 52,-, losse nummers $ 15,-. Inlichtingen Duke University Press Journals Division, Durham (North Carolina): 00-1-919.687.3653. Ter inzage in de meeste universiteitsbibliotheken.

ECHT RATIONELE WEZENS ZIJN mensen niet. Vrijwel voortdurend wordt het rationele denkproces verstoord door de manipulaties van het krachtige onbewuste deel van de menselijke geest - aldus de ontdekking van Sigmund Freud. Het onderbewuste wordt beheerst door onwaarschijnlijke wensverwachtingen, onbegrijpelijke symbolismen en merkwaardige projecties. We kunnen er niet zonder, maar wie zich in zijn leven uitsluitend zou baseren op die primitieve, primaire denkprocessen zou volkomen psychotisch handelen. Zonder ons 'secondaire' rationele denkproces wordt het een puinhoop - zelfbegrip is dan ook een belangrijk ingrediënt van de freudiaanse psychoanalyse.

'Maar hoe doen dieren het dan?', vraagt senior psychologist Seymour Epstein zich af in het recente nummer van Journal of Personality. Dieren hebben geen taal en missen dus de basis voor rationeel functioneren. Maar als er maar twee mentale processen zijn (het secundaire bewuste denken en het primaire onderbewuste 'voelen') zouden dieren in feite slaaf zijn van een psychotische kookpot van onbewuste processen. In de natuur leidt dat snel tot “de hongerdood te midden van onvervulde wensbeelden”, aldus Epstein. “Evolutionair bekeken is het onzin dat het primaire proces zich ontwikkeld zou hebben als het meest fundamentele deel van de geest wanneer het niet geschikt is voor aanpassing aan de realiteit”, concludeert hij in zijn het artikel This I Have Learned from Over 40 years of Personality Research. Er is dus nog een àndere nonverbale manier van informatieverwerking, naast dat waanzinnige onderbewuste. En als deze derde denkvorm bestaat onder de non-human animals, bestaat ze ook bij de mens. Deze non-verbale wijze informatieverwerking wordt door Epstein een 'ervaringssysteem' genoemd. Het bestaat uit 'leren uit ervaring' - niet uit bewuste beslissingen op grond van talige redeneringen. Het is veel belangrijker dan het het 'freudiaanse onderbewuste'. Dat zweeft er een beetje tussendoor, want het is in feite een cognitief onderbewuste, een soort aanhangsel van het rationele denken.

Epsteins conclusies uit veertig jaar wetenschappelijke ervaring verschijnen in het Distinguished Senior Psychologist Forum van het Journal of Personality. Het stuk van de hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Massachusetts in Amherst (Mass) beantwoordt erg goed aan de doelstelling van die rubriek: brede perspectieven en stimulerende speculatieve gedachten. In nog geen dertig pagina's behandelt Epstein niet alleen het onderbewuste, maar hij kritiseert ook de eenzijdigheid van psychologische experimenten, hij gaat in op de strijd over de veranderlijkheid van de menselijke persoonlijkheid èn hij opent een frontale aanval op het review-systeem dat wetenschappelijke tijdschriften hanteren - waarbij hij bovendien de nauwe samenhang tussen al die onderwerpen duidelijk maakt.

Wat is eigenlijk een menselijke persoonlijkheid, een zelf? Volgens de psycholoog Carl Rogers heeft ieder mens een eigen, unieke blik op de werkelijkheid. Om een persoon te begrijpen moet je proberen helemaal in zijn huid te kruipen. De jonge Epstein zag daar wel wat in, zeker voor psychotherapie, maar hij besefte ook dat dat uitgangspunt zo ongeveer het einde van de psychologie als generaliserende wetenschap betekent. Maar hoe dan? Het zelf van een mens is immaterieel, maar moet ook nauwe betrekkingen met de werkelijkheid onderhouden en het gedrag coördineren.

In 'a flash of insight' realiseerde Epstein zich dat die eigenschappen ook opgaan voor een wetenschappelijke theorie, die ook regelmatig aan de werkelijkheid moet worden aangepast wil hij enigszins functioneren. Op die metafoor heeft hij zijn persoonlijkheidsmodel gebouwd. De 'zelf-theorie' is weer onderdeel van een bredere theorie over de wereld. Deze theoretische modellen in de menselijke hersenpan ontstaan meestal niet bewust, maar automatisch: afhankelijk van hoe het leven verloopt, net zoals ook dieren een model van de wereld moeten hebben om te kunnen functioneren. “Maar terwijl het menselijke model een zelf-theorie bevat, bestaat het dierlijke model slechts uit een model van de wereld.” Epstein's cognitive-experiential self-theory (CEST) was geboren. Het impliciete wereldbeeld van het 'dierlijke' ervaringssysteem van de mens heeft een aantal fundamentele doeleinden, aldus Epstein: maximalisering van genot boven pijn, samenvoeging van de gegevens uit de werkelijkheid tot een stabiel geheel en versterking van het zelfrespect.

Aan het einde van zijn artikel geeft Epstein een voorbeeld van toepassing van zijn persoonlijkheidstheorie, en wel op het menselijke, al te menselijke systeem van de peer-review. Alle belangrijke wetenschappelijk tijdschriften laten ingezonden artikelen beoordelen door andere, anonieme collega-wetenschappers. Het zelfde systeem wordt vaak toegepast bij toekenning van onderzoeksgeld. Volgens Epstein vormt het een ernstig bedreiging voor de vooruitgang in de wetenschap. Hij beschrijft hoe hij al vroeg in zijn professionele leven ervoer dat dit systeem gemakkelijk leidt tot vooringenomen oordelen. En die ervaring is gebleven. “Mijn indruk uit een groot aantal beoordelingen die ik heb gezien van mijn en andere artikelen is dat vaker wel dan niet het beoordelingsproces van bovenaf begint. De reviewers doen uit het stuk eerst een algemene indruk op, of ze het leuk vinden of niet, een indruk die meestal vergezeld gaat van onuitgesproken en vage indrukken, de vibes uit CEST”, schrijft Epstein.

Als een eerste indruk eenmaal is opgedaan, gaan de beoordelers er bewijzen voor zoeken. En als ze die vinden denken ze vaak dat die gegevens de oorzaak zijn van hun gevoelens die er in werkelijkheid aan vooraf gaan. En voor iemand die kritiek wil geven is er altijd wel te vinden. Epstein vreest dat er op die manier “te veel creatief onderzoek wordt afgewezen, niet omdat het technisch onvolwaardig is, maar omdat het ingaat tegen populaire denkbeelden of gevestigde belangen.” Hij pleit voor opheffing van de anonimiteit: dan kunnen de vibes tenminste enigszins beheerst worden. En hij pleit voor nader onderzoek naar de praktijk. Hij is inmiddels op zijn wenken bediend. Het onthutsende onderzoek naar de verdeling van Zweedse medische onderzoeksbeurzen (Nature, 22 mei, zie W&O, 24 mei) geeft hem volledig gelijk: onbekenden en vrouwen bleken bij de mannelijke, anonieme peer-reviewers ernstig in het nadeel - zonder objectieve rechtvaardiging.